Preek op zondag 20-01-2013, de 2e zondag door het jaar C, diaken Eelke Ligthart

Preek op zondag 20-01-2013, de 2e zondag door het jaar C, diaken Eelke Ligthart

openingswoord

Van harte welkom bij de Eucharistieviering op de tweede zondag door het jaar.

De feesten zijn voorbij, de kleur wit is vervangen door groen voor de tijd van het jaar. Toch lezen we in het Evangelie dat er een feest is, een bruiloft. Een joodse bruiloft waar Jezus en Maria ook zijn uitgenodigd. Maar na enkele dagen is de wijn op en Jezus moet, zo vindt Maria dat er wat aan doen. Maar het is zijn tijd nog niet. Jezus bepaalt het tijdstip, wanneer het verbond met mensen wordt gesloten. Zijn verbond met mensen om het feest door te laten gaan. Het begin van zijn lijdensweg. Feest met 600 liter wijn, later zijn bloed vergoten voor onze zonden.
Knielen we neer en maken we het stil in onszelf om onze zonden te belijden.

preek

Dierbare medegelovigen,

Ik weet niet of u dat ook heeft gehoord de laatste week, dat veel mensen zeggen, of eigenlijk zuchten; ik ben blij dat die feestdagen weer voorbij zijn. Zo’n opmerking die diep uit hun hart komt, alsof een feest wel zo ongeveer het ergste is wat je mee kunt maken, wat een mens kan overkomen. Ik verbaas me daar wel over.
Feest is toch fijn, dat is toch iets om naar toe te leven, daar geniet je van. Daar ben je lang van tevoren mee bezig. Maar toch schijnt het bij veel mensen niet meer zo te werken. Hoe zou dat toch komen?

Soms denk ik, dat in onze samenleving, de feesten, en dan met name de Christelijke feesten, heel wat aan betekenis hebben ingeboet. Zou het komen omdat ons dagelijks leven al zo rijk is gevuld met allerlei mogelijkheden tot afleiding? Dat het steeds moeilijker wordt om het verschil te ontdekken tussen het alledaagse, het gewone, en het feestelijke. Soms denk ik dat het bij veel mensen alleen nog maar gaat, om mooie kleren, veel eten en mooie cadeaus onder de kerstboom.
Is dat onze manier van het maken van feest geworden? Het feest bijwonen en het niet meer zelf maken en voelen? Zulke feesten zijn meestal ook weer snel voorbij. Maar wat dan? Soms gaat 2e kerstdag de kerstboom al naar buiten, terwijl de drie Koningen nog niet eens zijn gearriveerd.

Het feest waar we het in het Evangelie over hadden, was wel even wat anders. Een bruiloft bij de joden duurde 7 dagen. Uitnodigingen werden niet verstuurd, iedereen wist ervan, en iedereen was dan ook uitgenodigd.
De bruiloft staat hier, net als in de eerste lezing van Jesaja 62, voor het verbond tussen God en Zijn volk. De bruiloft te Kana is de plaats, waar de leerlingen getuige zijn van de bevestiging van het verbond. De openbaring dat Gods rijk in Jezus aanwezig is. Een openbaring die zonder het eerste, telkens hernieuwde verbond, waarvan we in de eerste lezing hoorden, ondenkbaar en onhoudbaar is.

Jezus begint zijn openbare leven met een feest, een verbond, een teken van Zijn Koninkrijk, van Zijn toekomst. Hij wil er mee zeggen: Zo bedoelde ik het, zo moet het worden.
Wij mensen staan vaak nog ver af van dat door Jezus bedoelde feest, dat verbond waar wij het goed met elkaar kunnen vinden, waar we samen kunnen genieten van de simpele dingen van het leven. Dat we voor elkaar bestaan en elkaar welkom heten, zelf een feest van het leven maken , het schijnt moeilijk te zijn.

Een verbond sluiten is hard werken. Onderhouden wat je hebt afgesproken. Ook een huwelijk is een verbond waaraan hard gewerkt moet worden. Niet om het te winnen, maar om het tot een feest te maken voor iedereen. En wat is dat voor velen soms moeilijk. Het is hard werken om gerechtigheid en solidariteit onder mensen te krijgen en te behouden.

Hard werken was het ook voor de bedienden in het evangelie. Jezus zei het wel heel eenvoudig: Doe die kruiken maar vol. Zes kruiken van elk 100 liter. Dat is veel werk geweest. Het feest was pas enkele dagen oud en de wijn was al op. Toch moest het feest doorgaan.
Het gaat vandaag om de tweede ronde wijn, de beste wijn die door Jezus tot het laatst is bewaard. Iedereen, die het levensverhaal van Jezus kent, weet wat bedoeld wordt met deze wijn. Het is de beker, de wijn die we tot op de dag van vandaag in de eucharistievieringen nog steeds ter tafel brengen.
De wijn waarvan Jezus zegt: Dit is mijn eigen bloed, ik wil mijn eigen leven wel schenken opdat het feest kan doorgaan. En zo kunnen jullie jezelf schenken aan elkaar. En dan gaat het niet meer over het feest van eten en drinken en maar snel weer de kerstboom opruimen en blij zijn dat het voorbij is.

Nee, het gaat over onszelf, over U en ik. Wij kunnen een waardevol geschenk zijn voor elkaar. Ons leven kan een bijdrage zijn aan het leven voor allen, zodat het een feest wordt. Daar hoef we niemand voor uit te nodigen, nee iedereen moet het kunnen zien en voelen dat we het leven tot een feest willen maken voor iedereen. Het blijft solidair zijn met elkaar en dat is er hard aan werken. AMEN.

Dionysiusparochie