Preek op 07-09-2014, 23e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen, 

Preek op 07-09-2014, 23e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen,

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom bij deze heilige Eucharistieviering!

Wij leven in een tijd waarin veel mensen niet zo houden van allerlei geboden en verboden, zeker niet als het gaat om het eigen privéleven.

Maar hebben de geboden uiteindelijk niet allemaal iets te maken met de liefde!? Zouden wij elkaar dan niet mogen, ja, móéten herinneren aan de liefde tot God en de naaste!?

Soms – als wij iemand iets verkeerds zien doen – zwijgen wij uit angst, maar zwijgzaamheid kan ook voortkomen uit valse bescheidenheid, zo van: Ik mag mij niet met zijn zaken bemoeien. Zowel de eerste lezing als het evangelie zeggen echter, dat wij verantwoordelijk zijn voor elkaar. De tweede lezing zegt hóe wij iemand dienen aan te spreken op zijn gedrag: nooit zonder liefde.

Vragen wij God om wijsheid, opdat wij elkaar en andere mensen op een goede, liefdevolle manier kunnen helpen.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer, onze God, de liefde voor de ander is het hart van uw geboden. Gij hebt ons aan elkaar toevertrouwd. Wij bidden U: leg ons in alle omstandigheden woorden van waarheid en bemoediging in de mond. Dat wij niet zwijgen uit zelfbehoud of blind zijn voor onrecht, maar meebouwen aan de gemeenschap waarin uw Naam geheiligd wordt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.

preek

Beste mensen, het gebeurt zo dikwijls, dat mensen samenkomen: thuis of waar dan ook. En soms blijken er tegenstrijdige belangen of ideeën te zijn. En dat kan weleens tot een gespannen situatie leiden.

Jezus Christus spreekt vandaag over mensen, die één van hart en één van geest samenkomen omwille van Hem. Er zijn geen tegenstrijdige belangen. Zij willen samen God loven en prijzen, danken, nadenken over een Woord van God, of iets aan God vragen. En het nieuwe is vooral dat Jezus heeft gezegd: Waar twee of drie mensen op deze wijze samenkomen – dus omwille van Hem – daar is Hij in hun midden. En zoals wij bij de aanschaf van bepaalde producten één of meerdere jaren garantie krijgen, zo garandeert Jezus ons, dat wij – wat wij ook vragen – het zullen krijgen van Jezus’ Vader, die in de hemel is.

Beste mensen, omdat wij als gelovigen dikwijls samen zijn, zijn wij wel verantwoordelijk voor elkaar, zoals in een gezin ouders en kinderen samen verantwoordelijk zijn. Ik kom weleens gezinnen tegen waarin – vanaf een bepaalde leeftijd – elk kind zijn eigen taak heeft, iets waarvoor het binnen het huishouden verantwoordelijk voor is.

Er is allereerst aan de leiding van de Kerk verantwoordelijkheid over het gemeenschappelijke geloofsgoed toevertrouwd. Petrus kreeg van Jezus de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen, symbool voor een persoonlijke macht, die alleen maar geldt voor hem en zijn opvolgers.

Maar er is nog een andere macht toevertrouwd aan gelovigen, die samen zijn. Het evangelie begon met het feit, dat wij – óók binnen de Kerkgemeenschap – zondaars ontmoeten. Wij hoeven om te beginnen alleen maar in de spiegel te kijken. En Jezus wil ons leren hoe wij met hen en met onszelf moeten omgaan.

Zo schrijft Hij niet meteen de meest radicale middelen voor. Als wij merken, dat iemand zondigt, zichzelf en/of anderen kwaad aandoet, hoeven wij dat niet meteen aan de grote klok te hangen. Iedere gelovige op zich is voldoende toegerust met genade van de heilige Geest en met kennis van zaken. Wij moeten daartoe wel blijven bidden en lezen uit de Bijbel of een ander godsdienstig boek, de Catechismus van de Katholieke Kerk bijvoorbeeld of een mooi heiligenleven. Dan kunnen wij onze medemens met veel liefde en geduld èn met kennis van zaken aanspreken.

Luistert hij niet, dan halen wij er nog één of twee getuigen bij. Luistert hij dan nog niet, dan pas halen wij er de kerkelijke overheid bij. En als hij dan nòg niet luistert, wordt hij uitgebannen. Maar zelfs dat gebeurt niet met de bedoeling hem voor altijd te verstoten, maar om hem te helpen beseffen hoe ernstig deze zaak is. Om hem ervan te doordringen, dat hij door zijn handelwijze eigenlijk zichzelf buitensluit.

Wij weten, dat wij dit mogen, ja, móéten doen, in Jezus’ Naam. Zijn aanwezigheid geeft ons de kracht en de wijsheid, de bevoegdheid, om iemand aan te spreken. Geen sociale controle, maar elkaar in liefde helpen om de goede weg van Jezus Christus te blijven gaan.

Maar ja, je hoort ook weleens dat iemand een ander of meerdere mensen op straat op zijn of hun gedrag aanspreekt en vervolgens in elkaar geslagen wordt. Dan kijk je wel uit om iemand aan te spreken. Tegenwoordig maken steeds meer mensen gebruik van de mogelijkheid “Meldt misdaad anoniem”. Het is goed dat het kan, maar dat het nodig is, is geen goed teken.

Paulus zei in de tweede lezing vandaag: “De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. De liefde vervult de gehele wet”. Daarom gaan wij met zondaars om zoals wij zouden willen dat mensen met ons omgaan. Dat heeft alles te maken met het gezegde: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet”. En ook met wat Paulus zei in de tweede lezing: “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf”.

De enige, echte macht in de Kerk is die van de liefde, althans, dat zou zo moeten zijn. Wij moeten een zondaar als het ware zo sterk omgeven met het licht van de goddelijke liefde, dat hijzelf de duisternis van zijn zonde inziet.

Broeders en zusters, als je denkt, dat je door te spreken de relatie meer afbreekt dan opbouwt is het uiteraard beter te zwijgen. Ik kwam in een andere parochie eens een moeder tegen met een dochter van in de veertig. Als die moeder iets tegen haar dochter zei, nu, er vielen nog net geen klappen, maar dan kreeg die moeder de wind van voren, windkracht 12. Dan kunnen wij inderdaad maar beter zwijgen. Maar soms ook kunnen en moeten wij spreken, getuigen, ook al is dat niet altijd leuk of gemakkelijk. Maar de macht van waaruit wij spreken is altijd die van de liefde.

Vroeger werd er misschien te vaak met het vermanende wijsvingertje gewerkt. Als iemand bijvoorbeeld vloekte, kreeg hij er flink van langs: “Als we nog eens zoiets horen, dan…” In een film over de 19e eeuw zak ik eens hoe een strenge huisvader na een heel lelijk woord de mond van zijn zoon met zeep spoelde. Het zal wel goed bedoeld zijn, maar…

Als iemand vloekt zouden we ook met een liefdevolle blik kunnen vragen of dat helpt, of hij zich daardoor beter is gaan voelen?

Of als iemand tegen een ander lelijk tekeergaat, zouden wij kunnen vragen of er nu meer vrede in de wereld is gekomen? Dan zetten we mensen tot nadenken aan en kunnen zijzelf het antwoord geven.

Laten wij niet spreken over elkaar, maar met elkaar. Gesprekken met elkaar werken genezend als zij gevoerd worden in liefde. Eerlijkheid en oprechtheid in liefde is een teken, dat wij met elkaar en met anderen het beste voorhebben.

Dionysiusparochie