Preek op 07-12-2014, 2e zondag van de advent, jaar B, pastoor Frank Domen, 

Preek op 07-12-2014, 2e zondag van de advent, jaar B, pastoor Frank Domen,

CRÈCHE
openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom op deze tweede zondag van de heilige adventstijd. Wij gaan de tweede kaars aansteken. Wij zijn weer een station dichter bij de komst van de Heer. Er komt meer licht in de duisternis, licht voor onszelf, maar ook licht om door te geven aan mensen, die God ons op onze levensweg laat ontmoeten. Geen ontmoeting is toevallig.

Voor de meesten van ons zal het best wel lang geleden zijn, dat wij voor school huiswerk hebben moeten maken. Maar we weten allemaal: huiswerk is niet altijd even leuk, maar wel heel belangrijk.

Het is waarschijnlijk minder lang geleden, dat wij een van onze kinderen moesten aansporen om toch maar eens zijn huiswerk te maken. Over drie weken is er een examen en anders wordt het niets.

Wij hoeven over drie weken geen examen te doen, maar er staat wel nog iets veel belangrijker te gebeuren: Gods Zoon wil in ons hart geboren worden. Maar dan moeten wij wel ons ‘huiswerk’ hebben gemaakt, ons hart zo geschikt mogelijk hebben gemaakt. Wij weten, dat Gods Zoon met weinig tevreden is, maar wij moeten wel ons best hebben gedaan.

Zoals wij ooit kinderen hebben aangespoord om ernst te maken van hun school, laten wij nu ernst maken van dit nog belangrijkere werk: dat wij op tijd klaar mogen zijn met onze innerlijke voorbereiding op het feest van de Menswording van Gods Zoon.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, Gij roept uw volk op de paden recht te maken en de weg te effenen voor uw komst. Wij vragen U: laat onze bekering vrucht dragen; maak ons waakzaam en vol ijver opdat uw Rijk zou komen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Jullie hebben het misschien allemaal weleens gezien: van die prachtige, kostbare middeleeuwse handschriften met beginletters, die heel groot werden geschreven en rijk versierd, mooi geschilderd, een of ander tafereel zit erin verwerkt, vaak bijbels.

Iets dergelijks zien wij ook aan het begin van het evangelie volgens Marcus. Het is een groots en plechtig begin: “Begin van de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de Zoon van God”. Zo geeft Marcus aan zijn evangelie als het ware een titel en werkt hij die Blijde Boodschap uit in vele woorden en daden, zestien hoofdstukken lang.

Onze vriend Marcus ziet de komst van Jezus Christus als een grote omwenteling in de wereldgeschiedenis. Opeens is bekend welke kant wij in het leven moeten opgaan. God heeft tot dan toe altijd al voor de wereld gezorgd, voor de mensen, maar nu is er voor die zorg een zichtbaar teken: zijn eigen Zoon, Jezus Christus, die als mens onder de mensen door het leven gaat. Er is veel misgegaan in de geschiedenis der mensheid, maar God zegt zijn vertrouwen in de mensen niet op. Midden in de geschiedenis verschijnt zichtbaar Gods Blijde Boodschap.

God had ooit al met de schepping een begin gemaakt. Nu doet Hij dat nog eens door middel van zijn Zoon. En Hij is vastbesloten alles tot een goed einde te brengen.

Het begin van de Blijde Boodschap van het Evangelie is een troostende boodschap, zoals die ons in de eerste lezing van vandaag wordt voorgehouden. Want het is op die woorden, dat Johannes de Doper in zijn prediking zinspeelt: “Troost, troost toch mijn Stad, spreek Jeruzalem moed in, roep haar toe, dat haar straftijd voorbij is. Uw God is op komst!”

Iedere tijd opnieuw is deze Blijde Boodschap hard nodig, ook in onze tijd. Want hoe veel mensen zijn er niet, die last hebben van angst!? De techniek kan bijvoorbeeld wel steeds meer bereiken, maar dat gebeurt niet altijd ten goede. Zo zijn er mensen, die bang zijn voor een kernoorlog, bang dat de wereld door milieuvervuiling ten onder zal gaan, mensen zijn bang voor werkeloosheid. Ook in onze tijd hebben wij heel veel troost nodig.

Er zijn mensen, die troost zoeken, genezing, in de spreekkamers van psychiaters en psychologen en deze beroepskrachten kunnen inderdaad goede ideeën aandragen. Minder geslaagd is, dat niet alleen jongere mensen, maar ook volwassenen troost zoeken of afleiding in alcohol en drugs. Andere mensen gaan helemaal op in hun werk, verliezen er zich in, zodat zij niet aan diepere levensvragen hoeven of kunnen denken. En mensen die geen troost vinden, kunnen vervallen in verbittering en moedeloosheid, in vereenzaming.

Wij, mensen van de Kerk, hebben tegenover al deze angstige mensen een prachtige opdracht: wij mogen mensen van de vreugde zijn. Wij mogen al deze mensen troosten door te zeggen: “Troost u, de Heer komt!” Wij leven niet in een godverlaten wereld. God laat ons niet aan ons lot over. Hij draagt zorg voor ieder van ons en voor heel de wereld. Wij zijn in goede handen. Hijzelf zal komen om de wereld te redden. Soms gaat de mensheid inderdaad door diepe dalen, maar dankzij God zal het uiteindelijk allemaal goed aflopen.

Wij, christenen, hebben in deze wereld de opdracht Blijde Boodschap te zijn, jawel, te zijn. Daar bedoel ik mee, dat wij niet alleen over blijdschap moeten praten als wel dat wij haar vooral in moeilijke omstandigheden moeten uitstralen. Mensen zouden moeten kunnen zien, dat wij, christenen, in alle omstandigheden hoopvolle, optimistische mensen blijven.

Zijn wij hoopvolle en optimistische mensen? Of is ons gezicht getekend door rimpels, niet de rimpels van de oude dag, maar rimpels van een overmatige bezorgdheid, rimpels, die ook jonge mensen kunnen hebben?

Het klinkt misschien vreemd als wij zeggen, dat wij onze vreugdeboodschap moeten waarmaken! Vreugde is toch niet iets wat je kunt afdwingen!? Je bent blij of je bent het niet. Dat klopt, lieve medeparochianen, maar wij kunnen wel werken aan onze blijdschap, aan onze christelijke blijdschap.

Christelijke blijdschap is niet wat wij bij sommige televisieprogramma’s zien, dat mensen kromliggen van het lachen, met hun mondhoeken opgetrokken van het ene oor naar het andere. Nee, christelijke blijdschap ligt dieper, heeft alles te maken met intense dankbaarheid vanwege wat God en mensen voor ons doen. Christelijke blijdschap ziet het kruis, in het eigen leven en in leven van dierbare medemensen, maar weet ook, dat alle lijden uiteindelijk overwonnen zal worden.

Wij, christenen, mogen voor mensen, die het leven niet meer zien zitten, een teken van hoop zijn, zodat ook zij het goede gaan zien, dat er ook nu toch nog is, zodat ook zij weer vertrouwen krijgen in de toekomst.

Zo’n levenshouding vraagt natuurlijk allereerst van onszelf een echte bekering. Komt dat even goed uit, want daarvoor is deze heilige adventstijd bedoeld. Wij moeten allereerst er heilig van overtuigd zijn, dát er een eeuwig leven is waarin wij met alle mensen van goede wil samen, onder de hoede van God, voor altijd en eeuwig gelukkig zullen zijn. Nooit meer zal er één momentje van droefheid zijn! Maar ook nu al mogen wij ervan overtuigd zijn, dat wij met God en met elkaar ook hier en nu tot een betere wereld kunnen komen. Dat moeten wij uitstralen. Daar moeten wij samen aan werken.

Hoe kunnen wij meer blijdschap verkrijgen, die echte, diepe, christelijke blijdschap? Wij zijn misschien vooral gewend te kijken naar onze zonden. Dat is ook belangrijk. Wie zijn zonden niet goed kent, kan niet werken aan zijn verbetering. Maar wij zouden ook eens kunnen proberen te kijken naar al het goede, dat er in ons eigen leven is en in het leven van mensen, die ons dierbaar zijn.

Mag ik jullie een beetje huiswerk meegeven? Ga vanavond of morgen even rustig zitten en probeer eens tien goede dingen uit jouw leven op te noemen. Niet snel achter elkaar, maar rustig, om de beurt. Kijk elke goede zaak even rustig aan. Zie hoe belangrijk deze is, je goed doet, misschien ook andere mensen goed doet. En dank God dan met heel je hart, dat je dit hebt mogen ontvangen. In de geest van moeder Maria, die in haar Magnificat met heel haar hart uitjubelde: “Wonderbaar is het wat God mij deed”. En gaan wij dan over naar de volgende reden tot dankbaarheid, tien keer achter elkaar. Wij zullen de blijdschap en dankbaarheid in ons voelen binnenstromen.

Ik wens jullie in deze heilige adventstijd veel blijdschap toe. Laten wij vooral blij en dankbaar zijn om de Menswording van onze Heer. Dankbaar zijn, dat wij als christenen één grote familie mogen vormen in goede en in slechte dagen. Amen.

Dionysiusparochie