Overweging op 28/29-02-2020 in de tehuizen, Jannie Ligthart

Overweging op 28/29-02-2020 in de tehuizen, Jannie Ligthart

Openingswoord

Beste medegelovigen. Welkom in deze Woord- en Communieviering in het eerste weekend van de vasten.

De vastenperiode, de veertigdagentijd, is een tijd van bekering, een tijd van genade, een tijd van gods-ontmoeting. Het is een tijd ons gegeven om God en Zijn bedoeling met ons leven, beter te leren kennen. Om deze godsontmoeting vruchtbaar te laten zijn moeten we twee dingen doen: naar onszelf kijken, én naar God. Jezus koos ervoor om zich 40 dagen in de woestijn, in de stilte van zijn Hart, terug te trekken.

Hij  wilde in alle rust en kalmte nadenken over wie Hij ten diepste is en over de essentie van zijn leven.

In de stilte werden Hem, door de duivel, meerdere alternatieven voor zijn levensweg geboden: eten, aanzien, macht. Hoe aanlokkelijk de voorstellen ook waren, Jezus bleef kiezen voor zijn opdracht in het leven, die de Vader Hem heeft gegeven. God en de mensen te dienen.

In de veertigdagen kunnen we erover nadenken hoe het met ons zit. Blijven wij écht geloven in de Blijde Boodschap als we beproefd worden, blijven we vertrouwen op Gods aanwezigheid en leiding in ons leven. Of willen we zelf de regie in ons leven vasthouden als het leven anders loopt dan gehoopt ?

Het is goed om met Jezus de woestijn van het leven in te gaan, om ten diepste te ontdekken wie we zijn en wat onze, door God gegeven levensopdracht, is.

Maken wij het stil in onszelf en bidden we samen de schuldbelijdenis, om de Heilige Communie waardig te kunnen ontvangen.

Overweging

“Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God.”

Lieve medegelovigen. We lezen in het evangelie over beproevingen. In ieders leven zijn er tijden dat je je beproefd kan voelen. Het kan zelfs zo zijn dat we het leven als een beproeving ervaren. We worden nog steeds geconfronteerd met vluchtelingen in mensonwaardige kampen, met oorlogen in het Midden-Oosten, met kindersterfte in Jemen door te weinig voedsel, en er is onrust over het corona virus. Kijken we naar wat er dichtbij ons gebeurt: jeugd die met een mes op zak de straat op gaat, het alcohol en drugsmisbruik, de gebroken gezinnen en het verlies van dierbaren en/of gezondheid in je familie. Als het kwaad goede mensen treft, ervaren we dat als een beproeving. Dan hoor je mensen zuchten: “Waarom laat God dat toe?” Of: “Hoe kan God dit willen?”

In het evangelie van vandaag lezen we hoe Jezus beproefd wordt. Het Evangelie geeft duidelijk aan dat het niet God is, die Jezus beproeft. Het is niet God die Hem bekoort of verzoekt. Het is de bekoorder, die de mens van God wegvoert, die ons niet naar Gods Koninkrijk leidt. Het Evangelie geeft hem een naam: die bekoorder is de duivel. Dus als ons  iets overkomt, als wij beproefd worden, moeten we niet denken dat het de wil van God is.

Jezus moet de confrontatie aangaan met de bekoorder en de bekoring, omdat de Vader het vraagt. Jezus opdracht in zijn menselijk leven, is ons te verlossen. Dus moet Hij ook onze bekoringen meemaken, ondergaan en ervaren. Dat kan niet anders, want hoe kan Hij anders ons de weg aantonen om, in beproevingen, stand te houden?

Na veertig dagen heeft Jezus werkelijk honger en de bekoring wordt groter. Waarom zou Jezus niet een steen in brood veranderen? Mag Hij dat niet. Wat is erop tegen? Erop tegen is dat het niet de wil van de Vader is. Jezus maakt hier mee wat het volk Israël lang geleden meemaakte in de woestijn. Toen moest het volk leren op God te vertrouwen. “Waar halen we in de woestijn brood vandaan om al die mensen te voeden?” God voedde hen met manna.

Jezus moet ook in de woestijn op zijn Vader vertrouwen. Juist nu, op het moment waarop de nood het hoogst is. Juist nu moet Hij niet zelf in zijn behoefte voorzien maar vertrouwen dat zijn hemelse Vader in alles voorziet. Dat is het wat de verleider probeert te ondermijnen.
Jezus moet tot het uiterste volhouden in zijn vertrouwen op de Vader. Daarom is zijn antwoord: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat komt uit de mond van God.”

En dat is zo lastig voor ons. We zagen het in de eerste lezing. Eva verloor haar vertrouwen in God, kon niet wachten, stelde zich als het ware boven God, en nam een verkeerde beslissing. Toen was de slang de verleider, de duivel die het vertrouwen ondermijnde, en erin slaagde. De eerste mens eigende zichzelf iets toe, in plaats van, in vertrouwen,  te wachten tot God het hem geeft.

Aan het einde, nadat alle bekoringen door Jezus zijn overwonnen, lezen we: “Daarna liet de duivel hem met rust, en er kwamen engelen om hem te dienen.” God houdt zijn belofte, maar de vervulling komt pas als we door de beproeving heen zijn gegaan. God weet hoe zwak wij zijn. Jezus zelf zegt het tegen Petrus in de Hof van Olijven: “De geest is gewillig, maar het vlees is zwak. Bid dat je niet op de beproeving ingaat.” En elke keer als we het Onze Vader bidden, zeggen we: “breng ons niet in beproeving.” Jezus leert ons om aan God te vragen dat Hij ons niet in  beproeving brengt. Jezus heeft ondervonden hoe moeilijk het is om sterk en vol vertrouwen een beproeving te doorstaan. Wij zijn niet zo sterk als Jezus, de tegenstander is veel sterker en slimmer.

Uit eigen kracht zullen wij de beproevingen niet kunnen weerstaan. Maar Jezus heeft het ons voorgedaan, Hij is ons grote voorbeeld. Dus met Hem samen, als we met Hem onze levensweg gaan, kunnen we erop  vertrouwen dat we met Gods Woord de beproevingen kunnen overwinnen. Alles zal  op Gods tijd tot voltooiing komen.

We gaan, deze heilige vastentijd, in de stilte van ons hart meer ruimte maken voor wat God ons te zeggen heeft. Vertrouwend op zijn aanwezigheid in ons leven, en Hem dankend voor zijn Liefde voor ons, die voor ons een leven bij Hem mogelijk maakte na ons aardse leven. Amen.