Preek op 09-03-2017, donderdag in de 1e week van de Veertigdagentijd

Preek op 09-03-2017, donderdag in de 1e week van de Veertigdagentijd

openingswoord

Allemaal welkom vanmorgen bij de eucharistieviering. Vandaag is het de achtste dag van de veertigdagen tijd. Een tijd waarin we worden uitgenodigd ons te verdiepen in Gods Woord. Wat betekent het vasten, bidden en aalmoezen in ons dagelijks leven? Is voor ons het Woord van God, zoals dat in H. Schrift tot ons komt nog een leidraad in ons dagelijks leven?

Vandaag wijst Jezus ons erop, wat de kern is van de wet en de Profeten van het Oude Testament: “Alles wat Gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen”. Het moet ook ons uitgangspunt zijn. Een goede viering toegewenst.

preek

Een van de drie ingrediënten van de vasten tijd is bidden. Koningin Ester uit de eerste lezing nam in doodsnood haar toevlucht tot de Heer. De joodse vrouw Ester was koningin geworden aan het Perzische hof. Het joodse volk dreigt te worden vernietigd, maar Ester komt vanwege de situatie tot gebed.

Tot gebed komen als je zelf geen uitkomst meer ziet.

Wij kunnen zelf zo veel, wij denken zoveel op te kunnen lossen, zodat het lijkt dat er veel minder echte nood is. Onze ouders en voorouders, zo lijkt het, stonden met alles voor God om hulp en steun.

Is het verkeerd om met al onze noden naar de Heer te gaan en zijn zegen te vragen over alles wat we doen, wat we ondernemen, zijn zegen te vragen over ons leven? U en ik wij denken zelf zoveel te kunnen oplossen, is God dan niet langer de Heer van het leven en van al wat bestaat? Ik denk wel eens, hadden wij maar een fractie van het geloof van onze voorouders.

Ester refereert bij God wat Hij allemaal heeft gedaan voor haar voorouders. Hij heeft alles gedaan wat Hij heeft beloofd. Haar bidden wordt ingegeven door de bezorgdheid voor haar volk. Zij neemt het risico om bij de koning te pleiten voor haar volk, maar eerst vraagt ze steun bij God. In vertrouwen te rade gaan bij God. Bij Hem steun vragen, maar dan zelf aan het werk om te pleiten bij de Koning. Ze neemt daarmee een groot risico.

In alle omstandigheden moeten we bidden, zodanig dat het een gewoonte wordt.

Regelmatig voor God staan met onze vragen. Jezus zegt immers tot zijn leerlingen in het evangelie: Vraagt en u zal gegeven worden, zoek en ge zult vinden, klopt en er zal worden open gedaan. Het lijkt de ultieme oplossing voor onze noden en vragen. Maar hoe anders is niet vaak ons gebed, waarin we God van alles en nog wat vragen, maar er zelf bij blijven zitten en alleen God het werk op laten knappen. Dan loop je kans om te vragen en niet te verkrijgen, te zoeken en niet te vinden, te kloppen zonder dag er iemand open doet. God zal niemand verhoren die zelf niet de handen uit de mouwen wil steken om er iets aan te doen, niemand die onwillig is zijn kruis op te nemen om de Heer te volgen (Mt.10,38). Wie bereid is zelf zijn steentje bij te dragen, zal door God ook worden gegeven wat hij vraagt. Misschien in een andere vorm, maar je kunt er mee op weg.

De laatste regel uit het evangelie: “Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen”. Wees in ieder geval bereid om de handen uit de mouwen te steken. Dat wat God voor ons doet, is niet na te volgen in zijn volledigheid, maar als Hij ziet dat wij pogingen doen zal Hij altijd naast ons staan. Amen.

Dionysiusparochie