Preek op zondag 31-05-2015, hoogfeest van Drie-eenheid, pastoor Frank Domen

Preek op zondag 31-05-2015, hoogfeest van Drie-eenheid, pastoor Frank Domen

openingswoord

Beste medegelovigen, welkom, wij vieren vandaag het feest van de heilige Drie-eenheid: dat er in God drie Personen zijn, Vader, Zoon en heilige Geest. Alle drie zijn ze God en toch is er maar één God. God is zo veel groter en machtiger dan wij. Wat heerlijk – zeker in deze voor de wereld zo onrustige tijd- dat wij ons aan deze God mogen toevertrouwen.

In de eerste lezing zullen wij horen hoe Mozes het volk aanspreekt. Of ze weten of er ooit een God is geweest, die met zijn mensen zo vertrouwelijk omgaat als hun God doet. Zo deed en doet Hij vanaf de dag, dat God de eerste mensen had geschapen. Later sprak Hij vanuit het vuur tot Mozes. In Egypte had God geweldige tekenen voor hun ogen verricht. Nee, wil Mozes zeggen, er is geen enkele andere God, die zo doet. Er is sowieso maar één God, zegt Mozes: ònze God.

Gaan wij vertrouwelijk om met God? Hebben wij bijvoorbeeld, voordat de heilige Mis begon, al even met God gesproken? Wij waren toch al in zijn huis!

Hoe vertrouwelijker met Hem omgaan, hoe meer Hij ons en andere mensen kan zegenen. Vragen wij vergeving voor eventuele gemiste kansen en proberen wij zo veel mogelijk met ons hart bij God te zijn.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heilige Vader, Gij hebt uw woord gehouden: uw Zoon is mens geworden; zijn Geest leeft in uw Kerk en maakt de liefde openbaar, waarmee Gij ons bestaan vervult. Zo zijt Gij, God, één in uw drievuldigheid. Wij vragen U, dat alles wat wij zijn en doen, belijdenis mag worden van uw heilige Naam. Door… Amen.

preek

Wij hoorden in de eerste lezing, dat Mozes de joden duidelijk probeert te maken, dat er maar één God is.

Geloven ook wij, dat er maar één God is!? Eén Iemand dus tot wie wij in geval van nood onze toevlucht kunnen nemen?

Het gebeurt weleens dat wij ons uit het lood geslagen voelen. Wij voelen ons ‘down’, hebben nergens zin in.

Nemen wij dan meteen onze toevlucht tot die ene God waarin wij geloven? Of hebben wij voor noodgevallen nog een paar ‘reservegoden’?

Je kunt je afvragen of God werkelijk je God is als je in dat soort situaties meteen veel meer gaat roken of drinken, je eet de hele koektrommel leeg, je ploft neer voor de tv en kijkt uren achter elkaar.

Ik moet eerlijk toegeven, dat ik ook weleens een halve koektrommel heb leeggegeten, een paar zakken chips en uren lang met een moedeloos gevoel voor de tv heb gehangen… in plaats van even naar de kapel te lopen, nota bene bij mij in huis. Service aan huis. Jullie zouden thuis ook voor een kruisbeeld kunnen gaan staan. Maak een kruisteken en gooi je woede, je teleurstelling en frustratie er maar uit. Maak van je boosheid een gebed.

Zoals God vanaf de schepping heel vertrouwelijk met de mensen omging, zo wil Hij dat ook met ons doen. Hij wil betrokken worden bij onze vreugde en bij ons verdriet. Hij wil, dat wij Hem aanroepen als wij ons terneergeslagen voelen. God is niet iemand voor de zaterdagavond of de zondagmorgen, nee, God is God voor elke minuut van elke dag.

Dat zien wij in de tweede lezing. Paulus zegt, dat wij de geest van het kindschap hebben ontvangen.

Als er in de moederschoot een nieuw mensje ontstaat, worden er èn van de moeder èn van de vader allerlei eigenschappen in dat nieuwe leven gelegd. Zo legt God op het moment van het doopsel, de eenwording tussen God en de mens, niet iets van zichzelf in de mens, maar zelf gaat Hij in het nieuwe leven plaatsnemen. God neemt de mens aan tot zijn kind, Hij adopteert ons.

Ouders, die een kind adopteren, dat is al heel mooi. God kan in de wijze van adopteren echter nog veel verder gaan. Ouders kunnen het – bij wijze van spreken – reeds kant en klare kind overladen met liefde en zorg, maar verder kunnen zij het kind alleen nog maar een beetje vormen, zij kunnen niet echt zichzelf in het kind leggen. Het kind heeft niet het DNA van de ouders. God echter legt zichzelf in zijn adoptiekind. Het mensenkind wordt zijn woning. Paulus zegt: Wij zijn tempels van de heilige Geest.

Tussen haakjes, in deze lezing komt heel duidelijk de drie-ene God om de hoek kijken. Met Jezus Christus zijn wij kinderen van de Vader door de inwoning van vooral de heilige Geest.

Nu begint Paulus de lezing met de opmerking, dat wij ons moeten laten leiden door de Geest van God. Weten jullie, toen God het eerste mensenpaar pas had geschapen, waren er drie zaken anders dan nu.

Op de eerste plaats zagen de mensen goed in, dat God hun Schepper en Vader was en dat zij helemaal van Hem afhankelijk waren.

Op de tweede plaats was er sprake van een volmaakte harmonie in de mens. De ziel – waar het verstand zetelt en de vrije wil – was de baas over het leven. De pas geschapen mens liet zich bijvoorbeeld nooit gaan in woede, want het verstand en de wil hadden het leven onder controle.

En het derde was, dat de mens van de geschapen dingen in de wereld wel kon genieten, dat was ook Gods bedoeling, maar de mens wist terdege, dat ze voorbijgaand waren en daarom ging het verlangen van de mensen veel minder uit naar het aardse en veel meer naar God en zijn medemens.

Nu echter, lieve mensen, zien wij, dat bij veel mensen die harmonie ernstig verstoord is. Niet meer de ziel is de baas, maar soms zijn het de emoties of de hartstochten. Mensen laten zich soms leiden door een blinde woede. Wij zien een overwaardering van rijkdom en macht, van luxe, met alle gevolgen van dien: hebzucht en jaloezie, ruzie en oorlog om olie.

Als Paulus spreekt over een geest van slaafsheid, doelt hij onder andere op dit soort zaken. Laat niet je emoties of je hartstochten de baas zijn, want dan ben je er een slaaf van. Werk je niet te pletter om maar alles te kunnen kopen wat je ogen zien en wat je hart begeert, want dan ben je slaaf van het aardse. Hoe kun je nu slaaf willen wezen van iets, dat over een aantal jaren weer op de vuilnisbelt ligt!?

Paulus zegt: Net als in Jezus Christus, woont de Geest van de Vader in jou, en daardoor ben ook jij kind van God en dus ook zijn erfgenaam.

Beste medegelovigen, wij zijn in deze wereld op weg naar God. In het evangelie hoorden wij hoe Onze Heer Jezus Christus zijn apostelen er op uit zond, om te preken en te dopen, uiteraard, maar terwijl zij zo doen, zijn zij meteen door deze wereld heen onderweg naar God.

Denken wij er aan: wij zijn door God op deze wereld gezet. En Hij laat ons hier niet aan ons lot over, want de heilige Geest leeft in ons, bezielt ons, geeft ons wijsheid en goede raad. En Jezus Christus heeft ons voorgedaan, dat een christelijk leven mogelijk is en ook Hijzelf staat ons nog steeds bij, vanuit de hemel én door de sacramenten.

Wij hebben een God, die vertrouwelijk met ons wil omgaan, als een Vriend en Vader. Doen wij evenzo. Spreken wij Hem dikwijls aan. Weten wij, dat van alle doelen, die wij ons in dit leven stellen er uiteindelijk maar één over blijft: Gods eeuwige leven.

Ikzelf ben de laatste tijd meer en meer gaan bidden tot het Onbevlekte Hart van Maria. In 1917 heeft Maria in Fatima, Portugal, beloofd, dat er spoedig vrede zal komen als haar Onbevlekte Hart veel meer zal worden vereerd. Ik merk aan mezelf, dat het helpt. Als er iemand volledig harmonieus is en leeft – als de drie-ene God – dan is het wel Moeder Maria. Let wel, belangrijk is, dat wij haar Hart vereren, haar Onbevlekte Hart. Willen wij betere christenen worden, wil de wereld beter worden, dan moet er een grote omslag komen in de hart van de mensen.

Vereren wij haar Onbevlekte Hart, opdat onze harten meer op dat van de drie-ene God mogen gaan lijken. Amen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.