Preek op 16-03-2017, donderdag in de 2e week van de Vasten, diaken Eelke Ligthart

Preek op 16-03-2017, donderdag in de 2e week van de Vasten, diaken Eelke Ligthart

Dierbare medegelovigen, “Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt, die steunt op een schepsel en zich afkeert van de Heer”. Gedeeltelijk kunnen we dit allemaal wel onderschrijven. Teveel vertrouwen op mensen leidt in veel gevallen tot teleurstelling, want kunnen we altijd en iedere keer op mensen rekenen. Mensen moet je al heel goed kennen om er blind op te kunnen vertrouwen.

Maar aan de andere kant, we kunnen niet zonder het werk van mensen. Je hebt ze voor van alles en nog wat nodig. De mens is een deel van de economie van een land in de productie van onze dagelijkse benodigdheden.

Hoe zouden wij als mens tot ons recht komen zonder andere mensen om ons heen op wie we voor de meeste dingen moeten kunnen rekenen. Die mensen moeten we vertrouwen, meestal blindelings. Hoe kan ik dan vervloekt zijn als ik op die anderen vertrouw?

Maar dat is niet de stelling van Jeremia. Hij heeft het over hen die zo op mensen vertrouwen, dat ze God er bij vergeten, die hun uiteindelijke heil en geluk slechts bij mensen zoeken en zich van de mens afhankelijk maken. Voor God is er geen plaats. Eigenlijk heeft de profeet wel gelijk. Hoe verleidelijk is het ook niet om te vertrouwen op het vernuft van de moderne mens, die schijnbaar alles kan regelen. Onze moderne ontwikkelingen hebben dit gevaar in zich. Maken we onszelf niet te vlug wijs dat wij er aan ontsnappen, dat wij onszelf voldoende controleren om ons niet te laten meeslepen, dat wij de gemiddelde normen niet overschrijden? Zo stellen wij onszelf bloot aan het gevaar dat ons besluipt.

In het evangelie gaat het over een rijke man die elke dag uitbundig feest vierde en over Lazarus voor wie het leven geen feest was. Er wordt geen waarde oordeel over die rijke man uitgesproken. Niemand beweert dat de rijke zich niet houdt aan de normen van die tijd. Wat hem verweten wordt is dat hij geen aandacht heeft voor zijn arme buurman die, zoals het er staat “zijn honger verlangde te stillen met wat bij de rijkaard van tafel viel”. Als je dat leest vraag je je wel eens af of er bij ons niet eens wat van de tafel kan vallen. In onze consumptiemaatschappij is vaak te weinig aandacht voor armen. Veel armen werken in de voedsel productie, veraf maar ook dichtbij, waarbij ze naast hun inkomen, dat al niet toereikend is, aangewezen zijn op de voedselbank. Als wij daar niet over na denken en er niet daadwerkelijk aan meewerken om hun situatie te verbeteren, dan zijn we eigenlijk geen haar beter dan de rijke man in het evangelie. Excuses dat we het niet weten, kunnen er niet zijn. De dozen staan op de laatste bank in de kerk. De barmhartigheid van God valt ons allen ten deel, arm en rijk. Laten we in deze 40 dagen tijd het brood met elkaar delen, zoals Jezus zijn liefde met ons deelt. Amen.

Dionysiusparochie