Ziekenzalving

De ziekenzalving: tot leven genezen

Is iemand onder u ziek? Laat hij de presbyters van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden.

Zo schrijft Jakobus (5,14-15). En zo heeft de kerk vanaf het begin de opdracht van Jezus aan zijn leerlingen begrepen: “Geneest de zieken” (Mt. 10,8).

Een ziekte ‘hebben’ of ziek ‘zijn’?

Ziekte en pijn roepen de grootste levensvragen op. Een mens heeft niet enkel een ziekte: hij is ziek. De ziekte treft het lichaam, maar ook het gemoed: de mens verliest de moed, wordt neerslachtig, is angstig of vertwijfeld. Soms worden ook de relaties met medemensen “ziek”: men voelt zich werkelijk “ten laste” van anderen, of er is nog slechts heel weinig bezoek als de ziekte aansleept, of men voelt zich uitgesloten uit het sociale leven.

Tenslotte brengt zwaar ziek-zijn bijna steeds de diepste vragen aan de oppervlakte: “Overleef ik dit? Waaraan heb ik dit verdiend? Heeft zo’n leven nog zin? Is er iets (of Iemand) na de dood?”

De ziekenzalving begint bij … een ziekenbezoek en de ziekenzorg

De eeuwen door – tot op vandaag – heeft de gelovige gemeenschap het ziekenbezoek en de ziekenzorg bijzonder belangrijk geacht. Heel veel leken en – de waarheid heeft haar rechten – nog veel meer religieuzen hebben hun hele leven aan dit werk van barmhartigheid gewijd, zowel door hun algehele inzet als hun grote bekwaamheid op medisch-technisch gebied. Tal van congregaties zijn hoofdzakelijk met dit doel gesticht.

Op dit zorgend omgaan met zieken is het sacrament van de ziekenzalving geënt.

Als mensen zich reeds zo sterk opgevorderd weten om elkaar te ondersteunen bij het ziek-zijn, hoe zou God dan afwezig kunnen blijven? Hoe zou Hij voor die situatie geen gewaarborgd teken van zijn reddende nabijheid aanbieden? Hoe zou Hij hier geen sacramenteel teken van leven geven?

Via zijn priesters – Jakobus zegt presbyters, oudsten – wil Jezus Christus de zieken en heel de zorgende gemeenschap nabij zijn, opdat de kruisweg een weg naar Pasen zou worden.

Wie mag de ziekenzalving ontvangen?

Als iemand zwaar ziek wordt, of door ouderdom verzwakt is, of voor een ernstige heelkundige ingreep staat, kan hij de ziekenzalving ontvangen.

Als ze over de ziekenzalving beginnen is het met je gedaan …

Het is best als de zieke zelf om de ziekenzalving vraagt en dit tijdig doet. Familie, vrienden, de arts of het verpleegkundig personeel kunnen hierbij de zieke van dienst zijn, door hem op die mogelijkheid te wijzen.

Buiten een dringende noodsituatie wordt de ziekenzalving gegeven in het kader van een gebedsdienst of een eucharistie.

Bij de aanvang van de dienst kan de priester de zieke met wijwater zegenen. Wijwater roept het doopsel op:

Moge dit water u herinneren aan uw doopsel
en uw geest richten op Christus
die geleden heeft, gestorven en verrezen is
om ons te verlossen.

Als de zieke het verlangt, ontvangt hij nu het sacrament van de boete. Zo niet zeggen alle aanwezigen samen een schuldbelijdenis.

Er wordt daarna uit de Schrift gelezen en gebeden.

“Kom ik vanavond terug? Dan kan je man bij het sacrament aanwezig zijn”

Het is goed dat de naaste familie, de vrienden en wie voor de zieke zorgt bij het sacrament aanwezig zijn. Hun vertrouwde gezichten, hun rustig gebed en nabijheid maken de bekommernis van God duidelijk. En zo gebeurt de ziekenzalving ook zichtbaar te midden van de gelovige gemeenschap.

Dan legt de priester in stilte de handen op het hoofd van de zieke. Jezus heeft dat ook gedaan (Mc. 6,5; Mt. 8,3; Lc. 4,40) en Hij gaf die opdracht aan zijn leerlingen (Mc. 16,18).

De handoplegging is hier vooral een gebaar van bescherming, bemoediging en troost.

Dan zalft de priester de zieke met ziekenolie, die door de bisschop – gewoonlijk op Witte Donderdag – gewijd is. Marcus vertelt dat de leerlingen van Jezus ook al zieken zalfden (6,13).

Zalven met olie, waarom?

Zo wil Gods zalvende, verzachtende nabijheid de hele mens doordringen. Olie is steeds symbool van de Geest. Jezus is de Gezalfde. De Geest maakt de mens steeds meer gelijkvormig aan Christus.

Zo wordt in de ziekenzalving verder voltooid wat met het doopsel begonnen is: steeds meer gaan gelijken op de gestorven en verrezen Christus.

Terwijl hij het voorhoofd en de handen zalft, zegt de priester:

Moge onze Heer Jezus Christus
door deze heilige zalving
en door zijn liefdevolle barmhartigheid
u bijstaan met de genade
van zijn heilige Geest.
Moge Hij u van zonden bevrijden,
u heil brengen
en verlichting geven.

In de zalving en de sacramentele woorden zegt God de zieke bijstand toe. Hij zal de zieke heil brengen.

Word je beter van de ziekenzalving?

‘Heil’ is een woord met veel betekenissen. Wat hier in dit geval Gods betekenis zal zijn, moet een mens niet opdringerig invullen.

Soms zal de zieke echt lichamelijk heil ondervinden, geheeld worden en genezen.

Meestal zal de zieke zich beter voelen. Lichaam en geest vormen een hechte eenheid. Hij zal rustiger zijn. Hij is immers door de zalving met God en met medemensen verbonden. Nabijheid en hoop kunnen veel. En toch bedoelt de ziekenzalving een nog diepere genezing. God zal naast de zieke blijven staan – ook al moet hij nu of later door de dood heen. Hij laat de zieke niet in de steek. Hij belooft hem eeuwig leven.

God zal verlichting schenken, zegt de priester. Dit kan betekenen: God brengt verlichting van de zware lasten die de zieke draagt.

Maar ook het woord ‘verlichting’ betekent meer: de mens zelf zal lichter worden. Hij zal opstaan en opgericht worden tot eeuwig leven bij God. Hij zal thuiskomen. Het wordt Pasen voor de zieke. Want God is getrouw.

Zo nodig vergeeft de ziekenzalving ook de zonden die niet voorheen gebiecht konden worden.

Zoals ieder sacrament, houdt ook de ziekenzalving nog een zending in. Ze nodigt de zieke uit zijn lijden te verenigen met het lijden van Christus en ondanks eigen pijn, nabij te zijn voor medemensen, die het ook moeilijk hebben.

Is het nu heilig oliesel of ziekenzalving?

Sinds het Vaticaans Concilie is men dit sacrament anders gaan noemen. Men spreekt nu meer over ziekenzalving. Het oude woord ‘heilig oliesel’ was nauw verbonden met de doodsmelding. Het was het sacrament van de stervenden.

De ziekenzalving is het sacrament voor de ernstige zieken. Dit sacrament kan herhaald worden, als de zieke na een aanvankelijke verbetering, weer slechter wordt.

In bedevaartplaatsen, ziekenhuizen en parochies wordt de ziekenzalving soms gezamenlijk ontvangen. Het gemeenschapsaspect en de solidariteit, ook in lijden en ziek-zijn, komen op die manier duidelijker naar voren.

Het viaticum, het laatste sacrament

Met de verschuiving van ‘heilig oliesel’ naar ‘ziekenzalving’ sluiten we weer aan bij de gebruiken van de oudste kerk. Het laatste sacrament voor stervenden was daar de heilige communie. Die laatste communie wordt viaticum genoemd. Vertaald betekent dat: voedsel voor de reis, leeftocht.

Zo zet de gelovige zijn weg naar Pasen, die hij bij het doopsel aanving, voort. Hij is gesterkt door het leven van God zelf.