Preek op 30-06-2013, 13e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 30-06-2013, 13e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

openingswoord

Beste medeparochianen, allemaal van harte welkom op deze dertiende zondag door het jaar.

Pastores hebben af en toe ook een beetje ontspanning nodig. Daarom zijn wij afgelopen donderdag met een dertigtal priesters en diakens en pastoraal werkenden om 10.00 uur ’s morgens in Alkmaar in het stedelijk museum samengekomen. Wij begonnen uiteraard met koffie en een heerlijk gebakje en daarna kregen wij van twee lieve en kundige dames een rondleiding door het museum. Wij hoefden onze gidsen maar te volgen en alles werd duidelijk. Uiteraard hebben wij die dag nog meer gedaan.

Jezus Christus volgen is echter een heel andere zaak dan het volgen van een gids in een museum. Het vraagt een bewuste keuze. Want zijn weg, zijn interesses, zijn zo anders dan die van de meeste mensen. Hij leeft om God te eren. Hij leeft om mensen over God te vertellen en zo die mensen op de weg naar geluk te zetten. Hij leeft om andere mensen gelukkig te maken, hier op aarde, maar vooral later in de hemel.

Wij hebben al gekozen. Wij zijn gelovigen. Vragen wij, dat wij deze weg vastberaden mogen blijven volgen.

Wij zijn bij elkaar voor iets, dat wij al heel vaak hebben gedaan: de viering van de heilige Eucharistie. En toch blijft het bijzonder. Gods Woord zal klinken. God daalt neer uit de hoge hemel… op het altaar… in het hart van ieder van ons. Hij zal ons weer sterken, zodat ook wij weer helemaal kunnen leven voor God en voor elkaar… en wij zullen dan ook de vreugde mogen ervaren, die zo’n levenswijze met zich meebrengt.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer onze God, het woord van Jezus, uw Dienaar, roept ons op Hem te volgen en niet om te zien naar wat achter ons ligt. Maak ons geschikt voor het Rijk Gods: dat wij als trouwe dienaars, zijn roep aanhoren en uw wil volbrengen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon… . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Mensen moeten in hun leven soms keuzes maken. Kinderen kunnen aarzelen tussen het ene ijsje en het andere. Maar jongeren en volwassenen maken soms keuzes, waar zij voor lange tijd aan vastzitten of zelfs voor de rest van hun leven.

Een jongere vraagt zich af of hij Frans of Duits zal kiezen als eindexamenvak. Twee jonge mensen denken er over om met elkaar te trouwen. Een ander dat hij priester of kloosterling moet worden. Iemand zou een bepaald huis willen kopen.

Op geven moment moeten wij de knoop doorhakken: ik doe dit of ik doe dat. En als wij het ene huis hebben gekocht, kunnen wij niet meer gemakkelijk ver-anderen. Wie gekozen heeft, moet daarmee verder.

Het evangelie gaat over het maken van zo’n keuze. Jezus weet: God wil, dat Ik naar Jeruzalem ga, waar de mensen Mij zullen doden, maar Ik zal er ook weer uit de dood opstaan. Als Ik er sterf, zal Ik de eerste mens zijn, die uit de dood opsta en na Mij zullen ook vele anderen van de dood worden gered. En Jezus besluit om het te doen! En Hij komt niet meer op zijn besluit terug. Hij is bang, maar niet laf. Hij vertrouwt op de hulp van God.

Het evangelie vertelt ons waarom beslistheid, moed en vertrouwen, ook voor ons belangrijk zijn.

Ten eerste. Jezus zegt, dat de vossen holen hebben en de vogels hun nesten, maar Hijzelf heeft geen eigendommen. Hij leeft niet om rijk of machtig te zijn, wil geen aanzien of macht hebben. Hij leeft voor God en de mensen. Welnu, wij hoeven als gelovigen natuurlijk niet van al onze bezittingen afstand te doen, maar een zekere onthechting – vooral in deze tijd van crisis – kan heel belangrijk zijn. Zodat wij er niet al te moeilijk over doen mochten wij financieel een stapje terug moeten doen. En ook om mensen, die het nog veel moeilijker hebben dan wij – royaal te kunnen en te willen helpen.

Ten tweede. De band met onze ouders en grootouders, met onze kinderen en kleinkinderen, broers en zussen – een band, die ons door God zelf is gegeven – is heel belangrijk, maar de band met God en met de mensen, die de wil van God ten einde toe volbrengen – is nog veel belangrijker, want die band blijft in eeuwigheid. Zij zullen in de hemel onze ware broeders en zusters zijn. En laten we hopen en bidden en werken, dat al onze familieleden en vrienden zich strakjes bevinden onder al die waren broeders en zusters in de hemel.

Het derde voorbeeld, dat Jezus geeft, gaat over onze dierbare doden: Laat de doden hun doden begraven, zegt Jezus. Dat wil natuurlijk niet letterlijk zeggen, dat wij van onze dierbaren niet op een waardige wijze afscheid mogen nemen, maar de zorg voor de levenden is nog veel belangrijker dan de zorg voor onze doden. Als wij rondom onze doden ons zo sterk verenigen, hoeveel te meer moeten wij dat dan niet doen rondom onze levenden. Hun heil in deze wereld en vooral hun zielenheil in de toekomstige wereld moet onze allereerste zorg zijn. De verkondiging van het nieuwe leven in Jezus Christus moet bovenaan op ons prioriteitenlijstje staan.

Maar, wij christenen, moeten niet alleen blijk geven van beslistheid, van moed en vertrouwen, maar ook nog van andere deugden, die we nodig hebben om Jezus te kunnen volgen.

Wij lazen, dat Jezus en de apostelen -niet welkom zijn in een dorp in Samaria. Johannes en Jacobus, met de bijnaam ‘zonen van de donder’, zijn boos en vragen Jezus of zij vuur van de hemel zullen afroepen om die dorpsbewoners te verdelgen. Zij willen nu al goed en kwaad van elkaar scheiden. Echter, Jezus is niet gekomen om te vernietigen, maar om het leven aan te bieden. Een eventuele straf komt op de Dag van het Laatste Oor-deel.

Als wij Jezus willen navolgen, moeten wij God altijd het laatste woord geven. Wij moeten niet zelf met geweld reageren.

Als wij niet worden begrepen, afgeschreven worden, op een lijdensweg komen, kunnen wij dan beslist, moedig, vol vertrouwen en geweldloos met Jezus ver-der gaan?

Er zijn meer dan drie voorbeelden te noemen. Als wij met mensen een afspraak maken, moeten wij haar beslist nakomen, erop vertrouwend dat de ander dat óók doet, nakomt, en niet gewelddadig worden als die ander dat toch niet blijkt te doen.

Als wij een taak in het huishouden hebben, op een kantoor of in een bedrijf, moeten wij haar met beslistheid uitvoeren, moedig strijden tegen gevoelens van afkeer. Wij mogen erop vertrouwen dat ons werk vrucht zal dragen. En wij moeten niet boos worden als anderen hun plichten niet op zich ne-men.

Zijn wij beslist, moedig, vol vertrouwen en geweldloos in onze geloofsbeleving? Gaan wij vastberaden iedere Dag des Heren naar de Kerk? Zijn wij moe-dig als anderen ons belachelijk maken? Zijn wij moe-dig in het verdedigen van de leer van de Kerk? Vertrouwen wij op Gods genade van bijstand?

Beste medeparochianen, een huwelijk of vriendschap en ook ons geloof houdt alleen maar stand als wij consequent vasthouden aan Jezus’ principes. -Wij hoeven niet afstand te doen van al onze bezittingen, zoals Jezus wel deed, maar ons belangrijkste levensdoel moet wel zijn het eren van God, het klaarstaan voor de naaste. Als wij dat doen, beslist, moedig, vol vertrouwen, als mensen van vrede, zal onze Kerk in korte tijd weer een geloofwaardige Kerk zijn, zullen meer mensen zich aan ons spiegelen, zal er spoedig meer vrede komen, in de Kerk en in de wereld.

Proberen wij overtuigde christenen te zijn. Het kan, want God is met ons.

Dionysiusparochie