Preek op 13-08-2017, de 19e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 13-08-2017, de 19e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom. Vandaag horen wij in het evangelie de passage over de boot in de storm. Wij mogen dat zien als een beeld voor de Kerk, die in moeilijke tijden verkeert.

Er zijn mensen, die te midden van de storm vol vertrouwen blijven. Zij doen wat zij kunnen, aan gebed en goede werken, maar intussen blijven zij vertrouwen, want het is uiteindelijk Gods Kerk en niet de onze.

Er zijn ook mensen, die wat banger zijn uitgevallen. Zeker ook vanwege de toenemende spanningen in de wereld. Dat geeft niet. Ook de apostelen waren bang in de boot. Maar Jezus kwam bij hen en was alles goed.

Don Bosco, de heilige voor de jeugd uit de 19e eeuw, kreeg ooit een prachtig visioen. Hij zag het Schip van de Kerk. Het voer tussen twee enorme pilaren door. De ene, de grootste, was de heilige Eucharistie. Er stond een enorme Hostie bovenop. De andere, iets kleiner, was Maria. Zij stond op de pilaar. Tussen de Eucharistie en Maria was het Schip veilig. Wij zien het hier bij de preekstoel afgebeeld. Drie kaarsjes erbij: één ter ere van de H. Eucharistie, één ter ere van Moeder Maria en één ter ere van Don Bosco, opdat ook hij in de hemel onze voorspreker zal zijn.

Laten ook wij ons samen aan Jezus en Maria vasthouden. Dat zijn wij in deze woelige tijden in goede handen.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer God, Gij doet uw woord gestand, Gij zijt getrouw. Kom ons ongeloof te hulp, laat niet toe dat wij ten onder gaan in twijfel. Neem ons bij de hand, zodat wij uw almacht ondervinden. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen.

preek

Velen van ons hebben zelf kinderen, klein- of zelfs al achterkleinkinderen. Maar iedereen heeft wel vaker gezien, dat baby’s en peuters steeds mobieler worden, beweeglijker. Het begint met een hoop gespartel met armen en benen.

Opeens draaien zij zich voor de eerste keer om op hun buik en voor je het weet kruipen zij overal naar toe.

En dan komt het grote moment. Misschien met de hulp van een tafel of stoel, maar opeens staan ze rechtop, min of meer. Om even later weer op hun bips terug te vallen.

En dan komen de eerste stappen, wankelend, vallend, weer opstaan en opnieuw proberen.

Wat wij niet gezien hebben is dat ouders boos worden om de valpartijen van hun kleintjes. Dat zou heel vreemd zijn. Leren lopen doen wij letterlijk met vallen en opstaan. Zo doen wij, mensen, dat, en niet anders. Ouders zijn dankbaar en trotst dat hun kleine begint te lopen. Als ze zijn gevallen en zich misschien hebben bezeerd, worden ze opgetild, geknuffeld, en aangemoedigd om het nog eens te proberen.

Zoals wij naar baby’s en peuters kijken, zo kijkt Jezus Christus naar zijn leerlingen. Hij houdt van hen. Hij vindt het geweldig, dat Petrus zijn eerste stappen op het water zet; het water: symbool voor het soms onzekere leven. Jezus realiseert zich, dat Petrus in zijn leven een belangrijke stap zet in de richting van een vertrouwvol volwassen geloof. Hij wist, dat het bijna-kopje-ondergaan van Petrus niet het einde was, geen mislukking, maar een mijlpaal op zijn weg om stap voor stap een goede leerling te worden.

Ja, het klopt, Petrus had weinig geloof. Jezus noemt hem een ‘kleingelovige.’ Maar hij had tenminste geloof! Hoeveel mensen zijn er niet in de wereld, die géén geloof hebben!? Beter een klein geloof dan géén geloof! En, lieve mensen … wie van ons zou het Petrus hebben nagedaan!? Niet voor niets bleven al de andere apostelen in de boot!

Jezus Christus is ook blij, dat wij hier zijn, dat ook wij zijn leerlingen proberen te zijn. Hij vindt het geweldig als wij erin slagen zijn liefde aan anderen door te geven en Hij reikt ons meteen een helpende hand als er ook maar een kleine misstap is geweest of er komt een twijfel op in ons hart – zo van: zou al dat bidden wel helpen!? – Hij is er bij. Hij weet, dat wij niet anders kunnen groeien dan met vallen en opstaan.

Misschien dat wij net als de heilige apostel Petrus iets nieuws kunnen doen, een nieuwe stap kunnen wagen. Wij zitten in de familie of met de buren misschien al jaren met een kwestie, die niet uitgepraat is. Wij hebben ons erbij neergelegd. Bidden wij om wijsheid en kracht en stappen wij uit ons bootje van berusting. Gaan wij proberen het uit te praten. Misschien dat wij in het begin wankelen als een peuter, die begint te lopen. Geeft niet, als de eerste stap maar gezet wordt. De rest komt wel.

Misschien valt er niets uit te praten, maar hebben wij een bepaalde persoon, die wij vaker tegenkomen, gewoon nooit gedag gezegd. Waarom zouden wij dat ook doen!? Wij kennen hem of haar niet. Stappen wij uit ons bootje van “die wel en die niet” en zeggen die persoon gedag of al knikken wij alleen maar in zijn of haar richting; het is toch weer een stap in de goede richting. Wie weet wat er gaat groeien en hoe je elkaar tot steun kon zijn.

Misschien zou iemand, die wat tijd over heeft, toch maar eens de stap kunnen zetten om wat vrijwilligerswerk te gaan doen. Wij als parochiekerk kunnen best nog wel een paar helpende handen gebruiken.

Broeders en zusters, wij hoeven niet over water te gaan lopen, maar Jezus hoopt wel, dat wij de komende week in een bepaalde kwestie mínstens één stapje in de goede richting zetten. Eén stap in de goede richting geeft méér vrede dan zonder dat stapje.

Laat ieder voor zich kijken wat hij of zij kan doen. Amen.

Dionysiusparochie