Preek op 05-10-2014, 27e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 05-10-2014, 27e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, van harte welkom bij deze heilige Eucharistieviering. Het is goed om weer samen te zijn rond het altaar van de Heer. Hij is het, die ons heeft geroepen. Wij hebben zijn stem gehoord en er gehoor aan gegeven.

Wij willen God weer danken voor alle weldaden, die wij de afgelopen week uit zijn handen hebben mogen ontvangen. Zonder zijn goddelijke zegeningen zou het leven heel wat moeilijker zijn geweest. God is niet de grote probleemoplosser, maar Hij geeft wel genade van bijstand, zoals Hij zijn eigen Zoon, Jezus, en zo vele heiligen tijdens hun leven op aarde heeft bijgestaan.

Wij willen God ook smeken om nieuwe zegeningen. Misschien hebben wij bij het binnenkomen van de kerk al even een of meerdere kaarsen bij onze hemelse Moeder Maria aangestoken, want ook zonder haar moederlijke bijstand zou het leven veel moeilijker zijn. Hangend aan het Kruis sprak Jezus tot Johannes, de evangelist: Ziedaar uw Moeder! Zo gaf Jezus zijn Moeder aan alle mensen van de wereld.

Onze wereld maakt een heel moeilijke tijd door. In het 12e hoofdstuk van de Apokalyps, het Boek van de Openbaring, staat geschreven, hoe er een oorlog woedde tussen hemel en aarde en toen de Satan werd verslagen en op de aarde geworpen, werd deze oorlog op aarde voortgezet. De Satan ging ertoe over de kinderen van God te vervolgen. Misschien slaat dit niet alleen op onze tijd, maar we zien het in ieder geval ook nu gebeuren.

In dat 12e hoofdstuk wordt Maria genoemd “De Vrouw, bekleed met de Zon”. Zij kan een hemels licht uitstralen in deze duistere periode van de geschiedenis. Zij zal ons redden. Daarom mogen wij altijd mensen van hoop zijn. Als wij bidden om vrede kunnen wij Maria misschien met deze bijbelse titel aanspreken om zodoende haar te herinneren aan Gods belofte om ons te helpen: Maria, Vrouw bekleed met de Zon, kom en bevrijd ons van alle kwaad!

In zoverre ook wijzelf kwaad hebben gedaan, tekort zijn geschoten, vragen wij nu samen om vergeving.

openingsgebed

Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, Gij blijft alle mensen roepen en met geduld wacht Gij van elk van ons het antwoord af. Wij bidden U, dat de drukte van het leven uw uitnodiging niet overstemt, dat wij niet vergeefs uw roepstem horen. Doe ons ondervinden hoe Gij groei en wasdom geeft en wij, uw Kerk, de wijngaard van de wereld moeten zijn. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon… . Amen.

preek

Broeders en zusters, de eerste lezing en het evangelie gaan over een man, die een wijngaard aanlegt. Hij had een goede plaats uitgekozen, haalde alle stenen uit de grond, spitte de grond om, plantte druivenstruiken, bouwde een toren en maakte een perskuip. En toen maar wachten op de oogst. Maar de wijngaard, die in de eerste lezing wordt genoemd, bracht wilde vruchten voort, en de pachters, die in het evangelie worden vermeld, weigerden de oogst af te staan. In beide gevallen is de eigenaar boos en teleurgesteld.

Het verhaal over de wijngaard gaat over God en het volk Israël. God heeft voor zijn volk alles gedaan. Hij stuurde vele profeten en uiteindelijk zond Hij eigen Zoon, maar het merendeel van de mensen wilde niet luisteren. De meeste profeten, zelfs zijn eigen Zoon, werden gedood, niet door een vijand, maar door zijn eigen volk.

Israël is het oude volk van God. De katholieke Kerk is het nieuwe volk van God, het nieuwe Israël. Door zijn bloed voor ons te vergieten heeft Jezus Christus – zoals de priester iedere keer weer in de consecratie over de wijn bidt – een Nieuw en Altijddurend Verbond gesloten. En toch heeft God ook in de katholieke Kerk te lijden.

Er zijn tegenwoordig nogal wat mensen, die niet geloven wat de Kerk ons voorhoudt. Daar is in het Nieuwe Testament al voor gewaarschuwd. In zijn tweede brief aan Timoteüs schrijft Paulus het volgende: “Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Zij zullen zich een menigte leraars aanschaffen naar eigen smaak, die hun naar de mond praten”.

God lijdt aan het oude volk Israël. God lijdt aan het nieuwe volk Israël, de katholieke Kerk. Ook voor de Kerk van onze dagen heeft God al het mogelijke gedaan, maar wat is er onder sommige mensen weinig geloof en vertrouwen, weinig eenheid, weinig hoop op het eeuwig leven, weinig liefde onder elkaar.

Daar moeten wij wat aan doen. Maar wat? Velen van ons zijn getrouwd of getrouwd geweest. Weten jullie nog hoeveel tijd jullie aan elkaar hebben besteed toen jullie verliefd waren? Jullie wilden daardoor de ander beter leren kennen, ja, je wilde het hart van de ander veroveren. Al die moeite en tijd – terecht – voor een relatie, die uiteindelijk toch van voorbijgaande aard is. Het huwelijk geldt niet meer in de hemel. Wij beloven trouw tot aan de dood.

Moeten wij dan niet nog veel meer tijd en/of energie steken in onze relatie met God, een relatie, die eeuwig kan duren? Misschien dat iemand zegt: Vooruit, ik zou nog een beetje meer tijd aan gebed kunnen besteden. Hoe veel tijd besteden wij door de week eigenlijk aan gebed? En voor ons allen geldt: wát wij doen, kunnen wij met meer liefde en aandacht doen. Als wij bijvoorbeeld af en toe een beetje in de Bijbel lezen, en wij staan er wat meer bij stil – al zou het iedere dag een klein verhaal zijn – dan groeit daardoor toch onze liefde voor God en medemens, want Gods Woord is vol van Gods Geest. Wie Gods Woord overweegt, ontvangt de Geest van liefde en vrede, de Geest, die onze oorlogvoerende wereld zo hard nodig heeft!! Wat ik denk, dat er mis is met onze wereld is, dat de rijkdom en de luxe erin gekomen is en dat wij de Geest verloren hebben.

Kijken wij ook even naar de tweede lezing. Paulus roept ons op onbezorgd te zijn. Oók als er erge dingen in ons leven gebeuren, mogen weten, dat wij in Gods hand zijn.

Wij hebben allemaal vast weleens zo’n afbeelding gezien van een open, vlakke hand waarin een klein kind ligt te slapen? Zo worden wij door God gedragen. En het is goed om daar aan te denken in tijden, dat het moeilijk is. Als wij, christenen, onbezorgdheid uitstralen, zullen andere mensen gemakkelijker in God gaan geloven en zullen wijzelf vrede in ons hart ervaren.

Paulus spoort ons wel aan onze zorgen uit te spreken. “Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging”. Wanneer was het voor het laatst, dat wij God om verhoring hebben gesmeekt? Niet zo maar even een kaarsje opsteken, een weesgegroetje bidden en dan weer overgaan tot de orde van de dag! Nee, echt met heel ons hart bidden en smeken en smeken en nog eens smeken, dat die ene zieke niet zal sterven of dat die ene kleinzoon ondanks alle reeds mislukte sollicitaties toch een baan zal vinden of dat er een einde mag komen aan die barbaarse wreedheden van de IS-strijders?

Tenslotte, zegt Paulus, moeten wij onze aandacht gevestigd houden op al wat waar, wat edel is en rein, op al wat deugd heet en lof verdient. Wij antwoorden de priester bij de aanhef van de prefatie “Wij zijn met ons hart bij de Heer”. Is dat ook zo? Zijn wij weleens met ons hart bij de Heer, of zijn wij meer bezig met alles wat wij nog moeten doen? Paulus zegt: Wees met je hart bij wat deugd heet en lof verdient. En op het eind roept hij ons ook op om in praktijk te brengen wat ons geleerd is en overgeleverd, want dat komt van Jezus Christus.

Broeders en zusters, ik weet niet hoe jullie erover denken, maar voor mij is het geloof mijn grootste rijkdom. Het geloof is een veilige gids door het leven. Laten wij het zuiver bewaren en beleven, zoals Jezus Christus het bekend heeft gemaakt. Dan mogen wij erop vertrouwen, dat Hij ons zal bijstaan, alle dagen van ons leven, tot in de eeuwigheid.

Dionysiusparochie