Preek op 22-06-2014, Sacramentsdag, pastoor Frank Domen

Preek op 22-06-2014, Sacramentsdag, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal welkom. Wij vieren vandaag het feest van het heilig Sacrament.

Er gebeuren veel wonderlijke dingen in het leven. Soms in ons eigen leven. De oplossing van een of ander probleem kan soms zomaar uit de hemel komen vallen. Af en toe staan wij er verbaasd van wat de moderne wetenschap en techniek allemaal kunnen bereiken.

Maar geen ‘wonder’ is zo groot als het wonder van het heilig Sacrament: brood en wijn veranderen in het Lichaam en bloed van Christus. Voor buitenstaanders een absolute onmogelijkheid en dwaasheid. Maar misschien hebben ook wij weleens moeite met dergelijke wonderlijke uitspraken van de Heer.

Bidden wij, dat wij Jezus’ woorden mogen verstaan. Bidden wij om wijsheid en inzicht, opdat wij niet eigen inzichten volgen, maar God laten werken in ons leven, God, voor wie zo veel meer mogelijk is dan voor ons. Wij allemaal willen graag onszelf kunnen zijn. Geven wij ook God de mogelijkheid in ons midden zichzelf te zijn.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, voor hen die Gij bemint, is niets zo dierbaar als uw blijvende aanwezigheid. Uw Zoon heeft ons zijn Lichaam en zijn Bloed gegeven, het grote teken van het nieuw verbond. Laat de gedachtenis aan zijn lijden, dood en opstanding ons steeds voor ogen staan, als wij rondom uw heilige tafel eten van dit brood en drinken uit deze beker. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .

preek

Broeders en zusters, in de eerste lezing horen wij – vlak voordat hij zal sterven en waardoor hijzelf het beloofde land niet zal kunnen binnengaan – hoe Mozes het volk aanspoort om het goede te blijven doen, dat is: geloven in God, in diens liefde voor het volk en zij moeten ook Gods geboden onderhouden, want de liefde moet van twee kanten komen.

Mozes wijst op de zwerftocht van veertig jaar door de dorre en droge woestijn. Het was een tijd van beproeving. God – zo zegt Mozes tegen de joden – wilde weten of jullie Hem bij alles wat jullie in het leven kan overkomen trouw zouden zijn. Daarom greep Hij niet altijd meteen in als jullie honger leden. Om te kijken of jullie in nood tot Hem zouden roepen of dat jullie zouden gaan klagen. Maar God gaf jullie dan ook het manna, het brood uit de hemel.

Beste mensen, hebben ook wij niet af en toe en sommige mensen zelfs vaak of langdurig het idee, dat het leven een beproeving is? Men zegt weleens: een ongeluk komt nooit alleen. Gelukkig zijn er genoeg uitzonderingen op die regel, maar sommige mensen ervaren van tijd tot tijd het leven wel als zodanig. De ene tegenslag treft hen na de ander. Er wordt iemand ziek. Dan sterft er iemand plotseling, niet al te oud. Dan dreigt weer, dat iemand zijn baan zal verliezen.

Hoe reageren wij op al die tegenslagen? Hoe begrijpelijk ook, maar beklagen wij onszelf? Worden wij moedeloos en laten wij de schouders hangen? Vinden wij het niet eerlijk, dat een ander door het leven lijkt te rollen en dat wij of een dierbare van ons door een of ander noodlot getroffen lijkt te worden… alweer?

De apostel Paulus zegt in de tweede lezing van vandaag het volgende: Het brood, dat wij breken, geeft gemeenschap met het Lichaam van Christus. De beker, die wij zegenen geeft gemeenschap met het Bloed van Christus. En omdat wij allen datzelfde Lichaam en Bloed van de Heer ontvangen, vormen wij ook één grote gemeenschap met elkaar.

Als wij getroffen worden door een of andere pech of een groot verdriet, kunnen wij proberen met nog meer aandacht de heilige communie te ontvangen en beseffen, dat Jezus Christus – die ook door groot kwaad werd achtervolgd – in ons leven komt. Hij wil ons voedsel zijn, onze kracht, onze vrede, óók en juist in heel moeilijke omstandigheden.

En als wij Hem hebben ontvangen, bij Hem onze nood hebben uitgesproken, dan mogen wij om ons heenkijken en zoveel andere mensen zien, die bij ons horen.

Eigenlijk zou dat om ons heenkijken meer moeten gebeuren door hen, die zich op dat moment sterk voelen. De sterkeren moeten kijken naar de zwakkeren. Die op dat moment sterker zijn, mogen zich afvragen: Aan wie kan ik de liefde, die ik zojuist heb ontvangen, doorgeven, want Gods liefde is een wegschenkende liefde. Zij mag nooit bij dezelfde blijven. Zij moet van de één naar de ander gaan.

Broeders en zusters, het evangelie spreekt onomwonden over dat allergrootste mysterie: Jezus Christus is werkelijk aanwezig onder de gedaante van brood en wijn. “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag”, zegt Jezus zelf.

Hier, voor het altaar, zien wij een glas-in-loodraam van de Duitse katholieke priester en kunstenaar Sieger Köder. Wie wil, kan na de heilige Mis het van dichterbij bekijken. De achtergrond van dit glas-in-loodraam bestaat uit korenaren en de voorgrond uit druiventrossen. De twee komen samen in één persoon: Jezus Christus. De korenaren gaan over in zijn gezicht en de wijn weerspiegelt zijn gezicht. Zo geeft Hij zichzelf in de Eucharistie. Hij breekt het brood en deelt de beker en hierin geeft Hij zichzelf. Door te eten, delen wij in zijn leven, delen wij in zijn eeuwig leven, nú al.

Beste medegelovigen, geloven wij dat brood en wijn werkelijk veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus, zoals de Kerk vanaf het allereerste moment van haar bestaan heeft geleerd?

Jullie weten, dat de regel van de kerk is dat je in principe katholiek gedoopt moet zijn om te communie te mogen gaan. Maar dat is niet de enige voorwaarde. Belangrijk is, dat werkelijk geloven, dat brood en wijn veranderen in het Lichaam en Bloed van de Heer.

Met die woorden “Dit is mijn Lichaam” en “Dit is mijn Bloed” vraagt Jezus heel wat van ons geloof. Maar wij mogen dat uitspreken. Bij God, bij elkaar. Als wij dan ook maar bidden om geloof. Een vader wiens zoon bezeten was, kwam bij Jezus en bad: “Ik geloof. Kom mijn ongeloof te hulp”. En dat was voor Jezus voldoende om die zoon te bevrijden uit zijn bezetenheid.

Het brood dat wij hier ontvangen is werkelijk het Lichaam van de verrezen Heer. Hij wil bij ons komen om ons te kunnen sterken tijdens onze tijd van beproeving. Ontvangen wij Hem vol geloof, vol overgave. Dan zullen wij zijn liefde en kracht ervaren, en niet zijn oordeel, en geven wij zijn liefde en kracht dan ook door aan elkaar.

slotwoord

Lieve medeparochianen, alleen in het katholieke geloof is God zo nabij als Hij ons hier nabij is, in het heilig Sacrament, dat wij zojuist hebben mogen ontvangen. Onze nood kan heel groot zijn, maar niemand is ons zo nabij als God. Roepen wij Hem aan, geloven wij in zijn nabije liefde. Dragen wij onze Communie op voor andere mensen, die het zwaar hebben en die zelf niet geloven. Dan kan onze Communie, onze gemeenschap met de Heer, ook aan hen ten goede komen.

Dionysiusparochie