Preek op 29-11-2015, de 1e zondag van de advent, jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 29-11-2015, de 1e zondag van de advent, jaar C, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom. Het is vandaag de eerste zondag van de advent, de voorbereidingstijd op het grote feest van Jezus’ geboorte. Onze koster gaat de eerste kaars aansteken.

God wordt mens onder de mensen. Om dat te kunnen zien, moet je natuurlijk wel de ogen van je hart openen. Onder al die duizenden kleine kindjes, die dagelijks worden geboren, moet je dat ene goddelijke Kind weten te herkennen.

De herders en de wijzen kregen een ster te zien. Die wees naar het Kind. Als zelfs zij al Gods bijstand nodig hadden, hoe veel te meer dan wij.

Proberen wij van deze adventstijd een heilige tijd te maken. Intensiveren wij ons godsdienstig leven. Dat doen wij toch ook als wij bijvoorbeeld een verjaardag of een bruiloft gaan voorbereiden. Dan zal God ons zijn licht geven. Dan zullen wij met kerstmis zijn goddelijke Zoon, hoe klein ook, weten te herkennen.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, Heer en Schepper, hemel en aarde hebt Gij gemaakt. De zon, de maan, de sterren: het is het werk van uw handen. Open onze ogen, opdat wij overal uw hand herkennen; dat wij waakzaam blijven totdat uw Zoon wederkomt, Jezus Christus, Messias. Die met U leeft en heerst… Amen.

preek

Broeders en zusters, Jezus Christus gebruikt sprekende beelden om het einde der tijden aan te kondigen. Het is angstaanjagend hoe Hij het beschrijft. Tekenen aan zon, maan en sterren, volkeren verkeren in angst, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee.

Met het evangelie van vandaag wil Hij ons twee dingen duidelijk maken: er moet veel water door de zee van ellende voordat Hij terugkomt; in de tussentijd moeten wij waakzaam blijven en bidden en niet moedeloos worden.

Als Jezus Christus in onze tijd zou hebben geleefd, zou Hij misschien andere beelden hebben gebruikt. Wellicht zou Hij de wanorde beschrijven, die er is tussen de verschillende landen; sommige culturen, die met elkaar botsen. Misschien zou Hij verdeeldheid opnoemen, die voortkomt uit de strijd tussen de verschillende kerkopvattingen en godsdiensten.

Maar hoe Hij het ook zou zeggen, Hij zou in ieder geval blijven zeggen: Wanneer zich dit alles begint te voltrekken – deze ellende – richt u dan op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij. Met andere woorden: Ga er niet onder gebukt, laat je schouders niet hangen, maar blijf waakzaam en bid, en probeer in de tussentijd zelf het goede te doen. Dat scheelt weer aan ellende.

Op school hebben wij geleerd, dat er drie hoofdtijden zijn: de verleden tijd, de tegenwoordige en de toekomstige tijd. Alle drie moet je ze anders vervoegen en gebruiken. Leerlingen vinden het soms moeilijk om er mee om te gaan en ook volwassenen kunnen er moeite mee hebben.

In ieder geval in die zin, dat sommige mensen enkel de verleden tijd lijken te kennen. Zij praten bijna nooit over iets anders. Zij verheerlijken het verleden, maar anderen kunnen er alleen maar over mopperen.

Beste mensen, het verleden hoeven en moeten wij niet wegstoppen. Het is een deel van ons leven. Wij kunnen ervan leren. Wij halen allemaal weleens oude koeien uit de sloot, maar als wij niets anders doen als zeggen hoe goed het vroeger allemaal wel niet was en hoe slecht het tegenwoordig gaat, zijn wij toch verkeerd bezig.

Weer andere mensen zijn alleen bezig met de toekomstige tijd. Ook dat kan weleens een bron zijn van getob en overspannenheid. Altijd maar piekeren over hoe het verder moet, of altijd maar bezig om de dag van morgen veilig te stellen én… vergeten om vandaag te leven. Naast deze drukdoeners hebben wij ook nog de mensen, die geen enkel vertrouwen hebben in de toekomst.

Broeders en zusters, zowel te veel stilstaan bij het verleden bezig zijn als te veel vooruitkijken naar de toekomst, kan mensen verlammen en belemmeren om vandaag te leven.

Zeker wij, gelovigen, moeten weten, dat iedere nieuwe dag een geschenk van God is waarmee wij aan de slag moeten gaan. Niet blijven stilstaan bij het goede van gisteren en al helemaal niet bij het kwade. Met een nieuwe dag in de hand moet je niet vooruitkijken naar de dag van morgen, want dan doe je niets met de dag van vandaag.

Ieder moment van de dag, ieder gebeuren, iedere ontmoeting, is een uitnodiging van de kant van God om zijn liefde waar te maken, hier en nu, en niet gisteren of morgen.

De adventstijd, broeders en zusters, is een tijd, die ons uitnodigt om extra waakzaam te zijn. Wij zouden eens wat in de heilige Schrift, de Bijbel kunnen lezen. Dan zouden wij bijvoorbeeld zien hoe Jezus één van zijn leerlingen roept en hoe deze vraagt of hij eerst nog zijn vader mag begraven en hoe Jezus dan antwoordt: Laat de doden hun doden begraven, m.a.w.: breek jij nu maar met dat verleden en begin een nieuw leven, vandaag, hier en nu.

En als Jezus Christus eenmaal al zijn apostelen heeft geroepen, zegt Hij tegen hen, dat zij moeten kijken naar de vogels in de lucht en naar de bloemen op het veld. Niemand van jullie is zo mooi gekleed als zo’n bloem. En daar zorgen zij niet zelf voor, maar de Vader in de hemel. Als de hemelse Vader al zo goed zorgt voor een bloem, hoe veel te meer zorgt Hij dan voor jullie. En Hij besluit dan met te zeggen, dat wij ons geen zorgen moeten maken over de dag van morgen en dat iedere dag genoeg heeft aan zijn eigen leed.

Of in plaats van de Bijbel te lezen, zouden wij eens een mooi heiligenleven kunnen leven. Soms kom ik door het lezen van zo’n leven helemaal in vuur en vlam te staan. Hun voorbeelden werken aanstekelijk. Wij hebben prachtige boeken op de pastorie.

Charles de Foucould, die als broeder leefde onder de armen van Marokko. Pater Maximiliaan Kolbe, die als katholiek priester-journalist opkwam voor de vrijheid van meningsuiting en dat in een Duits concentratiekamp met de dood moest bekopen. Of Catharina van Siëna, een zeer intelligente religieuse, die met behoud van respect de paus stevig aanpakt en hem deed terugkeren van Avignon naar Rome.

Beste medegelovigen, als iemand je iets vraagt, kun je – als je veel van de betreffende persoon houdt – hem niet weigeren. Wel, het is God zelf, die ons ieder nieuw ogenblik van de dag aanbiedt, iedere ontmoeting. Laten wij Hem ieder ogenblik teruggeven, maar verrijkt, verrijkt met de liefde van zijn Zoon. Amen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.