Preek op zaterdagavond 25-01-2020, 3e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op zaterdagavond 25-01-2020, 3e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Iets over de bidweek voor de eenheid.

Openingswoord

Laat ons bidden. God, Gij zijt de toekomst van uw volk. Gij brengt het blijdschap en vreugde. “Licht in de duisternis”, zo is uw Naam. Roep ons weg uit alles wat niet naar U toe leidt. Bekeer ons uit onze verdeeldheid en breng uw verstrooide kinderen weer samen. Door … Amen.

Preek

Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.

Broeders en zusters, bepaalde streken en de mensen, die er wonen, hebben een naam. Dat is soms terecht, maar dikwijls niet. Zo zouden de Friezen stugge mensen zijn. Limburgers klitten aan elkaar. Hollanders zouden zuinig zijn en de Brabanders staan bekend als gemoedelijke mensen. Er zal wel iets van waar zijn, maar er zijn altijd genoeg uitzonderingen. Wij mogen nooit alle mensen over één kam scheren.

Jezus Christus begint zijn prediking in Galilea en ook die streek had een naam én … het was niet zo’n beste. Er woonde in Galilea slechts een handjevol gelovige en trouwe Joden. Het merendeel vond men “volk van niks”.

Maar juist daar begint Jezus Christus zijn prediking, op de grens tussen Zebulon en Naftali. Dit zijn twee namen van de twaalf stammen van Israël, nakomelingen, zonen van aartsvader Jakob. In oude, Joodse verhalen wordt beweerd, dat Zebulon en Naftali twee heel verschillende typen zouden zijn. Zebulon heeft de naam een doener te zijn. Hij wordt geschilderd als een handelsman, een ondernemer, een man van de actie. En Naftali is een dromer, een ziener, een man van bezinning en gebed.

In het gebied van deze twee stammen treedt Jezus voor het eerst op en de evangelist lijkt daarmee te willen zeggen: Jezus is Zebulon en Naftali tegelijk. Hij is doener én bidder tegelijk. Man van de wereld én een man van God.

Het is deze Jezus Christus, die vissers oproept met Hem in zee te gaan: “Ik zal van jullie mensenvissers maken.” En zij, de apostelen, verzamelen inderdaad mensen en maken een begin met de Kerk.

Maar er komt al gauw verdeeldheid. Zoals wij in de tweede lezing van vandaag hoorden. De één zegt dat hij voor Paulus is, een ander dat hij voor Apollos is, weer een ander is voor Kefas – dat is de apostel Petrus – en nog een ander is voor Christus. In onze tijd hebben wij dat óók. De één is voor paus Franciscus, een ander is tegen hem. De één zegt: Geloof is een kwestie van bidden. Een ander zegt: geloof is een kwestie van handen uit de mouwen steken.

Beste medegelovigen, er is in onze tijd te veel eenzijdigheid, te weinig eenheid. Eenheid in de Kerkgemeenschap werd en wordt dikwijls bedreigd doordat bidders en doeners zich tegen elkaar uit laten spelen, terwijl Jezus Christus, met wie het allemaal begonnen is, beide aspecten in zich verenigde.

De activist, die zegt: “mijn geloof dwingt me om actief te blijven,” maar … er is méér dan dat. En de vrome, die zegt: “ik moet blijven bidden,” maar … er is méér dan dat. Zulke mensen kunnen eenheid vinden.

Het zou zo goed zijn om wat vaker aan Jezus Christus te denken en te zeggen: Er is méér dan ik alleen, méér dan mijn eigen gelijk, méér dan mijn eigen geloven. Dat kan een begin van evenwicht zijn, het begin van eenheid in jezelf. En kan er eenheid groeien met andersdenkende en andersvoelende mensen om je heen.

Als de activist ook eens stil wil worden en de stille ook actief; als de Zebulon ook een Naftali wil zijn en andersom, als de bidziel ook een doener wordt en de bezige man of vrouw ook de handen kan vouwen; als de sterke zijn zwakte toegeeft en de zogenaamde zielepoot zijn sterke kanten durft zien, dan zal Jezus Christus in ons midden komen en zeggen: Het Rijk der Hemelen is nabij, het is in jullie.

Broeders en zusters, wie altijd maar vist naar eigen gelijk, vist achter het net en zaait verdeeldheid. Maar wie weet, dat het geloof, dat in hem huist méér kanten heeft, die kan mensen van verschillende kanten verzamelen en bijeenhouden. Bidden wij én werken wij aan de eenheid in de Kerk en in heel de wereld. Amen.