Preek op 10-08-2014, 19e zondag door het jaar A, diaken Eelke Ligthart

Preek op 10-08-2014, 19e zondag door het jaar A, diaken Eelke Ligthart

openingswoord

Allemaal van harte welkom bij de viering van de H. Eucharistie op de 19e zondag door het jaar.

Geloven in God is niet valzelfsprekend. Gelovigen worden soms zwaar op de proef gesteld. In Mosul, een grote stad in Irak , waar vroeger vele christenen woonden, zijn nu nog slechts een hand vol christenen over. De rest is gevlucht, verjaagd door de moslims. Slechts een voorbeeld dat christenen worden vervolgd omdat ze zich niet willen bekeren tot de islam.

Ook wij kunnen in onzekere situaties terecht komen als ons leven niet meer zo gaat als we dat hebben bedacht.

Elia en Petrus zijn heel ijverig met hun geloof bezig, maar ze kennen momenten van zwakheid en ongeloof. Toch ervaren ze dat God hen genadig is, op momenten dat ze het niet meer verwachten. Ook van ons wordt gevraagd in die momenten van zwakte vertrouwen te hebben.

preek

Dierbare medegelovigen,
God herkennen in ons leven is een bezigheid waar we niet ieder uur van de dag mee bezig zijn.
God erkennen is een nog veel moeilijker bezigheid die ons ook zeker niet zo vlot afgaat. Zeker niet als we in moeilijke omstandigheden verkeren, als we twijfelen, soms zomaar ongelovig zijn.
In de lezingen van vandaag horen we hoe God zich op onverwachte wijze openbaart. Hoe zijn hulp werkzaam is voor wie bereid is deze met een gelovig hart te ontvangen. Als we beproefd worden in ons geloof, zijn we vaak in staat het onmogelijke te doen en de moeilijkste opdrachten uit te voeren.

Elia is een echte profeet: iemand die opkomt voor de zaak van God, ook als dat weerstand oproept omdat er dingen worden gezegd die tegen alle wereldse regels ingaan. Dat komt hem duur te staan: zijn leven wordt bedreigd. Ondanks zijn felheid en dadendrang, moet hij geduldig wachten tot duidelijk wordt hoe nu verder. Als hij de moed heeft opgegeven, ontvangt hij in de woestijn tot twee keer toe een teken in de vorm van voedsel en drank, met daarbij een opdracht:
“Sta op en ga op weg”. Na een lange reis is hij gekomen op de Horeb, de berg van God.
Net als die grote profeet voor hem, Mozes, vindt hij hier geborgenheid in een grot. Daar klinkt Gods stem: Elia moet zich verantwoorden. Elia klaagt dan zijn nood. De Heer luistert en roept hem uit zijn veilige schuilplaats te voorschijn.
De manier waarop God zich hier aan Elia openbaart is letterlijk en figuurlijk een heel gevoelige.
Een aardbeving en een storm komen eerst, maar in dat geweld is God niet.
Geweld heeft Elia al genoeg ondervonden, nu heeft hij behoefte aan zachtheid.
Dan wordt hij aangeraakt door een stille bries. Degene die is in die zachtheid, die beroert niet alleen zijn lichaam, maar ook zijn gevoelige en ontvankelijke hart. Ineens is er een innerlijke zekerheid in hem, die hem vertrouwen geeft.
Elia weet het: Het is de Heer.
Zoals hij eerder van Hem kracht ontving om de reis naar de Horeb te maken, zo ontvangt hij nu kracht om van hier te gaan en zijn taak te volbrengen.
Petrus is vergelijkbaar met Elia. Met grote felheid, maar ook met zijn beperkingen, wil hij alles voor Jezus doen. Maar zijn woorden zijn vaak groter dan zijn daden. Als puntje bij paaltje komt, blijkt die grote sterke Petrus, vaak maar een kleingelovig mens.

Zo ook in het H.Evangelie van vandaag. Met de andere leerlingen is Petrus door Jezus het meer opgestuurd. Jezus heeft tijd nodig om alleen te zijn, om na het wonder van de broodvermenigvuldiging bij zichzelf en bij God te zijn.
Hoe groot de afstand tussen hem en zijn leerlingen dan wordt, blijkt al snel.
Er steekt een storm op, en zelfs de doorgewinterde ervaren vissers hebben het zwaar. Maar in het hart van de storm komt er hulp.
Maar het is hulp die niet als hulp wordt herkent. De hulp wordt gezien als een bedreiging, ze zijn bang. Wat er op hun afkomt is in hun beleving een spook.
Hoeveel spoken hebben ze al gezien in hun leven?
Hoe vaak hebben ze al niet de rust in hun leven laten verstoren door iets wat achteraf gezien, “gebakken lucht” was?
Nu is de dreiging levensecht. Totdat Jezus’ stem klinkt met vertrouwde en geruststellende woorden: “Ik ben het, vreest niet”.
Petrus komt weer als eerste in beweging, maar hij speelt wel op zeker. Hij heeft een bevel nodig, en dan lijkt hij zichzelf te overtreffen; hij doet het onmogelijke.
Maar wat hij aan vertrouwen heeft, valt letterlijk in het water als hij beseft wat hij doet. De storm in zijn hoofd is nog groter dan de storm op het meer.
Hij heeft Jezus herkend, maar hij heeft hem nog niet erkend.
Dat gebeurt pas wanneer hij wordt aangeraakt door de uitgestoken hand van Jezus. Dat stille gebaar in het hart van het natuurgeweld doet voor Petrus het tij keren. Die hand zal hij nooit meer loslaten.

Wat Petrus en Elia nodig hadden, dat hebben we allemaal nodig:
Vertrouwen in Hem die bij ons is, ook al stormt het om ons heen, stormt het in ons hart en ons hoofd.
Juist als we denken dat we aan ons lot zijn overgelaten, is het belangrijk om niet in paniek weg te vluchten van onszelf of van de situatie.

Een moment van stil staan, van inkeer, een moment van geduldig wachten, een moment van bidden, kan ons zoveel zeggen. Vanuit die plaats waar wij geborgen zijn in God zullen we Hem herkennen en erkennen, als Hij ons op onverwachte wijze de helpende hand toesteekt. AMEN.

Dionysiusparochie