Preek op 26-04-2015, 4e zondag van Pasen, diaken Eelke Ligthart

Preek op 26-04-2015, 4e zondag van Pasen, diaken Eelke Ligthart

openingswoord

Allemaal welkom. Vandaag vieren we de 4e zondag v. Pasen.
Zondag van de Goede Herder, maar ook Roepingenzondag. In het 10e hoofdstuk van het Johannes evangelie horen we het verhaal van de goede herder. Dit gedeelte wordt altijd gelezen op de vierde zondag van Pasen.
Van oudsher heeft de metafoor van de herder gediend als belangrijke inspiratiebron voor het leven in de gemeente van Christus. Pastorale zorg is ten diepste herderlijke zorg.
Daarbij is het voorbeeld van Jezus, voor de apostelen, maar ook voor ons de bron van inspiratie bij uitstek. Dat gold in het prille begin van de kerk reeds voor de apostelen Petrus en Johannes toen zij zorg hadden voor een man die verlamd was vanaf de geboorte. De apostelen ontfermden zich over hem en handelden zo, in navolging van Jezus met zijn inzet en zorg, voor mensen die als schapen aan de goede Herder waren toevertrouwd. Vragen we in deze viering dat Jezus ook voor ons een herder wil zijn, en dat wij voor elkaar herders willen en kunnen zijn.

preek

Dierbare medegelovigen, Vele mensen denken dat roeping alleen is weggelegd voor priesters of diakens, maar er zijn een aantal belangrijke kerkelijke gebeurtenissen waarbij gelovigen worden geroepen bij hun naam. Kinderen die gedoopt worden of volwassenen, worden bij hun naam genoemd en voor het eerst in verband gebracht met God. Bij de eerste H. Communie wordt je naam genoemd evenals bij het Vormsel. Ook als je trouwt in de kerk wordt je naam genoemd. Bij diakens en priesters wordt de naam genoemd, waarbij het antwoord van de wijdeling is: “Ja hier ben ik”.

Je naam is belangrijk, het gaat immers over jezelf. Je wordt aangesproken op je diepste bedoelingen met die ander. Het gaat dan om het verbond dat je sluit met de herder, met God. De zorgzame herder die altijd bezig is met zijn schapen. Hij kent zijn schapen. “Ik ben” is een uitspraak van Jezus die we veelvuldig tegenkomen in de bijbel.
Veel mensen vragen zich af wat die naam is van God, heeft God wel een naam? Ja er moet wel iets zijn, zeggen velen, maar een naam, een beeld. Het ietsisme bloeit weer op zoals alles weer boven komt in de lente.
Ook Mozes vroeg, namens zijn volk bij het brandende braambos: Wie kan ik zeggen wie er tot mij heeft gesproken? En dan zegt God tot Mozes: Zeg hun Die er is, hij heeft mij naar jullie gestuurd, en dat is mijn naam voor eeuwig: Die er is.
Een wonderlijke naam; Die er is. Maar het zegt veel, zo niet alles. Hij, onze God en herder, is er voor ons. Als wij tot hem bidden, is Hij zo onze God, niet iets, maar een herder die op ieder schaap past, want voor God telt iedere mens. Een herder met een menselijk gezicht, een herder met een naam: Die er is.
“Voor altijd ben ik herder voor het volk” zegt God tot Mozes. En dat gaat niet voorbij, ook in deze tijd, onze dagen, is het de roeping van ieder van ons, om in zijn naam, in Gods naam, herder te zijn voor elkaar. Elkaar nabij te zijn, op momenten waar we dat nodig hebben.
Er zijn immer velen die het moeilijk hebben, die door allerlei omstandigheden niet meer mee tellen in de maatschappij, vluchtelingen, daklozen, zelfs kinderen. Uitgeprocedeerde asielzoekers waar partijen om discussiëren of ze nog wel een bed, bad en brood moeten hebben. Het lijken zwervers geworden te zijn, op de vlucht voor oorlog en onderdrukking, op zoek naar menselijkheid. Gevangen in procedures, los van de kudde, naamloos. Ze worden “gevallen” genoemd, krijgen een nummer en worden bijeengebracht in grote groepen, categorieën van wel en niet blijven, van wel of niet bed, bad en brood.
Wij met onze procedures en tradities, met wat we zelf zo graag willen, zijn er sterk in om mensen naamloos te maken en te veroordelen.
Dan is de naam van God, “Die er is” ver weg. Mensen worden bijeen gedreven als met een kudde, maar wij als herders staan toe te kijken aan de zijlijn.
Mensen vragen om aandacht, vragen om aandacht ook binnen de kerk. Aandacht voor hun naam, hun gezicht, aandacht voor wie ze zijn, in kerk en wereld. Regels en procedures moeten er zijn, normen en waarden zijn belangrijk. Maar nog meer, en daar bovenuit is het belangrijker dat we de mens als waarde beschouwen.
Een goede herder roept immers al zijn schapen van overal bijeen. Dat zou ons uitgangspunt moeten zijn.
Een mens met een naam. Zondag ontvangen 26 kinderen de 1e H. Communie. 23 mei worden 27 kinderen en 9 volwassenen gevormd, Ze worden allemaal bij hun naam genoemd. Ze worden als schapen, als kinderen van God opgenomen in de kerk en willen meewerken aan die wereld die Jezus voor ogen staat.
Hij was niet bang te breken met tradities en voorschriften. Hij is en blijft zichzelf en mensen ervaren dat als verfrissend.
Deze herder geeft ons het voorbeeld om trouw te zijn aan wie je bent en steeds meer te worden wie Jezus is.
Laten we iedere dag opnieuw proberen te werken aan het motto:
“Ik zal er zijn voor jou in Jezus naam”. Amen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.