Preek op 27-07-2014, 17e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 27-07-2014, 17e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom! Op allerlei plaatsen in de wereld zijn er wensputten of -vijvers te vinden. Je gooit er een muntje in en dan mag je een wens doen, een wens, die uiteraard niet uitkomt, althans niet door dat muntje.

Vandaag horen wij in de eerste lezing, dat koning Salomo een wens mag doen en… het is God, die hem dit aanbiedt, dus… de wens zal wel degelijk uitkomen. Het is de kans van zijn leven!

Maar koning Salomo kent zijn verantwoordelijkheid en vraagt God om een opmerkzame geest, opdat hij in staat zal zijn het hem toevertrouwde volk goed te besturen.

Vragen wij vandaag aan God, dat ook wij mogen inzien waardoor wij helemaal gelukkig kunnen worden, wijzelf en alle mensen om ons heen.

(Breng nog even de vliegtuigramp ter sprake, een oproep tot gebed)

Voor de keren, dat wij te veel alleen ons eigen geluk hebben gezocht, willen wij nu samen vergeving vragen.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, hemelse Vader, Gij zijt het heil voor allen die U liefhebben. Wij vragen dikwijls om wat bijkomstig is, en aan uw woorden gaan wij achteloos voorbij. Geef ons een opmerkzame geest, vol wijsheid en begrip, zodat wij bereid zijn alles prijs te geven om alleen datgene te verwerven wat in uw ogen waarde heeft. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon…

kinderwoorddienst

preek

De tweede lezing van vandaag begon als volgt. “Broeders en zusters, wij weten, dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben.” Als wij God werkelijk liefhebben, mogen wij er blijkbaar op rekenen, dat God in alle opzichten voor ons zal zorgen.

Een belangrijke vraag is dan natuurlijk: hoe kunnen wij God liefhebben? Wel, dat kan eenvoudigweg door onze plichten van staat – zowel godsdienstig als burgerlijk – goed te vervullen en door zelfs méér te doen dan datgene waartoe wij verplicht zijn: door echte naastenliefde.

Maar in de lezingen van vandaag spitst dit liefhebben zich toch meer toe op het volgen van de ware wijsheid. En de ware wijsheid is dan dat de dingen van deze wereld wel mooi en goed en aardig zijn, en dat wij veel van die dingen ook nodig hebben, maar dat ze toch allemaal van voorbijgaande aard zijn. Alleen de dingen van God zijn blijvend. En God heeft voor ons allen een geweldig geluk bereid. Een geluk waaraan nooit een einde zal komen.

De dingen van deze wereld geven ons natuurlijk een bepaalde mate van geluk, maar het plezier van bijvoorbeeld het krijgen van een nieuwe auto is zo gauw voorbij. Na enkele weken ben je al weer helemaal aan die nieuwe auto gewend en is de meeste vreugde voorbij.

De vreugde echter die God ons geeft is veel dieper, is eeuwig. Er zijn mensen om ons heen, die weleens een voorproefje hebben gehad van de eeuwige vreugde. Zij werden zo maar opeens zo intens blij, dat zij die vreugde bijna niet konden verdragen.

Het is gelukkig niet een kwestie van òf het aardse geluk òf het hemelse geluk. Maar wij zouden wel allemaal moeten beseffen dat de dingen van God blijvend zijn en dat de dingen van deze wereld voorbijgaand zijn.

De ware wijsheid volgen: dat vraagt een stukje heldenmoed, dat vraagt vertrouwen. Want in plaats van steeds meer aardse goederen te verzamelen, moeten wij een belangrijk deel van onze tijd en energie aan God en onze medemensen besteden. Wij bouwen op een belofte, terwijl de mensen, die niet geloven, op zichtbare en tastbare zekerheden bouwen.

Broeders en zusters, in het evangelie noemt Jezus Christus deze goddelijke gaven een schat. Van een schat weet je nooit waar zij verborgen is. Een schat vinden is altijd een geschenk. En zo is het ook met het Koninkrijk van God. Al leven wij nog zo goed, wij hebben er nooit recht op. Het is en blijft een vrije gave van God.

En wat daar bijkomt: in het verhaal ligt de schat in een akker. Wie de schat wil bezitten, moet de akker erbij nemen. Het Koninkrijk van God zweeft niet boven de wolken, maar is verborgen in de akker van de wereld. De vreugde van het Koninkrijk van God is te vinden daar waar mensen elkaar helpen, elkaar vergeven en liefhebben.

Een journalist zag eens moeder Teresa een stervende van de straat oprapen om hem te verzorgen. De journalist zei: Voor geen miljoen zou ik dat werk willen doen! Waarop moeder Teresa antwoordde: Voor een miljoen zou ik het ook niet doen. Wel voor de liefde en de vreugde van God! Haar geluk vond zij niet in geld, maar in de opbouw van het Koninkrijk van God in deze wereld.

Vandaag vraagt Jezus ook aan ons of wij zijn verhaal hebben begrepen. Wat antwoorden wij? Zeggen wij volmondig “ja”? En zijn wij dan ook bereid minder naar het aardse te verlangen en meer naar de vreugde van God?

 

Dionysiusparochie