Huwelijk

Het huwelijk: gezonden om huiskerk te vormen

Zowel in het Oude als het Nieuwe Testament staan man en vrouw voorop

Huwelijk, gezin en familie zijn een van de meest kostbare werkelijkheden van de mensheid. Telkens als opiniepeilingen aan jongeren de vraag naar hun toekomst stellen, komt het verlangen naar een gelukkig huwelijk helemaal vooraan.

Reeds in het scheppingsverhaal blijkt de waardering van God voor het huwelijksverbond tussen man en vrouw. Meer nog: God heeft het zelf zo gewild en “zag dat het heel goed was” (Gen. 1,31).

In zijn evangelie vertelt Johannes over Jezus op de bruiloft van Kana (2,1-11). Hij schenkt de huwenden zijn aanwezigheid én overvloed van wijn. Hij maakt van hun samenzijn een echt feest.

Door God geroepen …

Een gezin stichten vergt van man en vrouw de totale inzet van hun persoon. Het is daarom dat Christus het menselijk huwelijk heeft verheven tot een sacrament. Het geeft aan de gehuwden kracht en moed om elkaar te helpen en lief te hebben, maar ook vreugde en bereidwilligheid om kinderen te aanvaarden en op te voeden. Het huwelijk wordt gesloten door het wederzijdse ja-woord van beiden. Zo ontvangen ze door de genade dezelfde liefde en trouw als die welke Christus had voor zijn kerk. Want, zoals Paulus schrijft, verwijst de huwelijksliefde tussen man en vrouw naar de liefde tussen Christus en zijn kerk:

Mannen, hebt uw vrouw lief,
zoals Christus de kerk heeft liefgehad:
Hij heeft zich voor haar overgeleverd
om haar te heiligen.

Dit geheim heeft een diepe zin.
Ik voor mij betrek het
op (de liefde van) Christus en de kerk.
(Ef. 5,25-32)

Huwen voor de kerk: maar waarom eigenlijk?

Een christelijk huwelijk sluiten is veel meer dan ‘het evangelie tot leidraad van je leven nemen’. Huwen voor de kerk is aanvaarden, om levend beeld van Gods liefde te worden. In hun wederzijdse gave aan elkaar en in het ontvangen van nieuw leven uit zijn hand, geven gelovige gehuwden Gods liefde zelf gestalte. Man en vrouw krijgen Gods liefde om elkaar te beminnen.

Bij dit moeilijk maar schoon avontuur erkennen man en vrouw dat ze zondaars zijn, die hun levens met elkaar verbinden. Toch willen ze zich aan elkaar geven met een hart dat vrijgemaakt is van elk egoïsme. Want ze hebben beiden in hun doopsel Christus’ Geest ontvangen.

Daarom is het vanzelfsprekend dat ze voor hun huwelijk het sacrament van de verzoening ontvangen en hun huwelijksbelofte doen tijdens de viering van de eucharistie.

Wie brengt het huwelijkssacrament tot stand? En wat zijn de voorwaarden?

De liturgie van de huwelijkssluiting toont dat het niet de priester is die het sacrament tot stand brengt. Man en vrouw geven hun wederzijdse toestemming en daarin zijn zij zelf de bedienaars van dit sacrament.

De priester ontvangt deze huwelijksbelofte in naam van de kerk en zegent het nieuwe paar door de huwelijkszegen.

Man en vrouw treden hier dus op in naam van Christus en van de kerk. Maar ze blijven ook helemaal mens bij deze huwelijksbelofte. Dat betekent dat ze vrij moeten handelen en in volle bewustzijn van wat ze doen. Daarom stelt de priester hun deze vragen:

“Zijt gij uit vrije wil en met de volle instemming van uw hart naar hier gekomen om met elkaar te trouwen?”

“Zijt gij bereid als gehuwden elkaar lief te hebben en te waarderen?”

“Zijt gij bereid kinderen als geschenk uit Gods hand te aanvaarden, hen in uw liefde te laten delen en hen in de geest van Christus en zijn kerk op te voeden?”

In volle vrijheid zich verbinden voor het hele leven, zijn verantwoordelijkheid opnemen als echtgenoot en ouder: dit zijn de voorwaarden die de kerk stelt opdat de huwenden verbonden zouden zijn door een echte huwelijksband.

Het wederzijdse ja-woord

Als verloofden treden de gehuwden het kerkgebouw binnen; als gehuwden gaan ze weer buiten. Hoezo? Het wezenlijke moment ligt in de uitwisseling van hun wederzijdse toestemming. Daar wordt het huwelijkssacrament voltrokken; daar begint een levensgemeenschap in liefde. Dat het om een sacrament van de kerk gaat, kan je nog aan iets anders zien: normaal wordt de huwelijksbelofte aanhoord en aangenomen door de priester – bedienaar van de kerk – en door twee getuigen die de gelovige gemeenschap vertegenwoordigen. Zo is de huwelijkssluiting een publieke stap van twee mensen: van nu af aan zijn ze voor God en voor de mensen man en vrouw.

De priester zegt:

“Geliefden, gij zijt naar de kerk gekomen om voor de hier aanwezige gemeenschap en haar bedienaar, de priester, uw liefde te laten bezegelen door de Heer, aan wie gij reeds toebehoort door het doopsel.

Gij verlangt dat uw huwelijk een sacrament is, een teken van het verbond, dat God zelf met ons heeft gesloten in Jezus Christus.”

Dan zegt elk van de verloofden tot de andere:

“Ik wil je man (vrouw) zijn
en ik beloof je trouw te blijven
in goede en kwade dagen,
in armoede en rijkdom,
in ziekte en gezondheid.
Ik wil je liefhebben en waarderen
al de dagen van mijn leven.”

Elkaar beminnen zoals Christus zijn volk bemint

In het sacrament waar twee één worden, is het Christus zelf die spreekt in de huwenden. Hij is het die door de mond van elk van beiden, zijn liefde tot de kerk uitspreekt. Waar de man spreekt, spreekt Christus; waar de vrouw antwoordt, is het Christus die antwoordt. Maar daardoor leggen ze hun eigenheid niet af: ze spreken als vrije mensen. Ze verbinden zich voor het leven. Hun woord is vrij en tevens geschenk van God aan beiden.

En tot in eeuwigheid duurt zijn trouw!

Christenen beloven elkaar bij het huwelijk dat ze trouw zullen zijn én steeds trouwer zullen worden. Ze doen dit zonder kleine letters en zonder halfverborgen clausules in hun belofte. Trouwen is een werkwoord: het is ‘te doen’, dag na dag.

Precies omdat christenen aanvaarden icoon van Gods liefde te zijn, is hun huwelijksverbond onverbreekbaar, zolang beide partners in leven zijn:

Wat God heeft verbonden,
mag een mens niet scheiden.
(Mt. 19,6)

De onverbreekbaarheid is niet vooreerst een ethische eis. Ze betekent minstens evenzeer: Jullie hebben je laten trouwen door God, laat Hij jullie samenhouden, omdat voor de wereld mag blijken hoe sterk Gods verbond is.

In die zin bestaat er geen kerkelijke echtscheiding.

Maar het kan wel voorkomen dat de kerk vaststelt dat mensen ongeldig getrouwd zijn. Dat wil zeggen dat ze eigenlijk nooit getrouwd geweest zijn, althans niet zoals de kerk dit verstaat.

Dat neemt niet weg dat de kerkgemeenschap zorg moet dragen voor mensen die hun belofte niet gestand konden doen.

De liefde van Christus is vruchtbaar en scheppend

Gelovigen die huwen, gaan een verbond aan dat vruchtbaar wil zijn. Zij staan open voor de kinderen als God die aan hun liefde toevertrouwt. Zij willen hun kinderen in hun liefde laten opgroeien, ze inleiden in het leven van de kerk en voor hen de eerste getuigen zijn van Gods scheppende liefde.

Zij willen ook vruchtbaar zijn in een ruimer verband: naar andere gehuwden toe, naar alleenstaande kinderen en volwassenen, naar slachtoffers van ontrouw. Je merkt soms een heel grote vruchtbaarheid bij mensen die op latere leeftijd getrouwd zijn of bij gehuwden die geen kinderen kunnen krijgen.

De priester zegent tenslotte de ringen; en man en vrouw steken die aan elkaars vinger, om zo te tonen dat ze ingaan in een verbond met elkaar, voor altijd. Daarbij zeggen de gehuwden tot elkaar:

“Neem deze ring als teken van mijn liefde en trouw”.

Dan gaat de huwelijksliturgie verder met de voorbeden: de jonggehuwden kunnen hier ook zelf een gebed bidden voor elkaar. Daarna besluit de priester met het Onze Vader of, als het huwelijk gevierd wordt tijdens een eucharistie, wordt de Mis voortgezet.

Van huwelijk naar eucharistie

Als de huwelijkssluiting onder de eucharistie gebeurt, plaatst men ze na het evangelie. Waarom? Zo is het huwelijk een antwoord van de huwenden op wat God hun heeft toegesproken tijdens de woorddienst; daarna volgt de dienst van de tafel, waar het Nieuwe Verbond tussen God en de mensen, tussen Christus en zijn kerk aanwezig komt. De gehuwden die zichzelf aan elkaar hebben gegeven horen dan hoe Christus zich aan hen wegschenkt:

“In de nacht waarin Hij werd overgeleverd
nam Hij brood… en sprak:
Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.”

Het verbond tussen man en vrouw in het huwelijk vindt daar zijn oorsprong en put daaruit zijn kracht. Als huwenden zo’n levensgemeenschap willen vormen, zullen ze de banden met Christus – het beeld waarnaar ze leven – steeds nauwer moeten aanhalen in gebed en eucharistie.

Leven met elkaar gedragen door de liefde van God zelf

Na de huwelijkssluiting gaan man en vrouw het leven weer in als gehuwden. Dit zal – dag na dag – een leven zijn van voortdurende ontdekking, soms heel blij, soms droef, soms heel gewoon. Want de liefde tussen mensen heeft haar vreugde en haar pijn, haar conflicten en haar verzoeningen, ja, ze kan soms falen en mislukken. Maar er blijft steeds hoop omdat het huwelijk gedragen blijft door Gods eigen liefde. Christus bemint voorgoed. Elke dag geven man en vrouw elkaar de liefde van Christus zelf, die borg staat voor hun samenzijn. Daarbij kunnen ze rekenen op de steun van heel de gelovige gemeenschap, die Christus daarin wil navolgen en leven zoals Hij geleefd heeft. Christenen hebben de vreugdevolle hoop dat liefde sterker is dan zelfzucht.

De seksualiteit

De menselijke seksualiteit streeft naar de seksuele eenwording. Zoals een taal bestaat uit klank en stilte, zo wordt seksualiteit beleefd in een afwisseling van omhelzen en zich onthouden. Telkens gaat het om dezelfde liefde, respectvol voor de andere. Het lichamelijk éénworden, waardoor het huwelijk voltrokken wordt, maakt hun huwelijksverbond definitief: “Een huwelijk, gesloten en voltrokken, kan door geen enkele menselijke instantie of oorzaak nog ontbonden worden, tenzij door de dood” (Wetboek van Canoniek Recht, can. 1141).

Man en vrouw houden zich voor elkaar – en voor elkaar alleen – beschikbaar; de zelfgave is exclusief, zoals ook de gave van Christus aan zijn kerk uniek is. Daarom is de huwelijksband van gedoopten uniek en onveranderbaar: noch echtscheiding, noch overspel kunnen die verbreken (Mc. 10,6-9).

Verantwoordelijk voor elkaar

Het leven van elke dag met elkaar is een ernstige opgave, maar ze moet ons niet verpletteren. Sint Paulus zegt over de ongehuwden, als ze niet in onthouding kunnen leven “laat ze trouwen. Het is beter te trouwen dan van begeerte te branden” (1 Kor. 7,8). Aan de andere kant zijn de leerlingen ontsteld als ze horen dat Jezus spreekt over de onontbindbaarheid van het huwelijk: “Als de verhouding tussen man en vrouw zo is, zeggen ze, kan men beter niet trouwen” (Mt. 19,10). En inderdaad, noch het celibaat, noch het christelijk huwelijk zijn verstaanbaar buiten het geloof om. Christelijke maagdelijkheid is er omwille van het Koninkrijk der hemelen: ze is exclusieve liefde voor Christus; het christelijk huwelijk put zijn kracht uit de liefde van Christus voor zijn kerk.

Een huwelijk zonder liefde is een hel: het ongehuwd zijn zonder liefde is een woestijn. Noch het een, noch het ander is christelijk.

Huwelijksvoorbereiding

Omdat het huwelijk zo’n grote taak heeft in de kerk, is de huwelijksvoorbereiding meer dan ooit belangrijk: de verloofdenwerking, de gezamenlijke vorming in een spiritualiteitsgroep, het pastoraal gesprek in voorbereiding op het huwelijk, met de pastoor en/of de andere verantwoordelijken voor de begeleiding van huwenden. Vaticaan II vraagt daarom ook dat jongeren goed op hun huwelijk worden voorbereid: “Op aangepaste wijze en tijdig moeten de jongeren worden voorgelicht, vooral in de schoot van het gezin zelf, over de waardigheid, de opdrachten en de expressies van de huwelijksliefde, opdat zij, gevormd tot een kuis leven, na een eerbare verloving te gepasten tijde kunnen trouwen” (Gaudium et Spes, 49).

En als één van beiden sterft?

De huwenden beloven elkaar liefde en trouw: “al de dagen van hun leven”. Er komt een dag dat een van beiden terugkeert naar de Heer. Wie alleen achterblijft mag opnieuw huwen. Het kan zelfs verkieslijker zijn voor hem of haar of voor de kinderen. Maar daarnaast houdt de kerk ook het ongehuwd zijn omwille van het Koninkrijk in ere; de kerk heeft van oudsher eerbied en waardering gehad voor wie verder als weduwnaar of weduwe heeft voortgeleefd. De kerk waardeert die levensstaat.

Het huwelijk van niet-christenen

Christenen hebben een diepe eerbied voor het huwelijk van niet-gedoopten. Overal waar man en vrouw trouw zijn aan elkaar hun leven lang, zien de christenen iets van Gods trouw in het Verbond tussen Christus en zijn kerk.

Kerkelijke wet en burgerlijke wet

De Belgische wet schrijft voor dat het burgerlijk huwelijk aan de kerkelijke huwelijkssluiting voorafgaat. De kerk erkent in de burgerlijke huwelijkssluiting van twee christenen geen echt huwelijk, tenzij om uitzonderlijke redenen de bisschop ontslaat van de eis dat een priester de huwelijksbelofte afneemt. Het is dus eerst door het sacramenteel huwelijk dat gedoopten man en vrouw worden voor de christelijke gemeenschap, al zijn zij dat reeds van tevoren voor de burgerlijke maatschappij.

Katholieken die willen huwen, richten zich tot hun pastoor. Bij voorkeur enkele maanden voor de geplande huwelijksdag. Dit geldt ook als de andere partij niet katholiek is. Gelovigen die in de gemeenschap van de kerk thuis zijn, nemen ook graag de beschikkingen aan die daar gelden. Voor gemengde huwelijken – dit wil zeggen tussen een katholieke en een niet-katholieke partner – gelden regels die men bij zijn pastoor kan navragen.

Een huwelijk tussen christenen is onontbindbaar, maar het kan voorkomen dat mensen een huwelijk gesloten hebben dat feitelijk ongeldig is. Wie meent in die situatie te verkeren, gaat best bij zijn pastoor of een andere priester.

Wat nu de mensen betreft die gescheiden zijn en hertrouwd volgens het burgerlijk recht: de kerk verstaat de perplexiteit en ontreddering waarin ze soms verkeren. Zij wil ze niet alleen laten, niettegenstaande het feit dat zij hun tweede huwelijk niet kan erkennen en ze niet ten volle kunnen deelnemen aan de eucharistie door de communie.

Het gezin: “Kleine kerk te midden van de wereld”

Het algemeen priesterschap van de gelovigen wordt uitgeoefend in het leven van elke dag. Zo ook in het leven van de gehuwden. Man en vrouw hebben daar een bijzondere roeping en ze steunen op een bijzonder sacrament om elkaar te helpen in hun leven als gehuwden en in hun gezin. Hun kinderen zijn geroepen om lid te worden van Gods volk en om gesteund te worden in hun geloofsleven en hun roeping. Het is in het gezin dat ouders en kinderen geheiligd worden en andere gezinnen heiligen. Daarom is van de eerste eeuwen af het gezin steeds geëerd als een kleine ‘huiskerk’. Het gezin is geroepen tot gemeenschap en verzoening: tot plaats van luisteren naar de Schrift en van gebed; tot deelname aan de zending van de kerk voor de opbouw van de heiliging van de wereld.