Preek op 26-03-2017, de 4e zondag van de Veertigdagentijd, jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 26-03-2017, de 4e zondag van de Veertigdagentijd, jaar A, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters in de Heer, allemaal welkom.

Er zijn veel tegenstellingen in ons leven. Bijvoorbeeld warm en koud, hard en zacht. Veel van die tegenstellingen klinken niet zo bedreigend, maar soms ligt dat anders: liefde en haat, vrede en oorlog, licht en duisternis. Als het een uitdrukking is van de staat waarin een maatschappij of een individuele mens verkeert, dan is het verschil enorm.

In de tweede lezing van vandaag spreekt Paulus over de duisternis waarin de christenen van Efeze vroeger verkeerden, maar dat die nu achter hen ligt. Nu zijn zij licht en de vrucht daarvan kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid en waarheid.

Hier in de kerk treden wij binnen in het licht van God. Doen wij met heel ons mens-zijn aan deze viering mee, met – zoals Jezus het zelf noemt – geheel ons hart en geheel onze ziel, met al onze krachten en geheel ons verstand – zodat wij strakjes weer wat van deze vruchten mee naar huis kunnen nemen.

OPENINGSGEBEDopeningsgebed

Laat ons bidden. Heer, onze God, niet voor het duister hebt Gij ons gemaakt, niet voor de dood, maar voor het licht dat in de wereld is gekomen: Jezus, de Heer. Wek ons uit de slaap van het ongeloof, genees ons, open onze ogen, breng ons naar het licht dat alle mensen redding brengt: Jezus Christus, uw Zoon. Die met U leeft en heerst… Amen.

kinderwoorddienst
preek

Het evangelie vertelt over een man, die blindgeboren was. Hoe verschillend reageren de omstanders op zijn blindheid. De leerlingen zagen zijn blindheid als een gevolg van zonde. Zijn buren zagen hem vooral als een bedelaar. De Farizeeën hadden er alleen maar oog voor, dat hij op de sabbat was genezen, en dat was verboden. Anderen zagen in de ziende man iemand, die lijkt op de blindgeborene, maar het was hem niet. Weer anderen konden pas geloven, dat hij het was, nadat zij zijn ouders hadden gesproken.

Alleen Jezus kende de volle waarheid. En dat is niet zo vreemd, want Hij heeft van zichzelf gezegd: Ik ben dé Weg, dé Waarheid en hét Leven. En die waarheid is, dat de blindgeborene een kind van God is. God had hem niet blind gemaakt, maar gebruikte zijn blindheid om zijn wondermacht te laten zien. Dit is een belangrijk onderdeel van de roeping van deze blindgeborene: door hem kon God zijn wondermacht laten zien. En 2000 jaar later spreken wij nog over die blinde. Door hem konden veel mensen inzien, dat Jezus Christus inderdaad de door God beloofde Redder is.

Wij zijn niet echt blind, maar wij hebben af en toe wel te maken met een zekere geestelijke blindheid. Wij zijn wel gedoopt en net als de blindgeborene kinderen van God, maar door de keuze van Adam en Eva ervaren wij in onszelf toch een geneigdheid tot het kwade. Wij willen het goede, maar als wij even niet opletten, niet waakzaam genoeg zijn, kan er zomaar een stukje egoïsme in ons opkomen.

Dat is ook een van de redenen waarom Jezus is gekomen: om de niet-zienden te laten zien (Johannes 9,39). Iedere keer, dat wij naar een heilige Eucharistieviering komen, wil Hij ons helpen om onze ogen nog verder te openen; zodat wij steeds beter onze eigen nood kunnen zien én de nood van onze medemensen. Hij doet dat niet om ons te kunnen beschuldigen en al helemaal niet om ons te veroordelen, maar om als de enige echte Heiland ons te genezen, vrij te maken, zoals Hij de blindgeborene genas van zijn duisternis.

Lieve mensen, laten wij nooit vergeten, dat God zo ontzettend veel van ons houdt, dat Hij uit die hoge en veilige hemel is neergedaald om ons te helpen. Wij zijn geliefde kinderen van God. En als Hij ons helpt inzien waar wij nog blind zijn, doet Hij dat uit liefde. Zoals een dokter ons helpt om beter te worden, zo helpt deze goddelijke Heiland ons om uiteindelijk volmaakt gelukkig te worden.

Mochten wij al ‘blinde vlekken’ van onszelf kennen, laten wij die dan aan de Heer voorleggen. Vragen wij of er nog meer van die vlekken zijn. En of Hij al die vlekken wil aanraken wanneer wij strakjes de heilige Communie ontvangen, zodat wij met zijn goddelijk licht kunnen worden vervuld. Als wij ons door Hem laten helpen, kunnen wij strakjes samen met de blindgeborene tegen twijfelende mensen zeggen: “Eén ding weet ik wel: dat ik blind was en nu zie.”

Er zijn ook veel mensen, vooral natuurlijk buiten de Kerk, die niet zien wat wij zien. Als de priester de Hostie omhoogheft, zien wij het Lichaam van Christus; mensen buiten de Kerk, zien gewoon brood. Zij hebben een blinde vlek.

Soms doet God daar iets aan, door een Eucharistisch Wonder. We kennen allemaal het Wonder van Amsterdam, de heilige Hostie, die boven het vuur bleef zweven en in processie naar de kerk werd gedragen.

Eeuwen later, in de tijd van de pastoor van Ars, de 19e eeuw, waren er twee ongelovige professoren van de universiteit van Lyon. Zij hadden gehoord van de heilige pastoor Johannes Vianney en besloten erheen te gaan om hem nauwkeurig gade te slaan en om als echte wetenschappers hem te bekritiseren.

Zij kwamen in de kerk van Ars aan op het moment, dat de pastoor de heilige Mis vierde. Spottend keken zij naar zijn gebaren. Toen de aanwezigen eerbiedig neerknielden voor de consecratie, zei de ene professor: “Hoe is het toch mogelijk, dat verstandige mensen neerknielen voor een stukje brood alsof het God was?”

Gods barmhartigheid antwoordde op deze kritische vraag met een wonder. Toen de pastoor van Ars, voor het uitdelen van de heilige Communie, de Hostie toonde en de woorden “Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld” uitsprak, zweefde de heilige Hostie uit zijn hand naar de communiebank en legde zichzelf neer op de tong van de eerste, die communiceerde.

Een van de twee ongelovige ooggetuigen was zo onder de indruk van dit Eucharistisch Wonder, dat hij na de Mis de pastoor van Ars in de sacristie opzocht, zijn ongeloof afzwoer en zelfs priester en pater dominicaan werd. Later vertelde hij zelf, vol dankbaarheid jegens God, over dit wonder waaraan hij zijn bekering en zijn priesterroeping te danken had.

Laten wij hopen en bidden, dat God ook in onze tijd bijzondere tekens wil geven waardoor de ogen van mensen weer opengaan voor deze heilzame plek, de kerk van Jezus Christus. Amen.

Dionysiusparochie