Preek op 01-01-2020, hoogfeest Maria, Moeder van God, jaar A, diaken Eelke Ligthart

Preek op 01-01-2020, hoogfeest Maria, Moeder van God, jaar A, diaken Eelke Ligthart

Openingswoord

Allemaal van harte welkom bij de viering van het Hoogfeest van de Heilige Maria, Moeder van God.

Vandaag een vervolg op het kerstverhaal van de evangelist Lucas. De herders hebben van de engelen de mededeling gekregen dat de Messias was geboren. Hij was te vinden in een stal, liggend in een kribbe. Wat moeten die herders wel niet gedacht hebben?  Het is wellicht zo als Ambrosius het uitlegt: “Laat die herders u niet te gewoon lijken,  hoe geringer in menselijke wijsheid des te kostbaarder zijn ze voor het geloof”. De engel is niet naar geleerden toegekomen, maar naar eenvoudige volk. Er wordt eenvoud gevraagd. En die eenvoudige herders kunnen het geloof van Maria zelfs nog verhelderen. Hopelijk kunnen ook wij ons geloof laten verhelderen door herders en door Maria.

Preek

Vandaag vieren we een hoogfeest, Maria moeder van God. Maar je kunt niet bepaald zeggen dat Maria een bijzondere plaats inneemt in de lezingen van vandaag. Zoals bijvoorbeeld Paulus met zijn mededeling dat Jezus is geboren uit een vrouw. Dat is wel heel zuinig en weinig wat je over Maria kunt zeggen. Verder gaat hij aan haar persoon voorbij. Hij wil het dan ook niet over de moeder van Jezus hebben,  maar over Jezus zelf; dat in Jezus,  God zelf naar ons toe gekomen is.

In het evangelie speelt Maria een iets grotere, maar toch altijd nog een bescheiden rol. Ze bewaart de woorden van de herders in haar hart. Dat is alles wat we over haar horen.  Is dat nu de vrouw die we vandaag eren als moeder van God?  Mocht het niet wat meer zijn?

Misschien komen we iets dichter bij het geheim, als we even stilstaan bij de rol van de herders. Zij maken aan sint Jozef en Maria bekend, zoals Lucas vertelt, wat er over hun kind gezegd is.  Er was een engel aan de hemel verschenen, Dat is al spectaculair,  een engel met de mededeling: “Vrees niet. Ik verkondig u een vreugdevolle boodschap, bestemd voor het hele volk. Heden is u een redder geboren”.  Ze zouden hem herkennen aan het feit dat hij in een voerbak in een stal lag, in doeken gewikkeld.  Dat kwamen de herders vertellen. En, volgens Lucas, daar stonden de anderen verwonderd over.. Maria bewaarde alles in haar hart.

Het is logisch dat ze verwonderd staan te kijken. Wij zouden dat ook doen. Je hoort dat er een Messias is geboren, de redder van de wereld, en je ziet een baby in een voerbak in een stal.  En dat zou dan de redder van de wereld moeten zijn?

Je moet wel een enorm groot geloof hebben, wil je dat aannemen.  Zou dat misschien ook niet het probleem van sommige mensen zijn met Maria? Wat je hoort is: ”Zij is de moeder van God”.  Wat we zien: Een arme vrouw, die nergens bij mensen terecht kon en bevallen is in een stal en het kind in een voerbak moet leggen.

Iets dergelijks zegt ook Paulus. Wat je hoort is, dat wij bevrijde mensen zijn, kinderen van God, niet langer slaaf maar erfgenaam door het toedoen van God. Maar wat je ziet is een wereld van ruziënde mensen. Mensen die macht uitoefenen op anderen, waardoor mensen moeten vluchten. Mensen die verslaafd zijn aan alles wat de wereld heeft te bieden. De ene mens die geen haar beter lijkt dan de ander.

Dat was in de dagen van Paulus blijkbaar niet anders dan in onze dagen.

Je moet wel een reusachtig geloof hebben, wil dit allemaal aannemen.

Beste mensen, dat is precies wat er wat ons wordt gevraagd. Kunnen we aannemen, kunnen we geloven,  dat God zich met deze armzalige wereld bemoeit?  Met onze wereld, met uw wereld, met mijn wereld? Dat hij daarin een rol speelt? Het is in ieder geval, zult u zeggen, niet spectaculair.  Niet zo dat alle moeilijkheden een  klap zijn opgelost.   Hij heft het lijden niet op. Daar kan Maria, de moeder van God, straks over meepraten. Ook het pasgeboren Kind in  de kribbe zal het ondervinden. Binnenkort al met de vlucht naar Egypte, en als volwassene nog veel meer.  En toch is God bij dat alles niet afwezig, Hij speelt zijn rol, haast ongemerkt. Het is alleen te ontdekken, te bespeuren, voor wie al die gebeurtenissen in zijn of haar hart opneemt.

Is dat ook niet de inhoud van het Kerstfeest?  Dat God zich verbergt in het menselijke, zich begeeft als mens onder de mensen?  Zozeer zelfs dat Maria terecht “Moeder van God” genoemd kan worden.   Van welke andere God kan  dat worden verteld,  een God die opgaat in het menselijke. God gaat met ons mensen op pad, op weg door ons leven.  Als geloof, als hoop, dat er ooit vrede zal komen op deze wereld, vrede zal zijn in ons hart.

In de kersttijd is er altijd een soort tinteling, een soort verlangen. Een belofte. Daarover spreken vandaag alle drie teksten. Die belofte maakt deel uit  van onze wereld.  De wereld is meer dan waar wij het alleen maar uiterlijk bezien. Er ligt een glans van zegen overheen. God is onder ons gekomen. De glans van zijn gelaat spreid Hij over  ons uit.

Nieuw begin, geboorte, toekomst.  Juist voor mensen in nederigheid, aan wiens lot je het niet kan zien.  Mensen die de belofte van God koesteren in hun hart als een kostbare schat, zoals Maria dat deed. Mensen van verlangen. Van Geloof.

Lieve mensen, dat verlangen, dat geloof:   dat is het nieuwe begin, dat is die tinteling, die trilling van het Gelaat van God. Zijn gezicht, Zijn Geest is op ons gericht. Laten we naar Hem kijken als mens onder de mensen, en het bewaren  in ons hart. Als we dat doen, kunnen en mogen we elkaar met recht een Zalig Nieuw Jaar toewensen.  Amen.