Preek op zondag 03-02-2013, de 4e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op zondag 03-02-2013, de 4e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

CRÈCHE

openingswoord

Broeders en zusters, van harte welkom. Wij zijn weer samengekomen om de heilige Eucharistie te vieren. Dat is de Maaltijd, het Offer, dat God zelf aan ons heeft gegeven.

Wij weten: als brood en wijn worden veranderd in het Lichaam en Bloed van Christus, komt de aan het Kruis stervende Jezus op ons altaar tegenwoordig. Omwille van ons biedt Hij in liefde en gehoorzaamheid zijn leven aan de hemelse Vader aan. Wij zijn naar de kerk gekomen, omdat wij er bij willen zijn als iemand iets zo geweldigs voor ons doet. En let wel, wij vieren niet alleen zijn dood, maar ook zijn verrijzenis. Zijn kracht mogen wij ontvangen als wij gelovig aanvaarden wat hier in brood en wijn verborgen gebeurt, het grootste wonder aller tijden: Jezus Christus staat als eerste van alle mensen op uit de dood.

Proberen wij met heel ons hart, met al onze aandacht, mee te vieren, zodat God ons overvloedig zijn genade kan schenken.

openingsgebed

Laat ons bidden. Almachtige God, Gij roept ons op in U te geloven, maar telkens weer willen wij U ontvluchten. Breek de weerstand in ons hart en bemoedig ons met uw aanwezigheid; dat wij ons altijd naar U toekeren en ingaan op uw woord, waarmee Gij alle mensen uitnodigt tot uw Rijk. Door onze Heer … . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Afgelopen week hoorden wij hoe de nieuwe messias van de SNS Bank € 500.000 per jaar gaat verdienen, zeg maar € 10.000 per week. Daar kun je je druk over maken, heb ik ook een beetje gedaan. Maar als Jezus Christus zoiets hoort, dan zegt Hij rustig: Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Hij vertelt een leerzaam verhaal over een man, die zijn schuren wil gaan uitbreiden om zijn geweldige rijkdom aan koren in te kunnen opbergen, maar die nog diezelfde nacht komt te overlijden, en daarmee is de kwestie afgehandeld. Dan gaat Jezus met een ander onderwerp verder. We zouden met zo’n grootverdiener eerder medelijden moeten hebben dan dat wij hem benijden.

Jezus zelf is een heel ander soort Messias. Een die opkomt voor de eer van God en zich werkelijk volkomen belangeloos inzet voor het heil van de mensen.

Vorige week hoorden wij hoe Hij in het kleine kerkje van Nazaret voorlas, dat God de Messias, de beloofde Redder, zou sturen, en dat deze Messias voor de armen zou zorgen, dat Hij de blinden zou laten zien, de verdrukten zou laten gaan in vrijheid. Hij zou ervoor zorgen, dat er voor iedereen een tijd van genade zou aanbreken. En in het evangelie van vandaag zegt Hij er doodleuk bij, dat wat God heeft beloofd – dat de Messias zou komen – dat dat nu is gebeurd, met andere woorden: Ik ben de Messias, Ik ben die beloofde Redder.

Volgens de evangelist Lucas zijn de inwoners van Nazaret door deze woorden eigenlijk helemaal niet geschokt. Zij zijn eerder blij verrast, betuigen hun instemming, en vragen zich af: “Is dat dan niet de zoon van Jozef?” Zo van, is Hij niet één van ons, een inwoner van Nazaret? Wat geweldig dat de Messias, de Redder, uit òns dorp voortkomt!

Waarom zijn zij zo blij? Wij weten, dat veel joden echte zakenmensen zijn en dat mag ook … tot op zekere hoogte! Misschien spelen zakelijke belangen ook nu een beetje een rol in de reactie van de bewoners van Nazaret; misschien vragen zij zich af of zij economisch een beetje kunnen profiteren van het feit, dat de Messias uit hun dorp komt. Misschien kunnen zij dit op een of andere manier bekend maken: “De Messias komt uit Nazaret, komt dat zien!” Misschien zien zij in de geest al grote colonnes toeristen komen. Eindelijk valt er ook in Nazaret flink wat te verdienen.

Maar Jezus kent zijn dorpsgenoten en merkt op, dat zij willen, dat Hij in hun dorp doet wat Hij ook in andere dorpen heeft gedaan. Het doen van enkele wonderen zou heel goed zijn voor het aanzien van het dorp.

Maar daar is een profeet niet voor. Een profeet komt de mensen wijzen op wat zij goed doen en wat zij niet goed doen. Hij wil hen op het rechte pad brengen, het pad naar God. En als een paar wonderen daarbij kunnen en moeten helpen, dan is God daartoe bereid, maar geen wonderen omwille van de sensatie. Uiteindelijk moeten wij dus vaststellen, dat de inwoners van Nazaret Jezus niet als profeet aanvaarden, maar als wonderdoener.

Jezus zegt: Een profeet wordt nooit aanvaard in zijn eigen vaderstad. Hij geeft ter ondersteuning twee voorbeelden uit het verleden. In de tijd van Elia was er onder alle joden grote hongersnood, maar de enige die door de profeet geholpen kon worden was een niet-joodse vrouw. En in de tijd van Elisa waren er vele melaatse joden, maar alleen een buitenlander, een allochtoon, had zo’n goede instelling, dat hij door de profeet genezen kon worden.

Wat de inwoners van Nazaret willen, is, kunnen zeggen: Kijk eens hoe goed wij zijn. Wij zijn belangrijk. Bij ons komt de Messias vandaan. Maar het gaat God niet om groepjes. Het gaat God niet om ‘de inwoners van Nazaret’. Het gaat God ook niet om ‘de joden’, evenmin om ‘de Nederlanders’ of ‘de Amerikanen’. Het gaat God niet om de jongeren òf om de ouderen. Het gaat bij God om die ene grote mensenfamilie, om ons allemaal samen.

Als er zou gebeuren wat de inwoners van Nazaret willen, groepsvorming, zou je dan niet de situatie krijgen, dat mensen gaan zeggen: “Bij de inwoners van Nazaret zit je goed, bij hen ben je veilig?” Het is echter de bedoeling, dat mensen gaan inzien, dat je bij God veilig bent. Hij helpt je om alles te dragen en te verdragen. Hij helpt je goed en gelukkig te leven. Hij helpt je om in eeuwigheid te leven.

Verkeerde groepsvorming doet afbreuk aan de wensen van God. Het gaat bij God om het geheel, de grote familie. Hij is er voor iedereen en Hij verwacht, dat wij willen zijn zoals Hij is, want wij zijn geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. Ook wij moeten er zijn voor iedereen.

Wij, mensen, zijn echter soms een beetje geneigd om alles en iedereen in een hokje te stoppen, om etiketten op te plakken. Wij zijn de Nederlanders, zij zijn de Belgen. Zij zijn zigeuners, werkelozen, arbeidsongeschikten. Zij zijn asociaal en weer anderen zijn degenen, die het gemaakt hebben. Zij zijn watjes en wij zijn degenen die alles durven. Zij zijn de armen, wij de rijken. Wij die premie betalen en zij die steun trekken. Iedereen wordt tegenover elkaar gesteld.

Maar in zijn brief aan de Galaten zegt de grote apostel Paulus m.b.t. het Rijk van God het volgende: “Er is geen jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is – zelfs – geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij één persoon in Christus Jezus” (3, 28).

Broeders en zusters, familiebanden waren voor Jezus niet het belangrijkste. Hij vond het ook niet belangrijk om tot een of ander land te behoren. Laten ook wij ons losmaken van allerlei grenzen, die wij bewust of misschien onbewust hebben getrokken. Persoonlijk ben ik niet zo’n voorstander van Europa in de huidige vorm, maar het mooie zou kunnen zijn, dat wij ons als Europeanen wat meer één gaan voelen. Die eenheid moet dan niet alleen het geld betreffen, maar heel ons mens-zijn.

Het huwelijk, broeders en zusters, is eigenlijk een beeld voor hoe heel de wereld zou moeten zijn. Zoals de getrouwde niet allereerst voor zichzelf leeft, maar voor zijn of haar partner en ook voor de kinderen, zo zouden ook alle mensen in de wereld met elkaar moeten omgaan.

Laten wij grenzen verleggen, ons hart steeds ruimer maken, barricades afbreken, en iedereen aanvaarden als broeder en zuster. Oók bijvoorbeeld die vervelende mensen bij ons in de straat … ook zíj zijn onze broeders en zusters. Bidden wij om en werken wij aan een groot hart waarin plaats is voor iedereen.

Dionysiusparochie