Preek op 06-07-2014, 14e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen,

Preek op 06-07-2014, 14e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen,

openingswoord

Beste mensen, allemaal van harte welkom weer op deze veertiende zondag. De gewone tijd door het jaar is weer begonnen. Vandaar de kleur groen. Het is de kleur van de hoop. Wat wij de afgelopen maanden met Pasen en Pinksteren hebben gevierd, hopen wij nu in het dagelijkse leven te mogen ervaren en in praktijk te kunnen brengen, wij en alle gelovigen, overal ter wereld.

Stel iemand verkeert in grote moeilijkheden. Hij zoekt hulp. Hij komt allerlei mensen tegen, vooral gewone mensen net als hij. Daar verwacht hij geen hulp van. Ze zijn toch net als hij?

En dan komt hij in een straat waar een enorme villa staat. Grote oprijlaan, drie auto’s, er is een tuinman aan het werk. Een chauffeur staat de auto’s te wassen. Misschien dat die mensen iets kunnen en willen doen. Zij hebben veel geld, en vooral… ook veel kontakten.

Veel mensen zijn nog steeds onder de indruk van rijkdom en macht, en zij menen ook, dat zij zonder pracht en praal niet belangrijk genoeg geacht zullen worden.

Vandaag wordt in de eerste lezing gesproken over de komende Koning. Hij rijdt op een ezeltje. Het lijkt wel een beetje Palmpasen. Het is een man, die in onze maatschappij door velen over het hoofd zou worden gezien.

Er zijn mensen, zegt Jezus zelf in het evangelie van vandaag, die Hem wèl zullen herkennen. Het zijn de kinderen èn de mensen, die zijn als de kinderen, even vertrouwvol.

Vragen wij, dat wij mogen zijn als de kinderen, opdat God tijdens deze heilige Eucharistieviering ook aan ons de geheimen van zijn Koninkrijk zal kunnen openbaren.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer, niet met macht en uiterlijk vertoon zijt Gij onder ons verschenen, maar als een vorst van vrede, zachtmoedig en nederig van hart. Kom tot ons; dat wij uw juk op onze schouders nemen, zachtmoedig en nederig worden en uw vrede verkondigen aan alle mensen. Gij die leeft en heerst met God de Vader… . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Er bestaat een joods verhaal waarin Mozes God aanklaagt. Hij zegt: “Heer, hebt Gij uw kinderen niet erg veel lasten opgelegd? Ze moeten het juk van uw wetten dragen, al uw opdrachten vervullen, en hoeveel beproevingen moeten zij niet doorstaan! Eeuw in, eeuw uit het juk van de slavernij onder de machtigen van de aarde. U vraagt te veel van ons.”

In dit verhaal beklaagt Mozes zich wel tegenover God, maar hij gaat ook met Hem in gesprek. Daaruit blijkt dat hij een antwoord verwacht. Hij weet, dat hij uiteindelijk op Gods troostende aanwezigheid mag rekenen.

In het denken van sommige christenen is God echter nog steeds geen gesprekspartner, maar een strenge baas, die graag onaangename vrachtjes – kruisjes – op de schouders van de mensen legt. Hij beproeft hen, zadelt de mensen van wie Hij houdt met allerlei akelige ziektes op, en als ze zich suf bidden, schenkt Hij héél misschien genezing. Wanneer het Hem uitkomt, berooft Hij ons van onze dierbaren, enz.

Zo’n God te moeten dienen, lieve medeparochianen, lijkt mij geen prettige zaak.

Maar onze God is toch anders. Hij laat het soms inderdaad toe, dat ons kwaad overkomt, zoals Hij het ook toeliet, dat zijn Zoon Jezus kwaad overkwam, want “zo is het leven”, maar Hij laat duidelijk merken, dat Hij aan onze kant staat als wij bereid zijn te proberen de problemen op een goede manier op te lossen of samen te dragen.

Jezus zegt niet: Zalig als je Mij volgt, want dan zal jou niets overkomen, nee, Hij zegt: Zalig die vrede brengen… in moeilijke situaties; zalig die zachtmoedig blijven… als anderen kwaad op hen worden; zelfs: zalig die vervolgd worden, die beschimpt worden. Denken wij maar aan de vervolgde christenen in bijvoorbeeld het Midden-Oosten.

Er was in de Tweede Kamer een motie ingediend om een onderzoek in te stellen naar christenvervolging in het Midden-Oosten. Deze motie werd ondersteund door de Syrisch-orthodoxe aartsbisschop Polycarpus Augin Aydin in Nederland. Maar minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken zegt doodleuk, dat er geen sprake is van een systematische verdrijving van christenen. En dat terwijl de christenen werkelijk met honderdduizenden op de vlucht slaan, kerken in brand worden gestoken, evenals trouwens de moskeeën van gematigde moslims.

Jezus vrijwaart de zijnen niet van allerlei kwaad. Hij wil dat de zijnen midden in de wereld blijven staan, en dat zij proberen alle kwaad ten goede te keren, niet door geweld met geweld neer te slaan, maar door kwaad met goed te vergelden, haat met liefde. En zo kunnen wij aan anderen – die nog niet geloven – Gods liefde en Gods kracht openbaren.

Hoe zit het dan met ziekte? Schiet de grote wereld er iets mee op als bijvoorbeeld iemand jaren lang ziek te bed ligt?

In het christelijk denken heeft het lijden altijd een grote waarde gehad. Een uitboetende waarde bijvoorbeeld. Het lijden kan een vorm van eerherstel zijn voor het kwaad, zoals ook Jezus’ lijden o.a. een kwestie van eerherstel was.

Maar het lijden kan ook zuiverend werken. Mensen krijgen door het lijden vaak een beter zicht op wat in het leven echt belangrijk is. Zoals gezegd: er zijn mensen, die zich vastklampen aan rijkdom en macht, eer en aanzien. Maar mensen, die in overgave hebben geleden, weten wel beter. Alleen de liefde tot God en de naaste is wat van echte, van blijvende waarde is. En met dat soms zo moeizaam verworven inzicht kunnen zij dan voor anderen een licht in het duister zijn.

En hoe zit het dan met de dood van een dierbare?

Het is mijn persoonlijke mening, beste mensen, dat in de meeste gevallen God de natuur zijn gang laat gaan. Waarom sterft de één eerder dan de ander? Omdat de één een wat sterker gestel heeft dan de ander.

Ik heb ooit een tandarts gesproken, die verklaarde, dat hij bij sommige mensen eerst het vuil van hun tanden moet afkrabben om te kunnen zien wat er onder zit en dan blijken sommigen van hen geen gaatjes te hebben, omdat ze een sterk gebit hebben. Zo is het ook met het gestel van sommige mensen. Zonder er al te veel voor te doen hebben zij gewoon een ijzersterk gestel.

Of mensen komen te overlijden omdat er een ongeluk gebeurt, een tragedie met een dodelijk gevolg. Jaren geleden kwam ook één van mijn docenten, een Belgische emeritus-bisschop, door een auto-ongeluk om het leven. Heel, heel erg, maar het gebeurt. God staat niet met een grote draadschaar klaar om op een volkomen willekeurig moment iemands levensdraad door te knippen.

Het is misschien wel veertig jaar geleden, dat ik een bepaalde Duitse speelfilm hebt gezien. Binnen een katholieke familie was er iemand vermoord en meneer pastoor kwam op bezoek met een woord van troost. En wat zei hij: Es war Gottes Willen. Het was Gods wil. Ik wilde toen al pastoor worden en ontplofte bijna. Zoiets is natuurlijk helemaal niet Gods wil. Ik heb jullie ooit wel verteld over pater Pio uit Italië, 1968 gestorven, en die bij wijze van spreken wonderen deed aan de lopende band en die ook – net als de heilige pastoor van Ars – in de harten van de mensen kon kijken. Hem werd ook verteld over een moord die gepleegd was en toen zei hij, dat het eigenlijk Gods wil was, dat de vermoorde man nog – ik weet het niet meer precies – tien of vijftien jaar zou hebben geleefd. God wil absoluut niet, dat wij het kwade doen.

Jezus laat ons wel midden in de wereld staan en zegt: Door er goed op te reageren kunnen jullie veel kwaad overwinnen en zal veel kwaad minder zwaar gaan wegen, zullen jullie rust en verlichting ervaren.

Beste mensen, wij vragen God meestal of Hij ons wil bevrijden van het kwaad. Dat deed Jezus ook. Dus waarom zouden wij het niet mogen. Maar Jezus’ gebed eindigde wel altijd met de woorden: Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede. Jezus vertrouwde toch altijd op de goedheid van God: Wat er ook gebeurt, God heeft het beste met Mij voor.

Het is niet voor niets dat het evangelie van vandaag begint met te vertellen over de kinderen. Zij hebben vertrouwen. Als ook wij vertrouwen, als ook wij verder durven gaan, zonder precies te weten hoe alles zal aflopen, of het nu beter of slechter zal gaan, dan zal het lijden dus niet direct van ons afgenomen worden, maar het zal in ieder geval een stuk lichter gaan wegen. Samen met God en samen met elkaar zal het een stuk beter gaan. Zo kan lijden mensen ook tot elkaar brengen.

Lieve mensen, wij gaan elkaar strakjes weer de vrede van Jezus toewensen. Dat doen wij met woorden en met een handgebaar. Maar wij moeten die woorden kracht geven door onze goede daden. Wat Jezus deed, moeten ook wij proberen te doen. Als wij meelijden met elkaar, elkaars lasten dragen, zoals Jezus Christus meeleed met ons, dan kunnen wij ook elkaar verlichting brengen.

“Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en Ik zal u rust en verlichting schenken”. Proberen wij in de geest van kleine kinderen deze opdracht ten uitvoer te brengen. Amen.

Dionysiusparochie