Overweging op 23/24-01-2015, 3e zondag door het jaar B, in de tehuizen, Jannie Ligthart

Overweging op 23/24-01-2015, 3e zondag door het jaar B, in de tehuizen, Jannie Ligthart

begroeting

Beste medegelovigen.
Welkom in deze woord en communieviering op de 3e zondag door het jaar. We leven zoals het genoemd wordt in de kerkelijke liturgie, in de gewone tijd van het jaar. Een tijd waarin we in de evangelielezingen horen over het openbare leven van Jezus.

Vandaag lezen we een verhaal uit het begin van Zijn openbare leven.
Een wandeling aan het strand van een meer en wat vissers op de achtergrond. Het lijkt heel schilderachtig, mooi en rustig.

Maar ik denk dat er in Jezus verdriet en onrust was, Johannes de Doper, zijn neef en voorloper is gearresteerd. Er is onrust in Judea, Hij ondervindt veel weerstand.
Door het tegelijkertijd mens en God zijn van Jezus, kon Hij blijven vertrouwen op God de Vader, en doorgaan met Zijn taak in de wereld.
We bidden in deze viering, dat ook ons vertrouwen op God, door de Woorden die God in de H. Schrift tot ons spreekt, standvastig mag zijn.

overweging

Als we enkele verzen lezen, die vooraf gaan aan de eerste lezing, komen we te weten dat Jona niet dadelijk gehoorzaamde aan wat God van hem vroeg. Jona wilde in eerste instantie de opdracht van de Heer ontlopen en ging de andere kant op, niet naar Ninivé maar ver weg naar Tarsus. In de storm overboord gegooid, komt hij na drie dagen en nachten in diepe duisternis te hebben doorgebracht tot inkeer en – volgens het verhaal spuwt de grote vis hem aan land. Hij heeft weer vaste grond onder de voeten en gaat dan toch naar Ninivé om te doen wat God van Hem gevraagd had.

In het Evangelie lezen we dat Jezus zich na Zijn doop heeft teruggetrokken in de woestijn, waar Hij de nodige beproevingen heeft doorstaan. Als hij, uit de woestijn gekomen, verneemt dat Johannes de Doper gevangen is genomen gaat hij weg uit Judea. Hij gaat weg uit veiligheidsoverweging, en gaat naar een – godsdienstig gezien – min of meer vreemd land, Galilea dat wel zijn thuisland is, maar minder godsdienstig is dan Judea. Jona en Jezus komen beiden in een nieuwe situatie terecht. Beiden hebben ze een opdracht van God.

Beiden hebben dezelfde opdracht van God de Vader meegekregen, om de mensen de Blijde Boodschap te verkondigen en op te roepen zich te bekeren. Jona zegt ‘als jullie je niet bekeren dan zal Ninivé over veertig dagen vergaan’. In deze woorden zit een dreiging. Jezus, dreigt niet, Jezus nodigt uit, zegt alleen maar “Volg Mij”.

Hij zegt dat de tijd is vervuld en dat het eindelijk zover is dat het Rijk komende is, het Rijk waarnaar al zo lang wordt uitgezien. Jezus, vraagt om bekering en om geloof in de blijde boodschap, het goede nieuws van de vergeving der zonden; Jezus biedt uitzicht en toekomst.

Jezus, biedt meer dan Jona, die verongelijkt op een heuvel gaat kijken hoe het met Ninivé zal aflopen. Hij wil eigenlijk zijn gelijk halen, hij vindt het maar niks dat God het volk van Ninivé zo barmhartig is en hen een nieuwe kans geeft..

Jezus, verkondigt niet alleen de blijde boodschap, maar wil ook dat deze door alle tijden heen doorgegeven blijft worden. Hij neemt het initiatief om volgelingen te zoeken.

Lopend aan het meer van Galilea, ziet Hij Simon en de broer van Simon, Andreas de netten uitwerpen in het meer. Ze waren met hun dagelijkse werkzaamheden, het vissen, bezig en Jezus zag in hen zijn volgelingen, zijn medewerkers om de Blijde Boodschap de wereld in te brengen. Zij hadden waarschijnlijk Jezus’ boodschap al in de synagoge gehoord, en deze boodschap zal bij hen het verlangen hebben losgemaakt om Hem te volgen.

Toch is het niet niks als je dan leest dat ze terstond hun werk laten liggen, hun vader alleen laten met het werk en huis en haard verlaten om Jezus te volgen. In ons menselijk denken doe je dat niet, hebben we veel te maren, want we moeten eerst dit en dan dat en als er dan tijd overblijft, willen we ook nog wel volgen. Maar Jezus zegt niet tegen Simon, Andreas en ons: als je even tijd hebt, wil je me dan volgen. Neen, Jezus zegt. Kom, volg mij.

Dit terstond volgen, het niet anders kunnen dan volgen, is het terstond van de wonderverhalen. God kan in één oogwenk dat tot stand brengen waar de mens een heel leven over kan twijfelen. Hij kan onze innerlijke houding van aarzeling, het maken van voorbehoud en het stellen van voorwaarden in één oogwenk veranderen in een houding van innerlijke bereidheid en onvoorwaardelijke volgzaamheid.
Ineens kan Hij het licht maken in onze duisternis zoals de blinde van Jericho ondervond, kan Hij ons in beweging brengen zoals de lamme bedelaar.

Ineens ook kunnen we aangeraakt worden door het Woord van God. Om duidelijk te maken wat het luisteren naar Zijn Woord voor ons in petto heeft, zei Hij tot het dode meisje: Talita Koemi, meisje sta op. En naar ons betekent dat: wees niet dood voor mijn woorden maar sta op. Kom, net als mijn eerste volgelingen achter Mij aan. Doe niet als Jona, en verschuil je achter voorbijgaande zaken, maar houdt het komend Rijk van de Vader voor ogen.

Elk mens heeft een persoonlijke roeping om Jezus te volgen. Om te getuigen van de blijde boodschap. Aarzel niet zegt Jezus, heb er vertrouwen in dat iedereen op zijn / haar manier nodig is om te blijven getuigen van de Blijde Boodschap.

In Jezus is het Rijk van God nabij gekomen. Het eerst wat Jezus dan ook heeft gedaan en nog doet, is mensen, ons dus, om zich heen verzamelen, oproepen om hem te vergezellen, hem te volgen. En dit volgen is niet een gemakkelijke weg. Jezus, ondervond ook weerstand en vond weinig gehoor. Ook Jezus had durf nodig om zijn taak in het leven, zoals God het bedoeld had, tot het einde toe vol te houden.

Laten we met elkaar, onder Zijn genade, met vertrouwen, moed en durf Hem blijven volgen.

Dat het zo moge zijn. Amen.

Subscribe
Abonneren op

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments