Preek op 01-03-2017, Aswoensdag, pastoor Frank Domen

Preek op 01-03-2017, Aswoensdag, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom bij deze heilige Aswoensdagviering, de eerste dag van de Veertigdagentijd, een tijd waarin wij – nog meer dan anders – Gods genade kunnen ontvangen.

In onze samenleving geldt de harde regel, dat voor niets de zon opgaat. Willen wij in het leven iets bereiken, dan zullen wij ons er ook voor moeten inspannen. Wie niets doet, hoeft op niet veel te rekenen. Sommige mensen kunnen niet werken, dat ligt anders; die moeten van harte ondersteund worden.

In de Kerk hoeven wij geen prestatiementaliteit te hebben, bij voorkeur niet zelfs. Wij hoeven niets te bereiken, tenzij de heiligheid, die God voor ieder van ons heeft weggelegd. Wij hebben een genadige God. Hij heeft sowieso de eerste stap in onze richting gezet. Staan wij op om Hem met twee stappen tegemoet te treden, dan zet Hij – bij wijze van spreken – weer vier stappen in onze richting. Hier is geen wiskundige formule voor, want zowel bij Hem als bij ons gebeurt dit alles uit liefde.

Laten wij daar dan ook in deze heilige Eucharistieviering – kijkend naar Jezus Christus – over nadenken: wat heb ik voor God over? Hoe ver reikt mijn liefde? Hoeveel liefde zou ik willen ontvangen, van God en van mensen? Laten wij ons ook plechtig voornemen om veel liefde te geven, aan God en aan mensen.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer, help ons deze tijd van christelijke dienst te beginnen met een heilig vasten, om in de strijd tegen de machten van het kwaad sterk te staan door de beoefening van de matigheid. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen.

preek

De profeet Joël spreekt in de eerste lezing indringende woorden. Hij zegt: “Verzamelt het volk, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen.” Waarom zo indringend? Is er soms een probleem? Een grote bedreiging? Ja, een enorme zwerm sprinkhanen gaat over het land en vreet alles kaal. Er is niets meer om te eten en niets meer om aan God te offeren. En de profeet Joël zegt, dat dit niet zomaar gebeurt – in onze moderne westerse wereld zeggen wij gewoon: het is een natuurramp – maar Joël zegt, dat dit Gods oordeel over het volk is vanwege hun zonden. Daarom roept hij het volk bijeen in de tempel, zodat zij samen de Heer kunnen zoeken, berouw kunnen tonen en samen tot God kunnen bidden.

Maar op dezelfde dag waarop deze oproep klinkt tot een publieke dienst van gebed en inkeer, zegt de evangelielezing, dat wij niemand moeten laten weten, dat wij bidden, vasten en aalmoezen geven. Toch heeft Jezus Christus niets tegen een publieke eredienst rondom de vasten, integendeel, anders zouden wij vanavond ook niet hier bij elkaar zijn. Maar er zijn in Jezus’ tijd blijkbaar zo veel schijnheiligen, die met hun goede werken lopen te pronken, dat Jezus verklaart, dat wij zo niet moeten vasten. Vasten is een werk ter ere van God, om zijn barmhartigheid af te smeken, en is niet bedoeld als een werk ter ere van onszelf: Kijk eens hoe goed ik ben!

Lieve medeparochianen, als wij deze beide lezingen met elkaar combineren, ontdekken wij een soort routekaart voor de Veertigdagentijd. Voor deze genadetijd, waarin wij worden uitgenodigd om de Heer beter te leren kennen, geeft onze hemelse Vader ons aanwijzingen hoe wij dat kunnen doen.

Allereerst, zegt Jezus Christus ons, moeten wij in stilte onze eigen besluiten nemen en persoonlijk tijd doorbrengen in gebed. Maar tegelijkertijd zegt de eerste lezing ons hoe belangrijk het is, dat wij in de Veertigdagentijd bij elkaar komen, om als volk de Heer te zoeken, onze reisdoelen met elkaar te bespreken en elkaar onderweg te bemoedigen.

Hoe wij dat kunnen doen, elkaar ontmoeten? Wij zijn nu al met elkaar samen. Maar wij zouden ook als gezin kunnen samenkomen om een stukje uit de heilige Schrift te lezen. Misschien zijn er andere gelovigen mensen in de straat, die willen meedoen. De ene keer bij jou thuis, en een andere keer bij de ander. Wij kunnen als gezin besluiten om samen iets aan de vasten te doen, bijvoorbeeld wij nemen gedurende heel de Veertigdagentijd geen soep bij de warme maaltijd en ook geen toetje. Of als dat te zwaar is alleen op woensdag en vrijdag geen soep en geen toetje. Tussen haakjes: de zondagen horen niet bij de vastentijd. Op zondag hoeven wij niet te vasten. Als wij als gezin samen vasten, maakt ons dat als gezin ook sterker. En sterke gezinnen maken ons samenleving sterker.

Eten en drinken en lekkere hapjes tussendoor loslaten is belangrijk, kan bijdragen aan de vrede als wij dit vasten als offer aan de Heer aanbieden. Het kan vrede bewerken, ver weg en dichtbij. Maar de belangrijkste vorm van loslaten is nog altijd het loslaten van de zonde. Laten wij daarom allemaal deze dag even goed nadenken over de vraag wat mijn grootste zwakheid is. Waar doe ik God en mijn medemensen het meeste verdriet mee? Proberen wij dat dan los te laten. Vast in je gewoonte om niet te willen helpen, dus ga wel helpen; vast in je gewoonte om snel boos te worden, dus blijf geduldig. Vast in je gewoonte om weinig en snel en onaandachtig te bidden, dus probeer van je gebed een echt gesprek te maken.

Dit zijn zomaar een paar goede voornemens. En als wij ze op ons nemen, zal dat zeker gebeuren met vallen en opstaan. Dat geeft niet. God weet dat wij zwakke mensen zijn. Als wij gevallen zijn, ons vergist hebben, geven wij het dan niet op, maar gaan wij verder waar wij gebleven zijn. Tonen wij God onze goede wil en uiteindelijk zullen wij met Pasen veel hebben om de Verrezen Heer Jezus Christus aan te bieden. Amen.

Dionysiusparochie