Preek op 19-01-2014, preek op de tweede zondag door het jaar, pastoor A, Frank Domen,

Preek op 19-01-2014, preek op de tweede zondag door het jaar, pastoor A, Frank Domen,

openingswoord

Broeders en zusters, welkom. De tijd van feesten is voorbij. Het gewone leven is weer begonnen.

Vandaag horen wij Paulus zeggen, dat wij geroepen zijn tot een heilig leven. Maar er is iemand, die ons daarbij tegenwerkt: de duivel. Hij is jaloers, omdat híj nooit meer toegang kan krijgen tot het eeuwig leven en wij wel! Zo lang de wereld bestaat, zal hij – superintelligente geest – proberen zo veel mogelijk mensen in zijn val mee te slepen.

Ik las over de werkwijze van de duivel ooit het volgende. Als iemand in een museum zit te genieten van de schoonheid van de kunst en daardoor tot diepere gedachten komt – dat is wat de duivel niet wil – zal hij hem het idee ingeven, dat het eigenlijk koffietijd is en dat er voor diepere gedachten ook strakjes nog tijd is. Maar als de man het museum uitloopt, komt hij een krantenjongen tegen, die schokkend nieuws te melden heeft, en even later is de man zijn diepere gedachten vergeten. Hij gaat weer op in het leven van alledag. De duivel heeft een slag gewonnen.

Laten wij iedere dag een momentje van rust nemen, om na te denken over de diepere dingen van het leven. Gaan wij op spreekuur bij God. Hij zal ons vertellen hoe wij uit Hem afkomstig zijn en hoe Hij ons wil helpen tot een mooie wereld te komen, hier en in de toekomst.

Voor de keren, dat wij ons van God en het goede hebben laten afleiden om ons bezig te houden met minder belangrijke zaken, vragen wij nu samen vergeving.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, onze Vader, in uw Zoon, Jezus Christus, hebt Gij ons allen uitverkoren en met uw heilige Geest gedoopt. Vernieuw in ons en in geheel uw Kerk de geest van dienstbaarheid, die wij in Jezus, uw Dienaar, hebben leren kennen. Maak ons tot een licht voor allen, opdat uw heil tot de grenzen der aarde mag gaan. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.

preek

Wij zijn geroepen tot navolging van Jezus Christus, zodat wij geschikt worden voor de hemel. En als wij Jezus nadoen, zal er ook in de wereld meer vrede komen.

Is navolging van Christus mogelijk? Kijken wij naar de heiligen. Zij zijn niet heilig geboren, maar met behulp van gebed en vasten, het lezen van heiligenlevens en door goede werken, heilig geworden.

Kijken wij naar Antonius. Niet die van Padua, van de verloren voorwerpen, maar abt Antonius, die wij op 17 januari vieren.

Hij is rond 250 in Egypte geboren. Zijn ouders waren rijk en hij had één jongere zus. Rond zijn 19e stierven hun ouders.

Een maand of zes later ging hij als gewoonlijk naar de kerk. Onderweg bedacht hij hoe de apostelen omwille van de Heer alles hadden verlaten. Deze gedachte was hem door een goede geest ingegeven. Want tijdens de Mis hoorde hij de volgende tekst: “Als je volmaakt wilt zijn, ga dan verkopen wat je bezit en geef het aan de armen en kom dan terug om Mij te volgen. Dan zul je een schat bezitten in de hemel”.

Antonius voelde zich aangesproken, ging naar huis en schonk de landerijen, die hij en zijn zus hadden geërfd – ongeveer 80 hectare, 800.000 m2 – aan de dorpsbewoners. Hij wilde niet, dat aardse zorgen hem en zijn zus van God zouden afhouden. Ook verkocht hij de inboedel, waarvan hij het grootste deel aan de armen gaf. Een klein deel reserveerde hij voor het levensonderhoud van zijn zus.

Maar toen hij een andere keer de Kerk binnenging, hoorde hij zeggen: “Wees niet bezorgd voor de dag van morgen”. Hij deelde het resterende geld uit, vertrouwde zijn zus toe aan een groep maagden en ging zich toeleggen gebed en vasten.

Er waren nog niet veel kloosters in Egypte, zeker geen kluizenaars midden in de woestijn. Maar Antonius kende een soort kluizenaar. Hij bezocht hem dikwijls in de hoop wijsheid te krijgen.

Hij probeerde alles met aandacht te doen: zijn gebed, lezing, handenarbeid. Alles deed hij ter ere Gods en tot welzijn van zijn medemensen, omdat hij geen enkele genade van God verloren wilde laten gaan.

De duivel was niet blij: andere mensen zouden Antonius gaan navolgen. Daarom moest hij hem van zijn boeteleven zien af te brengen. Hij herinnerde hem aan zijn vroegere bezittingen – was toch wel een gemakkelijk leventje – door hem bezorgd te maken voor zijn zus, door de hartelijkheid van zijn familie, door geldzucht, ijdelheid en door erop te wijzen hoe moeilijk het is een deugdzaam leven te bereiken en het lijden, dat dit met zich meebrengt. Maar Antonius bleef trouw. En daardoor had hij bij God een streepje voor.

Er gebeurden wonderen. Eens liep een moeder hem achterna, roepend dat haar dochter bezeten was. Antonius begon te bidden, noemde de Naam van Christus en meteen was het kind bevrijd. En ook talrijke zieken werden door hem genezen.

Antonius kreeg dat alles, omdat hij zijn innerlijke ogen steeds op God gericht hield. Omdat hij vooral verlangde naar het hemelse geluk. Daar heeft hij trouwens lang op moeten wachten. Antonius werd 105 jaar oud.

Misschien kunnen ook wij vaker aan God denken, aan hoe snel het leven voorbijgaat en wij voor God zullen staan. Misschien worden sommige zaken minder belangrijk, vallen andere ons minder zwaar en wordt Gods kracht in ons sterker. Het is het proberen waard. Denken wij aan Antonius: het is een kwestie van beginnen en volhouden. Amen.

Dionysiusparochie