Ter voorbereiding van de viering van zaterdag 03-04-2021

Ter voorbereiding van de viering van zaterdag 03-04-2021

Uit de geschriften van de priester Karl Rahner († 1984)

Christus, nedergedaald ter helle

Als we denken aan Stille Zaterdag, valt iets merkwaardigs op: in ons godsdienstig leven slaan we deze dag over. We vieren Goede Vrijdag en Pasen, het sterven en de opstanding van de Mensenzoon die ons heil is. Wat er tussen deze twee dagen ligt, namelijk Stille Zaterdag, slaan we over. Deze dag betekent niets in ons godsdienstig leven, in de katechismus van ons hart. Toch belijden we, telkens als we de apostolische geloofsbelijdenis, de oudste en heiligste formulering van ons geloof, uitspreken: Hij is nedergedaald ter helle. En dit is de tekst die bij Stille Zaterdag hoort, de tekst die de inhoud ervan verwoordt.

Die nedergedaald is ter helle …

Maar wat bedoelen we met deze belijdenis? Nedergedaald ter helle? Ofwel nauwkeuriger en duidelijker vertaald: afgedaald in het dodenrijk? Het betekent op de eerste plaats: Jezus is waarlijk gestorven. Als Petrus in zijn grote pinksterpreek (vgl. Hand. 2, 22-36) wil zeggen, wie Jezus was en wat er in zijn leven gebeurd is, als hij dus wil zeggen dat Jezus de gedode en de verrezene is, dan formuleert hij zijn ware en werkelijke dood door te zeggen, dat de dood Jezus heeft vastgehouden als in banden (vgl. Hand. 2, 22 vv.). Hij was in de dood. Hij heeft tussen het sterven van Goede Vrijdag en het leven van Pasen werkelijk en waarachtig zijn Stille Zaterdag. Nedergedaald in het dodenrijk, dat belijden we van Hem.

Dood en leven liggen niet eenvoudigweg in elkaars verlengde als gebeurtenissen in het leven van de mens. Ze doordringen elkaar. Wij sterven in heel het leven en wat wij de dood noemen, is het einde van een levenslang sterven. Daarom is ons lijden reeds een deelhebben aan die nederdaling die de Heer op zich genomen heeft. Wij worden niet pas op het moment waarop wij onze ogen sluiten, teruggenomen in de diepte van de wereld. Deze nederdaling in de armoede van ons eigen wezen is altijd al aanwezig en begonnen op het moment dat wij mens werden, zij het dan onmerkbaar en verborgen op de grondslag van ons bestaan. Het feit dat wij in wezen zo moeten leven, maakt het ook mogelijk dat wij nu reeds met onze broeder Jezus werkelijk paaszaterdag kunnen vieren. Omdat wij uit hetzelfde hout gesneden zijn en ook midden in het leven reeds onze dood sterven, kunnen wij zijn lot niet enkel van buiten af begrijpen, maar wij kunnen het delen. Gelovend ervaren wij dat zijn nederdaling in de machteloosheid van ons mens-zijn alle paaszaterdag-uren van ons leven geheiligd heeft. Vanuit onszelf alleen zou alles slechts in eenzaamheid worden blootgesteld aan de duisternis en de leegte van de dood. Maar omdat Hij ons lot deelde en ons daarin verloste, brengt deze Stille Zaterdag in zijn duisternis ons het licht van het leven.

Sinds Hij nedergedaald is in de grondeloze en bodemloze diepte van de wereld, zijn er geen afgronden van het bestaan meer waarin een mens in eenzaamheid zou worden achtergelaten. Eén is er voorgegaan en heeft ze allemaal doorleden tot onze overwinning. Op de bodem van alle nederdalingen kan men nu het eeuwige leven vinden. ‘Hij die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen, om het heelal te vervullen’ (Ef. 4, 10).