Overweging op 26/27-06-2015, 13e zondag door het jaar B, in de tehuizen, Jannie Ligthart

Overweging op 26/27-06-2015, 13e zondag door het jaar B, in de tehuizen, Jannie Ligthart

openingswoord

Beste medegelovigen. Welkom in deze woord en communieviering op de 13e zondag door het jaar. In het evangelie ontmoeten we een vader die Jezus smeekt om zijn doodzieke dochtertje te genezen.
We ontmoeten ook een vrouw die al twaalf jaar last heeft van bloedingen
en tevergeefs een fortuin heeft uitgegeven aan dokters.
In dat meisje en die vrouw herkennen we alle mensen die niet voluit kunnen leven, die op een dood spoor zitten, door welke reden dan ook.

Ondanks het bidden en smeken van de vader komt Jezus te laat bij het kleine meisje. Ze is al overleden. Het bidden lijkt niet verhoord.
Een levensechte situatie die we herkennen en die ons aangrijpt.
Helpt ons bidden dan niet, kunnen we in ons bidden en ons vertrouwen op God dan wel blijven hopen op een, door ons mensen, gewenste afloop?

Ja, bidden helpt en we kunnen erop vertrouwen dat God ons hoort.
Als alle menselijke hoop is ingestort, als wat gevreesd werd toch is gebeurd, laat God ons toch niet in de steek.
Jezus schenkt leven voorbij onze menselijke verwachtingen, voorbij onze mogelijkheden, tekorten en grenzen.
Omdat wij daar niet altijd voor openstaan bidden we de schuldbelijdenis om zijn ontferming.

overweging

Dierbare medegelovigen,
Het is wonderlijk om te ervaren, dat het de mens meestal weer lukt, het leven zin te geven, ondanks het meemaken van bijvoorbeeld, oorlogsgeweld, een natuurramp, het verlies van een dierbare.

In ieder mensenleven komen periodes voor, van lijden, verdriet, machteloosheid. Na zo’n periode, die je veelal doorkomt met behulp van familie en vrienden, lukt het je weer je leven op te pakken. Lukt het om te komen tot een acceptatie van het leven zoals het zich voordoet.

Waar halen we de moed, de kracht vandaan?
Raken we met deze vraag niet een van de grootste of misschien wel diepste levensgeheimen? Deze wilskracht is de aangeboren wil om te leven, om te overleven, om sterker te zijn dan het kwaad, het verdriet en de dood. Het is het aangeboren verlangen om het leven te vertrouwen, het verlangen om ons aan het leven toe te vertrouwen.

God heeft de mens geschapen voor een onvergankelijk leven. Wij zijn geschapen om moedig en vol vertrouwen ons leven hier op aarde te leven, en om anderen, vooral de zwakkeren in ons midden, te helpen om te overleven.

In het Evangelie lezen we een paar prachtige voorbeelden, over het grenzeloos vertrouwen in Jezus, waardoor men een beter leven krijgt.
Jaïrus, een overste in de synagoge, is ten einde raad, misschien wel in paniek: zijn dochtertje van 12 jaar is stervende. In zijn wanhoop zoekt hij zijn heil bij Jezus, en smeekt Hem om haar de handen op te leggen, opdat ze mag genezen en leven. Jezus, ging met Jaïrus mee, en zal ook altijd met ons meegaan als wij, in vertrouwen Hem aanroepen in onze nood. In verdriet en machteloosheid kunnen ook wij altijd bij Jezus terecht.

Dan zomaar midden in de menigte is er die vrouw die al twaalf jaar lijdt aan een ongeneeslijke kwaal. Niemand heeft haar kunnen genezen. Ze wordt zelfs door de samenleving geweerd. Ze is voor de mensen al levend dood, en heeft daardoor geen enkel toekomst perspectief meer.
Toch legt ze zich niet neer bij de situatie waarin ze verkeerd. Ze gelooft dat er, ook voor haar nog toekomst is. Ze houdt vast aan het leven, en als ze hoort dat Jezus in de stad is, weet ze wie haar kan genezen.

Zo dringt ze door tot Jezus, met een gevoel van alles of niets en zonder zich ook maar van iemand wat aan te trekken. De wil om te leven, haar geloof in het leven, haar vertrouwen in Hem, is het waarschijnlijk geweest dat Jezus in haar heeft aangesproken. Daarin ziet Jezus waartoe de mens ten diepste geschapen is. De mens is geschapen om, vertrouwend op zijn Schepper, het leven opgericht te leven.
De genezing van de vrouw is hier een bevestiging van, een bevestiging van het geloof en het vertrouwen van de vrouw: Dochter, uw geloof heeft u genezen. Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.

Ook Jaïrus maakt dit mee. Eerst krijgt hij bericht dat zijn dochtertje gestorven is. als je dat hoort zakt de grond onder je voeten vandaan, dan ben je verslagen, radeloos en terneergeslagen. Op dat moment zegt Jezus tegen Jaïrus: “Wees niet bang, maar blijf geloven”, Kom overeind, blijf opgericht, blijf geloven en vertrouwen in het leven. Het woord van Jezus houdt hem overeind.
En ook Jaïrus mag meemaken hoe het geloof en vertrouwen in Jezus, wonderen doet als Jezus zegt: “Meisje sta op”.

Jezus, leert ons hier dat wij met elkaar, zoekend in ons geloof, in crisis situaties, staande kunnen blijven en ook anderen hiermee kunnen helpen. Ook wij kunnen ons, vertrouwend op Jezus die altijd met ons meegaat, in het leven staande houden. Zo kunnen wij anderen helpen om door verdriet en pijn heen het vertrouwen in het leven niet te verliezen.

Laten we ons vertrouwen in en de nabijheid van Jezus in ons leven, met elkaar delen. Durf elkaar te vertellen hoe je het redt, of hoe je het gered hebt, hoe je toch overeind gebleven bent.
Als we die verhalen met elkaar delen kan dat ons geloof en vertrouwen in Jezus vergroten, en de wil om opgericht door het leven te gaan, alleen nog maar sterker worden. Laten we er voor elkaar zijn. Amen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.