Preek op 09-12-2018, 2e zondag van de advent, jaar C, diaken Eelke Ligthart

Preek op 09-12-2018, 2e zondag van de advent, jaar C, diaken Eelke Ligthart

Openingswoord

Dierbare medegelovigen, allemaal van harte welkom bij de viering van de 2e zondag van de Advent. Beginnen we deze eucharistie viering met het aansteken van de tweede kaars in de Adventskrans.

De profeet Jesaja steekt ons vandaag een hart onder de riem:
“God gaat iets nieuws beginnen, merk je het niet?”
Opdat dat Woord van God,
ons vandaag moge vervullen met nieuwe en goede moed,
ontsteken wij de tweede kaars
en wij bidden:
Wees ons nabij
in het woord van profeten,
in gebaren van zorg,
in daden van welzijn voor elkaar.
Maak ons ontvankelijk
voor deze dagen van genade,
zodat onze ziel met Kerstmis klaar is voor de komst van uw Zoon.

Preek

Lucas lijkt het optreden van Johannes de Doper zo nauwkeurig mogelijk te willen dateren. Hij doet dat op de manier die in zijn tijd gebruikelijk was, door het regeringsjaar van de bewindslieden aan te geven. Een nauwgezette historicus, zo lijkt het dus. Maar iedereen weet dat de evangelies geen geschiedenisboeken zijn, ook niet dat van Lucas. Hem is het om meer en om iets anders te doen dan geschiedkunde.

Als hij ze allemaal de revue laat passeren, van de Romeinse keizer en de landvoogd tot de Joodse koning en de hogepriesters, de staatshoofden en de opperhoofden, de bovenbazen en de onderbazen en de geestelijke leiders, is het niet om de Doper meer gewicht te geven, maar veeleer om de gewichtigheid van heel die magistratuur belachelijk te maken. Het gaat er hem niet om dat we nu meer geloof zouden hechten aan Johannes, maar dat we minder geloof hechten aan die zeven grootheden.

Lucas zet die hoge heren in hun hemd. Had hij ook Maria in haar Magnificat niet laten zingen: ‘Machtigen stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien; wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen’? (Lucas 1,52-53). Superieure spot met de groten der aarde. Lucas voert ze ten tonele om ze te laten afgaan.

God moeten we niet zoeken bij machtigen en rijken, Gods woord komt in de woestijn bij een eenvoudige man zonder macht.

Over de persoon van die Johannes vernemen we niet veel. Hij was de zoon van zijn vader, het vervolg van de traditie. De vader van de profeet was een priester, Zacharia. In één vers wordt gezegd wat hij kwam doen in de wereld: een doopsel van bekering preken tot vergeving van de zonden. Nadien volgt een Bijbelcitaat, de traditie komt aan het woord. Johannes zit gewrongen tussen de wereldse macht en de Bijbelse traditie.

Er wordt geciteerd uit de mond van een andere profeet, Jesaja. De goede luisteraar zal echter een paar eigenaardigheden opgemerkt hebben. De eerste lezing voor deze zondag bracht een troostgedicht van de profeet Baruch en niet van Jesaja. Dat is geen vergissing. Baruch zelf inspireerde zich voor zijn gedicht over de gerechtigheid op Jesaja en heeft een paar verzen overgeschreven. Plagiaat komt wel vaker voor in de bijbel. Baruch accordeert wel met de humor van Lucas:

Zo staat er: gerechtigheid en vrede komen tot stand als God kleine mensen groot maakt en de machthebbers een toontje lager gaan zingen. De hoge bomen en bergen moeten eraan geloven. Geen kronkelpaden of sluipwegen meer, geen duistere zaakjes of gesjoemel. Als alle mensen gelijkwaardig behandeld worden, dan pas kunnen we spreken over gerechtigheid en vrede. Advent is uitzien naar Hem die men noemt: Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst (Jesaja 9,5).

Een tweede eigenaardigheid is dat Lucas beweert Jesaja te citeren, maar eigenlijk de oorspronkelijke woorden nogal verdraaid heeft. Jesaja (40,3-5) had het niet over een roepende in de woestijn, maar over de weg van de Heer door de woestijn, een zinspeling op de uittocht uit Egypte naar het Beloofde Land, weg van de macht en rijkdom van farao naar de stad van vrede, het hemelse Jeruzalem. Het is de woestijn zelf die roept en schreit omdat ze een tuin van Eden wil worden. Hoe maken wij van de ellende waarin zovelen leven een lusthof? De hele schepping kreunt in barensweeën, schrijft Paulus (Romeinenbrief 8,22), tot de nieuwe hemel en de nieuwe aarde van het Godsrijk aanbreken.

De uitdrukking van Lucas kennen we beter. De stem van de roepende in de woestijn werd een spreekwoord voor iemand die geen gehoor vindt. Dat is niet hoopgevend voor het evangelie. De stem van de profeet wordt monddood gemaakt. De mensen willen het woord van God niet horen en nagelen het aan het kruis. We zijn op weg naar de kribbe van kerstdag, maar het kruis van Pasen is niet veraf! Kruis en kribbe brengen Gods redding aan het licht. God redt heel de mensheid. Inderdaad, God redt, in het Hebreeuws Jesjoea, vergriekst wordt dat Jezus. Naar zijn komst zien we uit, maar is hij welkom of blijft hij een stem die roept in de woestijn?

Laat ze maar preken, wie ligt daar nu nog wakker van horen we mensen zeggen. Maar wie gered wil worden, moet opstaan, zich bekeren en de weg van Jezus gaan. De advent wil mensen wakker schudden om vrede en gerechtigheid te brengen in Jezus’ naam. Pas dan kunnen we echt kerstmis vieren, het feest van vrede. Amen.

Dionysiusparochie