Ter voorbereiding van de viering van de donderdag

Ter voorbereiding van de viering van de donderdag

Uit de Gebeden, toegeschreven aan de heilige Birgitta († 1373)

Verheffing van de geest tot Christus, de Verlosser

Gezegend zijt Gij, mijn Heer, Jezus Christus. Gij hebt uw dood, voordat de tijd gekomen was, voorzegd en bij het laatste avondmaal op wonderbare wijze aards brood veranderd in uw heilig, kostbaar lichaam. Gij hebt dit liefdevol aan uw apostelen geschonken ter herinnering aan uw zo waardig lijden en sterven. Door hen met uw heilige, kostbare handen de voeten te wassen hebt Gij op nederige wijze uw zeer grote nederigheid getoond.

Ere zij U, mijn Heer, Jezus Christus. Uit angst voor het lijden en de dood heeft uw onschuldig lichaam bloed in plaats van water gezweet. Niettemin hebt Gij onze verlossing voltooid die Gij tot stand wilde brengen. Zo hebt Gij op zeer duidelijke wijze de liefde getoond die Gij hadt voor het menselijk geslacht.

Gezegend zijt Gij, mijn Heer, Jezus Christus. Gij zijt voor Kajafas gebracht en Gij die de rechter van allen zijt, hebt het nederig toegelaten dat men U overleverde aan het oordeel van Pilatus.

Ere zij U, mijn Heer, Jezus Christus, voor de spot die Gij verdragen hebt, toen Gij daar stondt, gehuld in een purperen mantel en gekroond met de scherpste doornen. Gij hebt het allergeduldigst verdragen dat men U in uw glorievol gelaat spuwde, uw ogen blinddoekte en dat de bezoedelde handen van de ongerechten op uw gelaat en rug een regen van slagen deden neerkomen.

Lof zij U, mijn Heer, Jezus Christus. Gij hebt het allergeduldigst toegelaten dat men U aan een zuil vastbond, wreed geselde en bloedend voor Pilatus voerde. Gij hebt het verdragen als onschuldig Lam gezien te worden.

Ere zij U, mijn Heer, Jezus Christus. Gij werdt met uw tot bloedens toe geslagen lichaam tot de dood aan het kruis veroordeeld. Gij hebt met pijn op uw heilige schouders het kruis gedragen. Na door een woedende volksmenigte naar de plaats van uw lijden gevoerd en van uw kleren beroofd te zijn, hebt Gij zo aan het kruishout geslagen willen worden.

Ere zij U voor eeuwig, mijn Heer, Jezus Christus. Gij hebt in die nood met uw ogen liefdevol en nederig tegelijk neergezien op uw eerbiedwaardige moeder, die nooit gezondigd heeft en zelfs nooit met de geringste zonde heeft ingestemd. Om haar te troosten hebt Gij haar aan de hoede van uw leerling toevertrouwd.

Gezegend zijt Gij in eeuwigheid, mijn Heer, Jezus Christus. In uw doodsstrijd hebt Gij alle zondaars hoop op vergeving geschonken, toen Gij in uw barmhartigheid de misdadiger die zich tot U bekeerd had, de heerlijkheid van het paradijs beloofde.

U zij de lof in eeuwigheid, mijn Heer, Jezus Christus, voor ieder uur dat Gij aan het kruis de bitterste en beklemmendste pijnen voor ons, zondaars, verdragen hebt. Immers, de verschrikkelijkste pijnen die Gij door uw wonden te verduren hadt, doordrongen meedogenloos uw gelukzalige ziel en doorboorden wreed uw heilig hart, totdat Gij met brekend hart de geest gaf en met gebogen hoofd uw geest nederig beval in de handen van God, uw Vader. Toen hield de kilte van de dood uw hele lichaam in haar greep.

Gezegend zijt Gij, mijn Heer, Jezus Christus. Gij hebt met uw kostbaar bloed en uw allerheiligste dood de zielen verlost en hen vol erbarmen uit de ballingschap naar het eeuwig leven teruggevoerd.

Gezegend zijt Gij, mijn Heer, Jezus Christus. Voor ons heil hebt Gij het toegelaten dat uw zijde en hart door een lans doorboord werden. Rijkelijk hebt Gij uit diezelfde zijde bloed en water laten vloeien om ons te redden.

Ere zij U, mijn Heer, Jezus Christus. Gij hebt gewild dat uw gezegend lichaam door uw vrienden van het kruis werd afgenomen en in de armen van uw zeer bedroefde moeder werd neergelegd. Gij hebt gewild dat uw lichaam door haar in doeken gewikkeld werd, in een graf gelegd en ook daar door soldaten bewaakt werd.

Ere zij U, voor altijd, mijn Heer, Jezus Christus. Gij zijt op de derde dag verrezen uit de doden en aan wie Gij wilde, zijt Gij verschenen. Gij zijt na veertig dagen ten hemel opgestegen en velen waren hiervan getuige. Daar hebt Gij uw vrienden die Gij uit de onderwereld bevrijd hadt, een eervolle plaats gegeven.

U zij voor eeuwig jubel en lof, Heer Jezus Christus. Gij hebt de heilige Geest in het hart van uw leerlingen doen neerdalen en in hen de onmetelijke liefde voor God vermeerderd.

Gezegend zijt Gij, lofwaardig en glorierijk in alle eeuwen, mijn Heer Jezus. Gij zijt gezeten op de troon in uw rijk der hemelen, in de heerlijkheid van uw goddelijkheid. Gij leeft daar met uw allerheiligste lichaam waarvan Gij al de ledematen uit het vlees van de Maagd hebt aangenomen. En zo zult Gij op de dag van het oordeel komen om de zielen van alle levenden en doden te oordelen. Gij die leeft en heerst met de Vader en de heilige Geest in de eeuwen der eeuwen. Amen.