Preek op 27-09-2015, de 26e zondag door het jaar B, pastoor Frank Domen

Preek op 27-09-2015, de 26e zondag door het jaar B, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, van harte welkom bij deze heilige Eucharistieviering.

In de eerste lezing horen wij over de profeet Mozes. Hij is door God geroepen om het volk te leiden. Maar deze opdracht blijkt voor één man te zwaar en daarom legt God een deel van de Geest, die Mozes bezielt, op de zeventig oudsten. En Mozes verklaart: Ik zou willen, dat héél het volk profeteerde.

God heeft zijn profeten, maar het gaat er niet om dat wij allemaal letterlijk profeteren, de toekomst voorspellen. Belangrijk is, dat wij ons in ons dagelijks leven laten leiden door de Geest van God. Dat wij doen en zeggen wat Gods Geest ons influistert. Dat wij over andere mensen denken, zoals God over hen denkt. Het leven van Paus Franciscus bijvoorbeeld is één grote profetie.

Moge het evangelie de leidraad voor ons leven zijn. Daarin vinden wij Gods ideeën over een betere wereld. Laten wij het zo proberen: vol liefde voor alle mensen zonder onderscheid, rechtvaardig en onszelf niet beter achtend dan een ander.

Gistermiddag heb ik een jongetje gedoopt, Waylon, 2½ jaar. Vóór de doop vroegen twee oudere dames of hij mij wel kent. Ik ga op mijn hurken bij hem zitten en vraag: “Waylon, in wat voor een auto rijdt de pastoor?” Waarop Waylon antwoordt: “Toyota.” Waylon, 2½ jaar, kent zelfs het automerk van de pastoor.

Mogen ook wij door deze heilige Mis Jezus en Maria weer een beetje beter leren kennen.

openingsgebed

Laat ons bidden. Goede God, Gij kent geen aanzien van persoon en Gij sluit niemand van uw liefde uit. Blijf ons voor ogen houden, dat echte liefde altijd rechtvaardigheid veronderstelt. Geef, dat wij ons niet beter wanen dan de anderen, en het goede erkennen, dat buiten ons geschiedt. Door onze Heer… Amen.

preek

Broeders en zusters, er zijn een hele massa katholieken, die niet meer naar de kerk gaan, niet meer bidden, maar ze zeggen, dat zij wel in God geloven.

Vandaag doet Jezus in het evangelie een uitspraak, die ons wat deze niet-praktiserende katholieken betreft, veel hoop geeft. Dit kan dus ook gelden voor sommige van onze kinderen en kleinkinderen en andere familieleden. Jezus zegt namelijk: “Wie niet tegen ons is, is voor ons”.

Wel, velen van die niet-praktiserende katholieken zijn echt niet tegen Jezus. Dus, Hij beschouwt ze als zijnde vóór Hem. Als wij voor hen blijven bidden, mogen wij erop vertrouwen, dat zij nog steeds in de liefde van God leven.

In hetzelfde evangelie doet Jezus echter ook heel pittige uitspraken. Mensen, die de kleintjes aanleiding tot zonde geven, kunnen wij beter met een molensteen om de hals in zee werpen. Als een hand ons tot zonde verleidt, kunnen wij ze beter afhakken.

Geen enkele apostel of heilige heeft deze woorden letterlijk opgenomen. Trouwens, wat schiet je er mee op je oog uit te rukken, want de begeerlijkheid, het verkeerde verlangen, komt niet door je oog, maar komt uit je hart.

Jezus Christus wil duidelijk maken, dat wij naar onszelf kijkend, moeten weten, dat wij in onze keuzes voor of tegen Jezus, géén goedkope compromissen mogen sluiten. Mensen zetten soms veel op het spel als het gaat om geld of carrière. Dan moeten wij nog veel méér overhebben als het gaat om het bereiken van ons einddoel: het eeuwige leven.

Hoe word je een verslaafde met alle gevolgen van dien? Hoe raak je verwijderd van een dierbaar familielid of collega? Hoe kom je tot afval van het geloof? Is het niet vaak, omdat je in het begin geen afstand wilde doen van bepaalde kleine dingen? Het goede groeit langzaam, maar het kwade ook.

Jezus is zo helder in zijn uitspraken, omdat het verlies van God het ergste is wat een mens kan overkomen. Er is een oud gezegd: Geld verloren, veel verloren; eer verloren, meer verloren; God verloren, alles verloren.

Wie een sterk geloof heeft en een eerlijk geweten, weet dat God ook het allerlaatste van je kan verlangen als het gaat om Hem en zijn eeuwige koninkrijk. De martelaren van vroeger én van deze tijd hebben ons dat voldoende bewezen.

Deze radicaliteit valt ons misschien zwaar. Veel mensen houden niet zo van uitgesproken standpunten. Wij willen in geen geval fanatiek worden genoemd. Wij zoeken liever een middenweg – ons kerkgebouw staat zelfs aan de Middenweg – om met iedereen in vrede te kunnen leven.

Broeders en zusters, als Jezus Christus naar onze wat zwakkere medemensen kijkt, zegt Hij barmhartig: wie niet tegen Mij is, is voor Mij. En laten ook wij maar zo denken als iemand ons zegt, dat hij wel gelooft, maar niet naar de kerk gaat.

Maar kijkend naar jezelf, moet je niet denken: God zal mij wel vergeven als ik zo blijf leven. Nee, Jezus Christus verklaart: Niemand kan twee heren dienen; gij zult ofwel de één dienen en de ander haten, ofwel gij zult de één haten en de ander dienen.

Laten wij de komende week onszelf eens afvragen: in welk opzicht zou ik misschien wat flinker moeten zijn? Voor welke aardse zaken zou ik – net als de Paus, die in Amerika liever rondrijdt in een kleine Fiat dan in een grote SUV – wat minder liefde moeten voelen om zo méér liefde te kunnen geven aan Jezus Christus, die toch voor mij zijn leven heeft gegeven en die vooral de Enige is, die mij voor altijd en eeuwig gelukkig kan maken?

Een levende boom groeit en bloeit. Een christen met een levend geloof groeit en bloeit in zijn liefde voor God en medemens. Hoe prachtig, hoe verfrissend en bemoedigend is niet de lente, de tijd waarin alles groeit en bloeit. Zo zou en kan ons geloof zijn: helder en fris, betrouwbaar voor God en medemens. Ze kunnen altijd op ons rekenen.

Misschien kunnen wij de komende week hier en daar een beetje strenger zijn voor onszelf, onszelf iets meer ontzeggen, en in ieder geval een beetje barmhartiger zijn voor de ander. Amen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.