Overweging op 01/02-09-2017, 22e zondag door het jaar A, in de tehuizen, Jannie Ligthart

Overweging op 01/02-09-2017, 22e zondag door het jaar A, in de tehuizen, Jannie Ligthart

openingswoord

Beste medegelovigen, welkom in deze Woord en Communieviering in het weekend van de 22e zondag door het jaar. De lezingen sluiten zo op elkaar aan, dat wij onszelf er in kunnen herkennen. In de eerste lezing verzucht de profeet Jeremia, in zijn gebed met God, dat Hij geen profeet meer wil zijn. Hij wordt erom bespot, en voelt zich alleen staan. Gelukkig houdt de liefde voor God hem gaande. In de tweede lezing spoort de apostel Paulus de christenen van Rome aan, om zich aan God te wijden, zich van het wereldse af te keren, om zo te onderscheiden wat God van eenieder wil. In het Evangelie geeft Jezus duidelijk aan: dat wie de wil doet, van onze Hemelse Vader, eens in heerlijkheid bij Hem in zal zijn.

Als we willen leven, naar wat God van ons vraagt, kijken we waar en hoe wij andere mensen kunnen helpen. Daarbij zullen wij onszelf tussen haakjes moeten zetten.

Dat is wat Jezus vandaag van ons vraagt.

Omdat we nog vaak tekort schieten in ons doen en laten maken wij het even stil in onszelf en bidden we samen de schuldbelijdenis, om de Heilige Communie waardig te kunnen ontvangen.

overweging

Lieve medegelovigen, vorige week hoorden we Petrus op de vraag van Jezus: “Wie zeg jij dat ik ben”, antwoorden: “Gij zijt de Christus de Zoon van de levende God”. Jezus zei toen tegen Petrus dat dit antwoord hem ingegeven is door zijn hemelse Vader. Er staat: ”Niet vlees en bloed hebben jou dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is”. Vandaag horen we Jezus praten over het lijden dat Hem te wachten staat, en zegt Hij tegen zijn leerlingen dat zijn Christus-zijn, zijn dood zal betekenen. Petrus reageert vanuit een menselijk denken: “dat kan toch niet waar zijn, dat nooit.”

Herkennen we deze dualiteit bij Petrus ook wel in onszelf. Soms zijn we zeker in ons geloof en vertrouwen, en kunnen we denken en praten vanuit het denken van God. Maar met name als er moeilijkheden, verdriet en lijden op ons pad komen, is het ook voor ons moeilijk om dit vanuit heen goddelijk denken te accepteren, onze reactie is dan ook, waarom dan toch, dit kan toch niet waar zijn?

Jezus geeft Petrus de volgende les en zegt: “Ga weg, duivel die je bent, nu laat je je niet leiden door God maar door maar al te menselijke overwegingen”. Zo zien we de twee kanten van Petrus, zo herkennen we ons in hem. Wanneer Petrus Jezus belijdt als de Christus is hij de rots. Maar wanneer hij Jezus wil afhouden van diens levensweg, wordt hij door Jezus een duivelse verleider genoemd die zich laat leiden door menselijke overwegingen.

Jezus zegt dan tegen Petrus: “Je plaats is achter Mij, jij moet Mij volgen, niet ik jou.” Dat zei Jezus tegen Petrus, en Jezus zegt dat nu ook nog tegen zijn Kerk en tegen ieder van ons. Dit was voor Petrus een strijd, en dat is het ook voor ieder van. Het is niet gemakkelijk om Jezus weg te gaan in goede en slechte tijden. Het is hard werken om daar een evenwicht in te vinden.

Jezus zegt dan ook: “wie Mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen”. Maar wat bedoelt Jezus daarmee? Jezus heeft zich uiteindelijk zelf niet verloochend. Hij is juist trouw aan zichzelf gebleven en is daarin ons voorbeeld. Jezus bleef trouw aan zijn geloof in Gods wil, in God die een en al verlangen is dat mensen zullen toekomen aan leven en levensgeluk, God die liefde is en dus zijn geluk vindt in dat van een ander. Daar had Jezus alles voor over, tot en met zijn eigen leven. Maar ook bij Jezus zal dat niet zonder innerlijke strijd gegaan zijn.

Jezus voorvoelde de gewelddadige dood die hem wachtte. Zou Hij begrepen hebben dat Hij leed voor het heil van de hele mensheid. Of was er bij Jezus, zoals wij dat ook in ons leven meemaken, op die momenten een mengeling van vertrouwen en vertwijfeling in zijn hart. Jezus heeft als mens geleefd met dezelfde gevoelens als Petrus en ieder van ons. Jezus streed ook met de verleidingen van het leven, en we weten ook hoe Hij daarmee omging. Ook hierin is Hij een voorbeeld. Vaak lezen we in de evangeliën dat Jezus zich terugtrok in de stilte. Daar waar geen afleiding was, bleef Hij in contact met de Vader, en na een innig, intens bidden kon Jezus steeds weer zeggen : “Vader, niet mijn wil maar uw wil geschiedde”. Kunnen wij dat ook opbrengen?

Vandaag zegt Jezus tegen Petrus en tegen ons: “Als je mij kunt en wilt belijden als de Gezondene van God, dan zal je mij op die weg moeten volgen en dezelfde strijd voeren. De strijd om je leven en levensgeluk te vinden door je te geven voor het geluk van anderen. Dat is leven zoals God het bedoelt, het is Zijn wil. Dan kunnen we worden wat we in aanleg al zijn: het geliefde kind van God. Dat kind moet in ons kunnen groeien, om meer en meer op Jezus te gaan lijken. Jezus laat ons vrij in deze keuze, we moeten het zelf willen.

Door de wil van onze hemelse Vader te doen, gebeurt het dat we af moeten zien van onze eigen regie die we in het leven bedacht hadden. Je zet strepen door activiteiten die niet door kunnen gaan, je kunt jezelf aan de zijlijn voelen staan. Dan is er de strijd om je door het geluk en welzijn van de ander, jezelf te hervinden en ook zelf gelukkig te zijn.

Waar het om gaat is het volgen van Jezus op de weg naar het ware geluk, en dat is de inspanning voor het geluk van onze naaste. Het is een strijd, het is zeker niet gemakkelijk. Dát kruis opnemen is een juk, een last, maar die last kan licht zijn als we Jezus dicht bij ons toelaten. Door in gebed dicht bij Jezus te blijven wordt ons hart lichter en kunnen we, elke dag opnieuw de strijd aan om ons kruis te dragen. Door Gods wil proberen te doen kunnen we ons leven leiden dat ons naar het ware Leven bij onze hemelse Vader leidt.

En Gods wil is 24 uur per dag buitengewoon duidelijk. Je hebt vaak niets te kiezen, het kruis wordt ons domweg opgelegd: je situatie zoals die is, de mensen met wie je nu eenmaal het leven deelt, de loop van je leven, je gezondheid, je gezin. Maar in elke situatie kunnen we ons geluk vinden , door naar het geluk van onze naaste om te zien. Door de dag heen kan het zomaar aan je gevraagd worden. Denk aan Simon van Cyrene, hij werd gewoon gevorderd om het kruis van Jezus mee te dragen, hij moest wel, de situatie vroeg erom. Dat is wat God wil.

Door op zoek te gaan naar het geluk van een ander, kunnen we Gods wil doen door alles proberen los te laten wat dat tegenwerkt. Dan volgen we Hem die we belijden als de Christus, de Zoon van de Vader. Amen.

Dionysiusparochie