Preek op 01-06-2014, 7e zondag van Pasen, pastoor Frank Domen, 

Preek op 01-06-2014 7e zondag van Pasen, pastoor Frank Domen,

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom op deze zevende zondag van Pasen.

In de liturgische tijd van het jaar zweven wij tussen Hemelvaart en Pinksteren. Met Hemelvaart vierden wij, dat hemel en aarde met elkaar werden verbonden.

Kort na het sterven van Onze Heer Jezus Christus daalde Hij neder ter helle om daar de zielen van de rechtvaardigen, die vóór Hem gestorven waren, op te halen en om hen allen in één grote triomftocht naar de hemel te brengen. Die gestorvenen zijn daar nu echter alleen met hun ziel. Zij zijn nog niet ten volle mens, ziel èn lichaam. Maar met Hemelvaart vierden wij, dat voor de allereerste keer een mens – de Godmens, Jezus Christus – in de hemel komt. Hij is er nu – en enkele jaren na Hem kwam ook Moeder Maria – met ziel èn lichaam in het Koninkrijk van God.

Wij zouden kunnen zeggen, dat het ook onze taak is om zó sterk in de liefde te leven, dat andere mensen door ons reeds op aarde iets van de hemel kunnen ervaren.

Maar wij weten ook allemaal, dat het lang niet altijd zo gaat. Soms lijkt het leven meer de hel op aarde. Onlangs gebeurde het in Pakistan, dat een jonge, zwangere vrouw, onder het toeziend oog van de politie, werd gestenigd, omdat zij niet met de door haar vader uitgekozen man wilde trouwen. En wat er in India is gebeurd met twee meisjes van veertien en vijftien jaar is helemaal tenhemelschreiend. Maar vrijdagavond konden wij zien hoe in de Centraal-Afrikaanse Republiek een bisschop en een imam gezamenlijk mensen bezochten. Er werd een straat getoond waar aan de ene kant christenen wonen en aan de andere kant moslims. De bisschop en de imam probeerden mensen tot elkaar te brengen. Zo kan het blijkbaar ook. Daar raken hemel en aarde elkaar wel.

Vragen wij God, dat Hij ons de komende week wil helpen om in te zien waar wij hemel en aarde dichter bij elkaar kunnen brengen.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, heilige Vader, niemand heeft U ooit gezien, maar uw Zoon heeft ons uw liefde leren kennen. Hij is de Heiland van de wereld. Wij vragen U: bewaar ons in zijn Naam; dat wij één mogen zijn en U verheerlijken bij alles wat wij doen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon… .

kinderwoorddienst

preek

Afgelopen donderdag mochten wij met de apostelen meemaken, hoe Jezus Christus, onze Heer, in de hemel werd opgenomen. Kunnen wij het ons voorstellen hoe de apostelen daarna druk met elkaar pratend teruggingen? Hoe Petrus misschien tegen Johannes zei: “Zag je hoe Hij langzaam omhoogging, op een wolk, hoe er een hemels licht om Hem heen begon te schijnen, en hoe Hij uiteindelijk achter die ene grote wolk verdween, ik kon mijn ogen bijna niet losmaken van die laatste plek waar ik Hem zag!?”

Het moet een geweldige ervaring zijn geweest om een mens naar de hemel te zien opstijgen. En die mens was dan nog wel hùn Meester. En Hij had hen beloofd, dat Hij hen eens zou komen ophalen om voor altijd bij Hem te zijn. Stof genoeg om nog dagen over te praten.

Maar waar gingen zíj naar toe? Zij gingen naar Jeruzalem, de hoofdstad van Israël. Een schitterende stad met een rijke en lange geschiedenis. Iedere jood was er trots op. Maar voor de apostelen was het ook een stad, die de vreselijkste herinneringen in hen opriep. Hun Meester was er gemarteld en vermoord. Wat zij daar hadden gezien en gehoord, zouden zij hun leven lang niet vergeten.

Maar Jeruzalem was ook de stad waar hun Meester was verrezen. Zij hadden het zelf gezien. En zojuist was Hij in de nabijheid van die stad ook ten hemel opgenomen. En er was nog iets: zij moesten in die stad blijven wachten en dan zou Jezus hen daar een bijzondere Helper geven, de heilige Geest. Jeruzalem, een stad, die kwade herinneringen oproept, maar nog veel meer goede.

Wijzelf of andere mensen, die wij kennen, hebben soms op een bepaalde plaats of bij een bepaalde gebeurtenis ook heel erge dingen meegemaakt. Een ernstig ongeluk, een overval of inbraak, een grote ruzie. Wij waren wat blij, dat we de plek des onheils konden verlaten. En wij hebben er misschien lang mee gewacht om weer eens naar die plaats terug te keren. Wat hebben wij onszelf moeten overwinnen. Denken wij maar aan de mensen, die een verblijf van meerdere jaren in een concentratiekamp hebben overleefd. Sommige mensen zijn ooit wel teruggekeerd, maar uiteraard wel met de nodige gevoelens.

Wij zijn weleens geneigd om te vluchten als het ergens moeilijk is. Maar de apostelen hielden het uit in Jeruzalem. Waarom? De eerste lezing geeft ons het antwoord: “De apostelen bleven allen eensgezind volharden in het gebed, samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders”. Bidden met Maria kan ons de kracht geven om iets uit te houden. Bidden met Maria maakt ons sterker.

Vluchten lijkt een makkelijke oplossing en soms – als er een gewelddadig iemand achter ons aanzit – moeten wij dat ook doen. Maar als wij bijvoorbeeld alleen maar vluchten, omdat er iemand af en toe of heel vaak vervelend doet, dan heeft vluchten geen zin, want zo iemand komen wij op een andere plaats ook weer tegen. Als wij later bij God komen, vraagt God niet naar die vervelende persoon, maar Hij vraagt hoe wij op die persoon hebben gereageerd. Vluchten heeft dus lang niet altijd zin, want wij nemen onszelf mee. Als wij niet kunnen omgaan met vervelende mensen en vluchten, dan nemen wij ons probleem mee, we nemen onszelf mee. God verwacht niet van ons, dat wij alle vervelende mensen veranderen, Hij verwacht wel dat wijzelf nieuwe mensen worden, mensen, die zich laten leiden door de heilige Geest.

In het evangelie bidt Jezus hardop, dat Hij God op aarde heeft verheerlijkt door het werk te volbrengen, dat God Hem heeft opgedragen. En dat is ook de taak, die wij van God hebben gekregen: doen wat wij hier en nu te doen hebben. Wij hoeven – uitzonderingen daargelaten – niet op zoek te gaan om Gods wil te leren kennen. Er zijn geen ingewikkelde berekeningen voor nodig, nee, gewoon hier en nu. Staat er een afwas? Gewoon doen! Is het niet onze afwas, niet onze rommel, niet ons verdriet, dan kunnen wij best even helpen, want wij zijn er toch. Dat is niet toevallig. God heeft dat zo geregeld of op z’n minst zo toegelaten. Een andere keer worden wij geholpen.

Beste medegelovigen, laten wij nooit vluchten, niet denken dat wij iets niet aan kunnen, nooit denken dat iets niet ons probleem is. Wij kunnen er op z’n minst vurig voor bidden.

Stellen wij ons voor, dat God zou zeggen dat de wereld niet zijn probleem is. Dan hadden wij pas ècht een probleem, een eeuwigdurend probleem. Nee, schouders eronder, onder ons probleem of onder het verdriet van een ander. En bidden met Maria. En hoe groter het probleem, hoe meer en hoe vuriger wij moeten bidden. De apostelen bleven in Jeruzalem, de plaats van de meest brute moord ooit gepleegd. En het werd de plaats van de verrijzenis, van de hemelvaart, de plaats van Pinksteren.

Blijven wij ook. Bidden en werken wij. Dat komt er uiteindelijk ook voor ons iets heel moois uit. Amen.

Dionysiusparochie