Preek op 23-03-2014, 3e zondag van de veertigdagentijd, jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 23-03-2014, 3e zondag van de veertigdagentijd, jaar A, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, van harte welkom. Wij zijn op deze derde zondag van de veertigdagentijd samengekomen om de Heer te eren, om zijn zegen te vragen voor onszelf, onze dierbaren en voor heel de Kerk en de wereld.

Op de televisie zien wij weleens beelden van Afrikaanse landen en hun bevolking, beelden van vrouwen met een waterkruik op hun hoofd, die kilometers ver hebben gelopen om water te putten.

De kruik, die zij bij zich hebben, is op dat moment het kostbaarste wat ze bezitten, want zonder kruik kunnen ze geen water meenemen en is hun reis vergeefs.

Zo dragen ook wij alles wat we belangrijk vinden in een soort geestelijke kruik met ons mee. Maar in die kruik stoppen wij soms ook zaken waar we meer last dan plezier van hebben en het gebeurt, dat onze kruik overloopt van allerlei aardse zaken en problemen.

Jezus nodigt ons in deze viering uit om te drinken van het levende water, dat Hij ons kan geven en om onze aardse kruiken hier bij Hem achter te laten.

Van harte nodig ik jullie uit om in gesprek te gaan met Jezus en om jullie dorst te komen lessen bij Hem in de Eucharistieviering. En met name in de heilige Communie, die wij straks zullen ontvangen.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer onze God, van U komt alle leven en alles is uit U geboren. Hongerigen brengt Gij tot verzadiging en wie dorst lijden, voert Gij tot de bron van levend water. Leid uw kerk in deze veertigdagentijd; vervul ons van uw heilige Geest, waarin wij allen zijn gedoopt tot het ene lichaam van Jezus Christus, uw Zoon. Die met U … . Amen.

preek

Broeders en zusters, Jezus is uit Judea weggegaan om verdere moeilijkheden met de Farizeeën te voorkomen en gaat door Samaria naar Galilea.

Uit het verhaal van de barmhartige Samaritaan, en ook uit andere bijbelse verhalen, weten wij, dat de verhouding tussen de Joden en de Samaritanen allerminst hartelijk te noemen was. Het was ongeveer zoals tussen de Joden en de Palestijnen nu.

Dat kwam, doordat de Samaritanen, in de tijd dat de Joden in ballingschap zaten in Babylonië, zich vermengd hadden met niet-joodse immigranten en daardoor in de eredienst heidense opvattingen hadden opgenomen.

Toen de Joden terugkwamen uit Babylon mochten de Samaritanen dan ook niet meehelpen bij de wederopbouw van de tempel. Uit weerbarstigheid bouwden de Samaritanen hun eigen tempel, die volgens de rechtlijnige Joden een gruwel was in de ogen van God en die op bevel van de hogepriester Hyrcanus in 129 voor Christus met de grond gelijk gemaakt werd. Dit kerkpolitieke gebeuren is de oorzaak van de gespannen onderlinge verhoudingen.

Het was dus ongewoon, dat Jezus aan de Samaritaanse vrouw om water vroeg. Toch doet Hij het en Hij knoopt ook een gesprek met haar aan. Een gesprek over water, wat vrij logisch is op de rand van een waterput.

En dan probeert Hij haar duidelijk te maken, dat het water, dat Hij haar biedt van een andere, hogere orde is. Het is geen water, dat aards leven mogelijk maakt, maar water, dat eeuwig leven geeft. Jezus bedoelt daarmee zichzelf en het heil, dat Hij is komen brengen. Toen een Romeinse soldaat het Hart van de reeds gestorven met een lans doorstak, kwam er bloed en water uit.

In het verdere gesprek ervaart de vrouw, dat Jezus haar verleden kent en weet wie ze is en hoe ze leeft. Dat is pijnlijk voor haar, zoals het ook voor ons pijnlijk kan zijn om te realiseren, dat Jezus exact weet hoe wij spreken, denken, doen en laten. Maar soms weten wij tijdens dat soort pijnlijke ervaringen handig onze gedachten op iets anders te richten. Maar, lieve medeparochianen, het weten van Jezus is niet bedoeld om te kunnen straffen, maar om te helpen.

In het evangelieverhaal van vandaag doet ook de Samaritaanse vrouw een poging om het gesprek een andere wending te geven, maar met Jezus als gesprekspartner lukt dat natuurlijk niet. Zij brengt de aloude twistvraag over de tempel aan de orde en probeert daarmee – al dan niet bewust – haar eigen moeilijkheden uit de weg te gaan, zoals ook wij weleens graag met een vinger naar een ander wijzen en vergeten, dat als je dat doet, er drie vingers naar je zelf wijzen.

Jezus geeft haar geen rechtstreeks antwoord, maar maakt haar duidelijk, dat je God niet aan aardse plaatsen kunt vastbinden. De Vader aanbidden in geest en waarheid, daar komt het op aan zegt Jezus.

Wat betekent dat, ook voor ons? In de geest aanbidden wil zeggen: met de juiste geestesgesteldheid. Vrij van overbodige ballast, vrijgemaakt van de zorgen van alle dag.

In waarheid: zonder jezelf voor de gek te houden, met open ogen en een open hart, helemaal eerlijk. Zoals je bent. Niet vanuit de een of andere kerkelijke of burgerlijke verworvenheid, maar echt en puur. Zoals we uit de moederschoot zijn gekomen en zoals we straks ook zullen sterven. Zo horen wij straks in de heilige Communie met Hem om te gaan. Ieder alleen rechtstreeks verbonden met God. Niemand en niets er tussen.

Langzamerhand wordt het aan de Samaritaanse vrouw duidelijk met wie zij van doen heeft en dan gebeurt het. Ze laat alles wat op dat moment voor haar belangrijk is in de steek. Ze vergeet haar waterkruik! Ze is zo vol van de boodschap van Jezus, dat ze die met anderen wil delen.

Hoe is dat, als we hier met elkaar luisteren naar Jezus ons te vertellen heeft? Zijn wij gericht op het gesprek met Jezus Christus? Laten wij onze waterkruiken met overbodige zaken vallen als we met Hem in gesprek gaan? Zijn wij enthousiast over Hem? Willen wij dat met anderen delen? Laten wij in ons aardse leven zien, dat wij leven vanuit dat levende water van Christus? Soms slagen wij er niet in om zo onzelfzuchtig te zijn, klampen we ons krampachtig vast aan al die ‘belangrijke’ zaken.

Als wij ons er dan van bewust zijn, dat we niet helemaal onzelfzuchtig zijn, dan hoop ik dat we er ons ook van bewust zijn, dat Jezus van zijn kant wél totaal onzelfzuchtig is. Hij is slachtoffer. Slachtoffer ook van onze verkeerde daden en gedachten. Bij de heilige Communie offert Hij zich opnieuw. Ook op het altaar van ons eigen hart. Hij geeft ons Zijn leven. Helemaal voor niets. Niets voor Zichzelf, alles voor ons.

Dat is ons geloof. Dat willen wij hier en nu uitspreken en uitzingen.

Ik hoop, dat deze vastentijd ons meer bewust maakt van onze (over)last aan wereldse zaken en ons de nodige geestelijke verdieping geeft om met volle teugen te drinken van het Levende Water en vooral om open en eerlijk met Jezus in gesprek te gaan. Amen.

Dionysiusparochie