Preek op 01-03-2020, eerste zondag van de Veertigdagentijd, jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 01-03-2020, eerste zondag van de Veertigdagentijd, jaar A, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Openingsgebed

Laat ons bidden. Almachtige God, leer ons in deze veertigdagentijd met meer toeleg en vroomheid het evangelie te beleven, en beter te begrijpen, dat wij niet leven van brood alleen, maar van elk woord, dat Gij ook spreekt in deze tijd. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen

Kinderwoorddienst

Preek

“Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God.”

Broeders en zusters, in de eerste lezing horen wij over twee bomen: de boom van het leven en de boom van kennis van goed en kwaad. Het menselijke leven, het leven van God ook, hadden Adam en Eva al, een beetje, zij moesten dat eigenlijk nog definitief verdienen, laten zien, dat zij het waardig waren. En daarom was er ook die tweede boom. Zo kon God merken of de mensen Hem wel als hun Vader wilden aannemen, of zij Hem wilden gehoorzamen.

Maar in die tweede boom zat iemand, die zelf al voor het levensexamen gezakt was, de duivel, de satan. Gedreven door jaloezie dacht hij: als ik niet meer in de liefde en in het licht van God kan leven, dan die mensen ook niet. En hij kwam bij Adam en Eva met een prachtig verhaal, maar er zat een addertje onder het gras. Of beter gezegd: er zat een addertje in de boom. De duivel wordt wel genoemd ‘de vader van de leugen’. Volgens hem zouden Adam en Eva door het eten van die tweede boom aan God gelijk worden. En zij aten ervan, allebei. Het niet tevreden zijn met wat we hebben, het altijd maar meer en beter willen hebben, is blijkbaar van het begin af aan voor ons, mensen, een belangrijk punt geweest.

Zoals te verwachten was, gebeurde het omgekeerde: zonder de liefdevolle zorg van God werden mensen ziek, er kwam ruzie en oorlog, dood en verderf. De duivel was blij. God verdrietig en teleurgesteld. En Adam en Eva dachten: wat zijn we dom geweest door onze hemelse Vader niet te vertrouwen.

Aanvankelijk waren Adam en Eva samen heel gelukkig in de Hof van Eden. Wat een schoonheid in die tuin. Maar uiteindelijk gaven zij toe aan de verleiding van de slang, de satan.

In het evangelie zien wij Onze Heer Jezus Christus, niet in een prachtige tuin, maar in een dorre en droge woestijn. Hij wilde laten zien, dat het zelfs onder die moeilijke omstandigheden – dor en droog – mogelijk is stand te houden tegen het bedrog van de verleider.

Het contrast wordt nog groter als wij zien, dat Adam en Eva geconfronteerd werden met dezelfde verleiding als Jezus Christus. De satan haalde het eerste echtpaar over om van de verboden vrucht te eten, maar Jezus Christus koos ervoor om stenen niet in brood te veranderen, want, zo zei Hij tegen de satan: “Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord, dat komt uit de mond van God.” En – tussen haakjes – daar is deze heilige Vastentijd ook voor bedoeld: om eens een tijdje lang méér aandacht te besteden aan de genade dan aan het brood.

De slang overtuigde onze voorouders ervan – met een valse redenering – dat God niet eerlijk met hen handelde: waarom dat verschil tussen God en mensen!? Jezus Christus daarentegen vertrouwde op de liefde en de goedheid van God en weigerde diens trouw uit te testen. Adam en Eva trapten in de val. Zij lieten zich leiden door de valse belofte van macht en grootheid, en zo vielen zij in zonde, in doodzonde. Het was doodzonde, doodjammer, dat zij vanaf dan geen kinderen van God meer waren. Jezus Christus koos ervoor zich nederig als een kind aan de hemelse Vader te onderwerpen.

Wat een geluk voor ons, wat een zegen, dat Jezus kon weerstaan waar Adam en Eva faalden. Hij, de eeuwige Zoon van God, doorbrak het patroon waaraan ieder mensenkind sinds de zondeval gebonden was: dat een kind geboren wordt met de erfzonde en daar zijn leven lang in gevangen zat. Mensen worden nog steeds met de erfzonde geboren, maar omdat Jezus Christus de duivel weerstond en over hem triomfeerde, kunnen ook wij overwinnen. Door het Sacrament van het Doopsel wordt die erfzonde weer afgewassen en worden wij door God in genade aangenomen als zijn kinderen, als zijn eigen zonen en dochters. Deze overwinning in de woestijn was eigenlijk slechts een voorproefje van de volledige overwinning, die Hij voor ons allemaal op het Kruis zou behalen.

Vandaag en elke dag van ons leven staat Jezus Christus ons bij, wil Hij ons helpen om zo te leven, dat wij kunnen delen in zijn overwinning. Hij staat pal naast ons iedere keer, dat wij door wie of wat dan ook worden verleid. Hij tikt ons als het ware op onze schouders, herinnert ons eraan hoe belangrijk wij zijn voor God, zijn en onze hemelse Vader. Hij spoort ons aan om ons aan God vast te houden, omdat Hij niet wil, dat wij van God gescheiden worden. Nog sterker: Hij stort goddelijke genade in ons, zodat wij de kracht hebben om net als Hij “nee” te zeggen tegen de verleiding. Dat is toch waar wij in het Onzevader om bidden: Breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Wij moeten er echter niet alleen om bidden, wij moeten er ook actief aan meewerken. Wij kunnen standhouden tegen de verleiding als wij ons met de liefde van Jezus Christus laten vullen. En is dat niet waarvoor wij hier in Gods kerk zijn samengekomen, om God om genade te vragen, voor onszelf en voor anderen?

Hoe kunnen wij er zeker van zijn, dat God ons deze genade geeft? Wij hoeven er maar om te vragen. Heeft Jezus Christus dat niet in het evangelie gezegd: Vraagt en gij zult verkrijgen!? Wel, wie van ons heeft dat ooit al eens aan God gevraagd: God, geef mij de genade van uw inzicht en kracht, zodat ik nooit van U zal worden gescheiden? Wij kunnen dit natuurlijk ook voor anderen vragen.

Wanneer wij voelen dat wij verleid worden, spreken wij dan de gekruisigde Heer Jezus Christus aan. Het zou al helemaal mooi zijn als wij op dat moment even naar een kruisbeeld kunnen opkijken om vervolgens aan Hem te vragen: Heer, help mij deze bekoring te weerstaan, help mij om standvastig te zijn in het goede, help mij om trouw te zijn, zoals U mij trouw bent. Help mij – zoals onze diaken in zijn vorige preek zei – om uit één stuk te zijn. Dat is de volmaaktheid, die God van ons vraagt.

Of kijken we naar het icoontje van de Goddelijke Barmhartigheid … (vertel iets over de icoontjes, die achter in de kerk verkrijgbaar zijn.

Mooi thema voor de Vastentijd:
barmhartigheid vragen
en vooral ook barmhartigheid geven

Vertel iets over de maatregelen van de Nederlandse Bisschoppen vanwege het Coronavirus …

Amen.