Priesterschap

De wijding: Gezonden voor de dienst in de kerk

Bij de verkondiging van de blijde boodschap heeft Jezus het hele volk aangesproken. Hij heeft alle gelovigen tot navolging opgeroepen. Hij gaf aan allen de opdracht actief mee te werken aan de verbreiding van het evangelie.

Zijn niet alle gelovigen in zekere zin priester?

Daarop ingaand spreekt het Tweede Vaticaans Concilie van het algemene priesterschap van de gelovigen.

De apostel Petrus schreef aan alle gelovigen:

Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchtige daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht. (1 Petr. 2,9)

De gelovigen kunnen dit algemeen priesterschap uitoefenen omdat ze gedoopt zijn en gevormd. Deze sacramenten geven alle gelovigen medeverantwoordelijkheid in de kerk.

Jezus heeft toch geen priesters gewijd …

Uit de grote groep leerlingen koos Jezus echter de twaalf om op een bijzondere wijze met Hem verbonden te zijn en gezonden te worden tot dienstbaarheid in de kerk, opdat alle gelovigen hun taak zouden kunnen uitoefenen.

Jezus ging de berg op
en riep tot zich die Hij zelf wilde;
en zij kwamen bij Hem.
Hij stelde er twaalf aan
om Hem te vergezellen
en door Hem uitgezonden te worden
om te prediken
met de macht de duivels uit te drijven.
(Mc. 3,13-15)

In dit roepingsverhaal vinden we de belangrijkste elementen terug van het dienstwerk in de kerk, zoals dit vandaag geldt voor het drievoudige ambt van bisschop, priester of diaken.

Wij hebben slechts één priester: Christus

Christus is de enige Priester van het Nieuw Verbond en zijn offer is volmaakt. De gedoopten en gevormden, de bisschoppen, priesters en diakens delen elk voor hun part in dit ene priesterschap.

Is de priester functionaris, getuige, of nog meer?

Zo roept Jezus mensen “om Hem te vergezellen”: ieder dienstwerk sluit een speciale binding met Christus in. Ook de aanstelling van Petrus tot hoofd van de kerk laat dit blijken. Petrus krijgt zijn opdracht “Weid mijn schapen” nadat de Heer hem driemaal gevraagd heeft: “Hou je van Mij?” (Joh. 21). De binding met Christus moet zo sterk zijn, dat de gezondene een echte getuige wordt: gevolmachtigde vertegenwoordiger. Alleen zo kan waar worden, wat Jezus aan zijn leerlingen zei:

Wie naar u luistert,
luistert naar Mij.
(Lc. 10,16)

Een getuige levert niet vrijblijvend een boodschap af: hij is boodschapper en draagt de boodschap in zich. Een bedienaar in de kerk zal door zijn wijding meer gelijkvormig worden met Christus. Die gelijkvormigheid aan Christus is er niet enkel tot persoonlijke heiligheid van de bisschop, priester of diaken. Hoe belangrijk die ook is. Want een bedienaar in de kerk vergezelt de Heer “om uitgezonden te worden” en het dienstwerk in naam van Christus te verrichten “tot opbouw van het lichaam van Christus (de kerkgemeenschap)” (Ef. 4,12).

Geroepen? Om wat te doen in de kerk?

Waartoe wordt hij uitgezonden en welk dienstwerk moet er in de kerk verricht worden?

Het Tweede Vaticaans Concilie spreekt van een drievoudige dienst: de dienst van de verkondiging; de dienst van de heiliging en de liturgie; en de dienst van de leiding.

De bedienaar wordt gezonden om de Blijde Boodschap te verkondigen. Hij moet het evangelie onverkort doorgeven aan iedere nieuwe tijd. Trouw en geduldig zaait hij het woord van God, hier ter plaatse of ver van huis. De kerk van België heeft een heel rijke traditie op dit vlak van de missionering.

Als verkondiger zet de bedienaar de profetische taak van Christus voort.

De bedienaar wordt ook gezonden om voor te gaan in de liturgie en de sacramenten. Zo heeft hij deel aan de priesterlijke taak van Christus.

Tenslotte leidt de bedienaar het hem toevertrouwde volk. Hij oefent het herdersambt van Christus verder uit. Als vertegenwoordiger van Christus tracht hij ieders talenten te ontdekken, medeverantwoordelijkheid op te roepen en de gemeenschap samen te brengen rond Christus zelf.

Is er in de kerk ook werk voor leken?

Aan het dienstwerk nemen vandaag ook steeds meer leken op de ene of de andere manier actief deel. Velen op vrijwillige basis, anderen op grond van een tijdelijke aanstelling. Zo zijn er pastorale werk(st)ers in de ziekenpastoraal, medeverantwoordelijken voor een parochie, bedienaars van de communie, catechisten, enz.

Lectoren en acolieten kunnen een officieel erkende bediening ontvangen. Ze worden niet ‘gewijd’ tot hun dienstwerk, maar ‘aangesteld’ en ze blijven leek; ze doen dit werk op grond van hun doopsel en vormsel.

Bij de drie grote ambten in de kerk gaat het wel om een echte sacramentele wijding. In hun diepste wezen worden bisschoppen, priesters en diakens blijvend verbonden met Jezus Christus en zijn kerk om er zijn dienstwerk te verrichten.

Gewijd onder handoplegging en gebed tot het dienstwerk

Het sacramentele teken voor elk van de drie graden van de wijding is telkens: een handoplegging en een gebed (wijdingsprefatie).

Door de wijding krijgt de kandidaat deel aan het ambt en de zending van Christus, die de enige hogepriester en Middelaar is tussen God en de mensen (Cf. 1 Tim. 2,5). Hij wordt daardoor bekwaam te handelen in de persoon van Christus, hoofd van de kerk.

Ook hier weer geeft Christus zonder terug te nemen. De wijding wordt voor het hele leven verleend (merkteken). Wie door wijding het dienstwerk in de kerk krijgt toevertrouwd, is immers geen functionaris, maar een getuige.

De wijding tot bisschop

De bisschop ontvangt de volheid van het wijdingssacrament. Hij is de hoofdverantwoordelijke voor het dienstwerk in zijn bisdom.

Zelf is hij ingeschakeld in het college van de bisschoppen over de hele wereld, in communio en onder leiding van de bisschop van Rome, de paus.

Bij de wijding wordt het hoofd van de bisschop gezalfd en legt men het evangelieboek op zijn hoofd: zijn gezag hangt immers af van zijn onderwerping aan het woord van God. De nieuwe bisschop krijgt, naast een mijter en een herdersstaf, ook een ring: hij is als het ware met God en zijn mensen getrouwd.

Medewerkers van de bisschop: de groep priesters

De bisschop deelt de wijding mee aan priesters. Zij krijgen het deel aan het dienstwerk van de bisschop dat hij hun toevertrouwt en beloven hem gehoorzaamheid.

Bij de wijding tot priester zijn er naast de handoplegging en het wijdingsgebed ook een zalving van de handen en de overreiking van de kelk en de offerschaal.

De priesters vormen samen een groep rond de bisschop. Voor het wijdingsgebed worden daarom alle in de kerk aanwezige priesters uitgenodigd om mede met de bisschop de nieuwe priester de handen op te leggen. En bij een geconcelebreerde eucharistieviering komt de eenheid van priesters rond de bisschop het duidelijkst naar voren.

Wat is een permanent diaken?

De derde graad van het wijdingssacrament is de diakenwijding. Wie priester wordt, ontvangt vooraf de diakenwijding. Maar de diakenwijding bestaat ook als zelfstandige wijding: het permanent diakonaat.

Het woord ‘diaken’ betekent: degene die voorgaat in liefde en dienstbaarheid aan de gemeente en aan de bisschop.

Te midden van de wereld van iedere dag – want veel diakens blijven hun beroep uitoefenen – zijn zij de boodschappers van het evangelie. Daarom wordt hun bij de wijding het evangelieboek overgereikt. Hun dienstbaarheid vertoont een voorkeur voor al wie aan de rand van Kerk en maatschappij leeft.

Kan een diaken gehuwd zijn?

In de liturgie leest de diaken het evangelie. Hij kan voorgaan bij het plechtige doopsel, een huwelijk inzegenen, een begrafenisdienst (zonder eucharistie) leiden, en is de gewone bedienaar van de communie. Een diaken is gehuwd of ongehuwd: bij zijn wijding wordt hij bevestigd in de levensstaat die hij op dat ogenblik heeft.

Zo heeft ieder zijn taak bij de opbouw van de levende gemeenschap, die samengeroepen wordt aan de tafel van de eenheid, de eucharistie.

Christus is het centrum van de gelovige gemeenschap. Omdat God de mensen levende getuigen wil geven, zijn er bisschoppen, priesters en diakens. Voor die levende getuigen bestaat de grootste opdracht erin steeds doorzichtiger te worden, steeds meer verwijzing te zijn naar Christus.

In de wijdingsliturgie wordt die beschikbaarheid en ontvankelijkheid tegenover de Heer nog treffend gesymboliseerd: tijdens de litanie tot alle heiligen ligt de wijdeling plat op de grond. Als een graankorrel in de aarde. Om door de kracht van de Geest vruchtbaar te worden en in Gods naam voor mensen te zorgen.