Preek op zondag 6 januari 2013, Hoogfeest van Openbaring des Heren, pastoor Frank Domen

Preek op zondag 6 januari 2013, Hoogfeest van Openbaring des Heren, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, welkom op dit feest van Openbaring des Heren of ook wel Driekoningen. De wijzen uit het Oosten zijn mensen van een andere cultuur, met een ander geloof. Maar ook al gingen zij andere wegen dan de joden, zij kwamen toch uit bij het Christuskind. Er zijn in onze wereld blijkbaar vele waarheden en werkelijkheden, die kunnen leiden naar Jezus Christus en zijn Kerk.

Laten wij altijd openstaan voor mensen van andere culturen. En vooral, laten wij net als de drie wijzen blijven zoeken naar de waarheid. Zolang wij op deze aarde zijn, zijn wij nog niet in het volle licht, hebben wij niet de volle waarheid. Voor wie het zoeken opgeeft wordt het leven een stuk oppervlakkiger en eigenlijk ook minder duidelijk. Maar wie blijft zoeken, zal het eens ten volle vinden.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, Gij hebt vandaag aan de volkeren door een ster die hen leidde uw eniggeboren Zoon geopenbaard. Wij bidden U: leid ons, die U reeds kennen door het geloof, tot het aanschouwen van uw heerlijkheid. Door … . Amen.

preek

Broeders en zusters, als wij mensen zijn met een overtuiging, roept dat bij andere mensen reacties op. Sommige mensen zullen het met ons eens zijn, anderen niet. En hoe sterker onze overtuiging is, hoe heftiger de reacties.

Als een middelbare scholier het leuk vindt om de hele dag lol te trappen, zal zijn aanhang bestaan uit enkele andere lolbroeken, maar de leerlingen, die iets willen leren, zullen dit al gauw vervelend vinden, evenals de leraren. Is een andere leerling daarentegen serieus, dan zullen de leraren met hem weglopen, sommige medeleerlingen zullen bewondering hebben vanwege zijn resultaten en hem om hulp vragen, en de raddraaiers in de klas zullen hem een watje vinden, een vriendje van de meester.

Jezus Christus had een duidelijke mening. Daarom had Hij een grote aanhang, maar ook veel tegenstanders. Dat was ook al voorspeld. Toen Jozef en Maria hun Kind in de tempel opdroegen, nam de oude grijsaard Simeon het Kind in zijn armen en sprak: “Zie, dit kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt” (Lucas 2, 34). En Jezus zelf zei ooit, dat er een tijd zou komen, dat mensen binnen één familie tegen elkaar zullen opstaan, omdat de één wel gelooft en de ander niet (Marcus 13, 12).

Wij zien bij Jezus ook van kleins af aan, dat Hij omgeven is door voor- en tegenstanders. Maar dat de tegenstanders uit zijn eigen volk voortkomen – Herodes is de koning van de Joden – dat verbaast ons en mag ons ook pijn doen. En de voorstanders? Dat zijn eenvoudige herders èn … wijzen uit het Oosten, die niet bij de joden horen, vreemdelingen, allochtonen. Zij horen echter tot de eerste mensen, die Jezus komen aanbidden.

Wij zien het: de mensen, die zoeken – de wijzen – zullen vinden, en de mensen, die menen te hebben – koning Herodes – raken het kwijt. De mensen van ver zijn het meest dichtbij. De laatsten worden de eersten.

De wijzen uit het Oosten, beste medegelovigen, zijn eerlijke zoekers. Zij zien een bijzondere ster aan de hemel en hebben er geen natuurlijke verklaring voor. Dan maar een bovennatuurlijke verklaring zoeken. Zij komen uit bij Bileam, de profeet uit het boek Numeri, die gezegd heeft, dat er een ster zal oprijzen uit Jakob, een scepter – een koningsstaf – zal oprijzen uit Israël (24, 17).

Na hun ontdekking laten zij alles en iedereen achter en gaan op zoek naar de nieuwe prins. En zij verwachten, dat hij in het paleis is geboren. Zij melden zich bij Herodes, maar die weet van niets. De priesters en schriftgeleerden weten, dat de profeet Micha heeft gezegd (5, 1), dat in Bethlehem iemand zal opstaan, die zal heersen over Israël. Koning Herodes verzint een plan om het Kind te doden, maar de drie wijzen vervolgen hun weg en, geleid door de ster, vinden zij het Kind. Hun zoektocht is beloond. Zij knielen neer en bieden goud, wierook en mirre aan.

Ook wij hebben het Kind gezocht en gevonden. Welke geschenken bieden wij aan? Het mooiste geschenk is ons hart. Dat wij wat wij voor God en de mensen doen met veel liefde en aandacht doen: het meevieren van de heilige Mis, het verrichten van onze dagelijkse gebeden; onze plichten, thuis, op school, op het werk of in een vereniging.

Die liefde en aandacht is altijd belangrijk, maar in onze tijd meer dan ooit. Er komt veel kwaad aan het licht: misbruik, niet alleen in de Kerk, maar overal. Financiële fraude en examenfraude op scholen, wetenschapsfraude, wantoestanden in ziekenhuizen; de enorme zelfverrijking in de bankensector en bij woningcorporaties.

Hoe diep kan een land zinken in een tijd van economische crisis!? In een niet nader te noemen Europees land heeft de overheid het schoonmaken van het wegdek na een ongeluk uitbesteed aan een particulier bedrijf. Nadat een 15-jarige jongen met zijn scooter dodelijk was verongelukt, kreeg de moeder van die jongen een rekening voor het verwijderen van zijn bloed van het wegdek. Liefdeloosheid en ongevoeligheid ten top!

Wij mogen daar dus ònze tekens tegenover stellen. Geen goud, wierook en mirre, maar liefde en medeleven ten top.

Het Kerstkind verlangt, dat wij werken aan vrede en eenheid onder elkaar en allen, die wij ontmoeten. In de eerste lezing zei de profeet Jesaja, dat er een licht over ons is opgegaan, hoe de glorie van de Heer over ons is gaan schijnen. En dat licht en die glorie hebben als gevolg – zo zegt Paulus in de tweede lezing – dat wij mede-erfgenamen zijn van Jezus Christus, medeleden en mededeelgenoten van de belofte tot eeuwig leven.

Dit alles betekent, dat wij bij het Rijk van God horen, het Rijk van eeuwige vrede. Is het dan niet onze roeping om die vrede uit te stralen naar alle mensen om ons heen, ongeacht hoe aardig of onaardig die mensen zijn!?

Dicht bij huis, in Frankrijk, worden christelijke kerken door andersdenkende jongeren aangevallen, kerkgangers worden in het kerkgebouw uitgescholden, met kiezelstenen bekogeld, priesters worden aangevallen. Zijn wij geestelijk sterk genoeg om daar in liefde op te reageren, zoals de wijzen in gesprek waren met de boosaardige koning Herodes!?

Wij zouden niet te gauw moeten denken, dat wij genoeg doen of dat wij het met voldoende liefde doen. Wij zouden niet bang moeten zijn, dat mensen ons fanatiek vinden. Zagen wij niet, dat Jezus Christus een man was met een sterke overtuiging, een man van kracht, die bewondering opriep, navolging, maar ook weerstand? Willen wij gewelddadige jongeren kunnen winnen voor het Koninkrijk, dan kan dat alleen maar met héél véél liefde.

Ook wij mogen mensen zijn met een overtuiging. Ook van ons móét er in deze gewelddadige en losgeslagen tijd een liefdevolle kracht uitgaan. Dat roept bewondering op, maar het gaat vooral om de goede daad zelf en om de navolging daarvan door andere mensen. En dat het ook weerstand oproept, och, dat gaat wel voorbij. Alle stormen gaan voorbij, maar een ster blijft altijd schijnen.

Zijn wij wijzen en doen wij grote moeite voor God en voor alle mensen, die wij op onze levensweg tegenkomen.

Dionysiusparochie