Overweging op 16/17-10-2015, 29e zondag door het jaar B, in de tehuizen, Jannie Ligthart

Overweging op 16/17-10-2015, 29e zondag door het jaar B, in de tehuizen, Jannie Ligthart

openingswoord

Beste medegelovigen. We zijn weer bij elkaar in het 29e weekend van het kerkelijk jaar.
De evangelielezing van dit weekend is nogal confronterend.
Johannes en Jacobus vragen aan Jezus, of zij in de Hemel naast Hem op de beste plaats mogen zitten.
Ze zullen wel denken, als het zo ver is, is dat maar geregeld. Ze denken er niet over na, wat Jezus zelf zou willen, en wat hun medemensen zouden verlangen.
Dit zien we veel om ons heen in de maatschappij, en ik moet bekennen ik maak me er ook wel eens schuldig aan.
In ons mensen zit iets van streven naar meer en beter, en we gaan ons belangrijk voelen. We vergeten daarbij na te denken over wat er nu echt toe doet in dit leven.
Gelukkig wijst Jezus ons de weg.
De apostelen azen op de beste plaatsen in Gods Rijk.
Maar Jezus trekt een streep door hun rekening:
in het Rijk van God komt het er niet op aan om de eerste of de beste te zijn, maar om dienaar te zijn van de minsten.

We zijn blij en dankbaar dat we vandaag weer samen mogen luisteren naar Gods Woord, dat ons moed en kracht geeft op onze levensweg.

overweging

Dierbare medegelovigen.
Enkele verzen vóór het evangelie van vandaag, lezen we dat Jezus en zijn leerlingen op weg zijn naar Jeruzalem, de plaats waar Jezus uiteindelijk de kruisdood zou sterven.
Tijdens het reizen was Jezus veel in gesprek met zijn leerlingen. Meerdere keren vertelde Jezus hen dat Hij in Jeruzalem zou moeten lijden en sterven, om voor elke mens van goede wil het eeuwig leven te verwerven.

Jezus, wist dat zijn tijd op aarde nog kort zou zijn en wilde de leerlingen nog veel uitleggen over hoe ze moeten leven na zijn dood.
Zijn leerlingen moesten toch immers Zijn levenswijze en Zijn wijze woorden aan de mensheid doorgeven!

Vandaag lezen we dat Jezus, voor de derde en laatste maal, aan zijn leerlingen zijn lijden voorspelt dat Hem in Jeruzalem te wachten staat.
Dat Hij, de Mensenzoon, aan de hogepriesters en Schriftgeleerden zal worden overgeleverd en dat ze Hem ter dood zullen brengen.
Tegelijkertijd stelt Hij hen gerust door te zeggen dat Hij na drie dagen zal verrijzen en dat Hij daarna, na een korte periode, aan de Rechterhand van God de Vader in de hemel, zal zijn verheven.
De leerlingen, die Jezus wilden blijven volgen, reageerden heel menselijk en reserveerden meteen voor zichzelf de beste plaatsen bij Jezus. En deze reactie, het alleen aan jezelf denken, is nu net niet de bedoeling van Jezus en Hij moet het weer opnieuw uitleggen.

Zo gauw Jezus gezegd heeft, na Mijn verrijzenis zal ik in glorie bij mijn Vader worden opgenomen, vragen ze Hem om de beste plaatsen, rechts en links van Hem.
Blijkbaar is voor hen, bij de navolging van Jezus, hun persoonlijk levenslot in het geding, en dat willen ze wel even zeker stellen. Een menselijke reactie. Ze zitten nog in een egoïstisch menselijk denken.
En Jezus is er gelukkig om hen en ons anders te laten denken.

Jezus, maakt van het onbegrip van de leerlingen gebruik om de weg naar ware grootheid en naar de ware eerste plaats te wijzen.
Hij vraagt aan Johannes en Jacobus, of zij in staat zijn de beker te drinken die Hij zal drinken en of zij met het doopsel gedoopt zullen worden waarmee Hij gedoopt is.
En Hij zegt ook: “wie onder u groot wil worden, moet dienaar van allen zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, moet aller slaaf worden”.
Jezus, keert de aardse verhoudingen om, en verklaart dit met: Ik ben toch ook niet gekomen om gediend te worden, Ik ben toch ook gekomen om Mijn leven te geven als losprijs voor velen. Als jullie Mijn leerling willen zijn, moeten jullie als Mij worden.

En misschien denkt Hij wel eens. Wanneer begrijpen jullie het toch eens.

Hoe vaak moet Jezus ook ons nog vertellen, dat wij door onze doop, door deze genade weliswaar kinderen van God zijn, maar dat dat niet wil zeggen dat wij alleen daardoor, later in Zijn koninkrijk op een beste plaats komen.

Omdat Jezus naast God ook mens is geweest en ons menselijk denken kent, wil hij ook ons, evenals Hij met de leerlingen heeft gedaan, regelmatig zelf spreken.
Die mogelijkheid biedt Jezus ons aan in de Bijbel en in het gebed.
Door het lezen in de Bijbel en door het gebed leert Jezus ons om te gaan met onze vragen, zorgen, beproevingen en het lijden, zodat wij ook de beker kunnen drinken die Hij heeft gedronken.
In het gebed, kunnen we de genade van inzicht en overgave krijgen, om te kunnen zeggen: “Vader Uw Wil geschiede”.

Dit heeft Jezus ook gezegd op het diepste moment van zijn lijden. Hij heeft zelfs gevraagd of Zijn lijden aan Hem voorbij mocht gaan, maar Hij zei daarbij: “niet Mijn wil, maar Uw Wil geschiede”.

Als wij Zijn doopsel, Zijn genade accepteren moeten we ook Zijn levenshouding accepteren en op Zijn manier met de beproevingen en het lijden in ons leven omgaan.
Door Zijn volgeling te zijn en Hem volledig op zijn Woord te vertrouwen zullen wij allemaal eens links of rechts van Hem plaats mogen nemen. Amen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.