Preek op 29-12-2013, Feest van de H. Familie, pastoor Frank Domen

Preek op 29-12-2013, Feest van de H. Familie, pastoor Frank Domen

CRÈCHE

openingswoord

Beste medeparochianen, allemaal van harte welkom op deze feestdag onder het octaaf van Kerstmis. Octaaf wil zeggen tijdens de eerste acht dagen van Kerstmis. Wij vieren het feest van het heilige Familie, Jozef, Maria en het Kind Jezus.

Het is toch schattig, zo vertederend, zo’n klein gezinnetje in een stal. Engelen zingen vanuit een hemels licht, herders komen met hun lieve, makke schapen. Strakjes komen nog de wijzen in prachtige kleding met hun kostbare geschenken. Wij voelen ons helemaal vertederd door dit gezinnetje.

Nou, vergeet het maar, zegt paus Franciscus, als je het zo ervaart, heb je toch niet zo’n goede kijk op de zaak.

Op Tweede Kerstdag heeft de paus in zijn preek verklaard, dat het zoete imago, dat velen van Kerstmis hebben, vals is. Er was tóén al sprake van bruut geweld. Koning Herodus wilde immers het Kind doden en vermoordde daartoe tientallen kleine kinderen in de hoop, dat de nieuwgeboren Koning erbij zou zitten.

En ook in onze tijd, lieve medegelovigen, worden christenen in het Midden-Oosten massaal en op gruwelijke wijze vermoord. Monseigneur Léonard, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, verklaarde in zijn kerstpreek, dat er iedere 5 minuten één christen wordt vermoord. Als wij strakjes om 11.00 uur weer naar huis gaan, zijn er alweer 12 christenen om het leven gebracht.

Honderdduizenden christenen uit het Midden-Oosten zijn gevlucht en wie niet daartoe in staat is, die gezinnen verkeren in panische en radeloze angst.

Vele bisschoppen aldaar laten noodkreten horen vanwege de immense vervolging. Paus Franciscus heeft zelfs verklaard, dat er in deze tijd méér martelaren worden gemaakt dan in de eerste eeuwen.

Laten wij iedere bidden voor deze arme mensen: bidden wij om kracht om te kunnen volharden in het geloof. Bidden wij, dat er politici mogen opstaan om krachtig te protesteren tegen deze mensonterende praktijken. Bidden wij op voorspraak van de heilige Stefanus, die ook bad voor zijn vervolgers, om bekering voor de vervolgers.

Vragen wij God nu vergeving voor de keren, dat wij geklaagd hebben over allerlei kleine dingetjes, zaken die eigenlijk niet het noemen waard zijn.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer, onze God, in het huis van Maria en Jozef heeft uw Zoon warmte gevonden en geborgenheid. Daar hebt Gij voor het eerst in deze tijd uw eeuwig Woord gesproken en het gezin geheiligd tot de gemeenschap waar Gij onder de mensen verblijft. Laat uw zegen rusten op elke woning; dat de mensen er in vrede wonen en met elkaar het brood van uw liefde delen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .

kinderwoorddienst

preek

Broeders en zusters, wij geloven in God, aan de ene kant een oppermachtig wezen, maar aan een andere kant is deze God – als ik het zo mag zeggen – ‘een heel gewone God’. In Jezus Christus is God geboren in een gezin, Hij is er opgegroeid, opgevoed, en Hij heeft er gewerkt tot aan zijn 30e levensjaar. En al die tijd gebeurde er – voor zover wij weten – niets ongewoons, geen enkel wonder.

Jozef was het hoofd van het huisgezin. Als pleegvader zorgde hij met zijn werk voor het onderhoud van Maria en Jezus. Híj was het, die van de engel de boodschap kreeg hoe zij het Kind moesten noemen. Toen het kind eenmaal in Bethlehem was geboren, kreeg híj de opdracht om met Maria en het Kind te vluchten. Ook toen koning Herodes was gestorven, kreeg híj te horen, dat ze veilig konden terugkeren. Híj was het hoofd van het gezin.

Van Maria leerde Jezus zijn moedertaal. Van haar leerde hij ook allerlei volkswijsheden, die Hij later in zijn preken zou gebruiken. Hij zag hoe zijn moeder een beetje deeg bewaarde om er de volgende dag zuurdeeg van te maken; hoe ze er een beetje water bij deed en het door het nieuwe deeg kneedde om het dan onder een schonere doek te laten rijzen. Zo zei Jezus later tegen de mensen, dat zij moesten oppassen voor het zuurdesem van de Farizeeën. Daar zou iets slechts uit voortkomen. En Hij zei, dat er maar een klein beetje zuurdesem nodig was om een heel brood te laten rijzen. Daarmee wilde Hij zeggen: Doen jullie nu maar heel trouw jullie kleine dingen. Er zal iets groots uit voortkomen.

Als er in een kledingstuk een scheur zat, zocht Maria een bijpassend lapje om het er over heen te naaien. Jezus was een gewoon kind en zal dus wel – heel nieuwsgierig – aan zijn moeder hebben gevraagd waarom zij geen nieuw stukje stof nam. Maria legde toen uit, dat een nieuwe stof gaat krimpen als het nat wordt. Dan zou door het trekken van de nieuwe stof aan de oude stof opnieuw een scheur ontstaan. Later zei Jezus Christus dat tegen de mensen: “Niemand gebruikt voor een oud kleed een verstellap van ongekrompen stof: want het ingezette stuk trekt aan het kleed en de scheur wordt nog groter” Mt. 9, 16). En Hij bedoelde daarmee: Als je een nieuw – christelijk – leven gaat beginnen, moet je alleen maar dingen doen, die daar bij passen.

Zoals alle vrouwen legde Maria de beste kleren in een kist apart. Tegen de motten legde zij er dan wat welriekenden kruiden tussen. Ook dat gebruikte Jezus in zijn prediking door te zeggen: “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar ze door mot en worm vergaan en waar dieven inbreken om te stelen” (Mt. 6, 19).

Zo heeft Jezus allerlei hemelse wijsheden verkondigd, die Hij eigenlijk gewoon thuis in het gezin had geleerd. In het gezin kunnen dus grote, wijze mensen ontstaan door de kleine dingen met veel liefde en grote aandacht te doen.

Het grootste deel van het leven van Jozef, Maria en het Kind Jezus, verliep als dat van miljoenen andere mensen. Zij deden hun gewone dagelijkse plichten. Echter, in hun ogen was niets onbelangrijk. Alles deden zij uit liefde voor God en medemens. Zo kunnen ook wij met het kleinste gebaar God eren en de medemens helpen.

Jozef, Maria en Jezus moeten op een wel heel tedere manier met elkaar zijn omgegaan, heel liefdevol. Waarom? Omdat God het middelpunt was van hun huis.

Niet de vader moet het middelpunt zijn van het gezin, ook niet de moeder, evenmin de beide ouders samen. Ook niet de kinderen of één van de kinderen. Zo gauw één iemand in het middelpunt gaat staan, zijn persoonlijke denken of wensen opdringt, kunnen er spanningen ontstaan. Die zullen er toch wel altijd zijn, maar wij kunnen ze tot een minimum beperken door ons er in te oefenen niet in het middelpunt te willen gaan staan. Niet ik, niet wij, maar God moet het middelpunt zijn, want God heeft het welzijn van allen voor ogen. En wij, wij mogen God zoeken èn vinden in de andere gezinsleden. Helpen wij hen, dan helpen wij God. Overal waar God het centrum is, is er sprake van een grote harmonie, een eenheid. Kijken wij naar het heelal. Kijken wij naar de schepping, zoals zij was in het begin.

Het zou mooi zijn om ook thuis samen iedere dag een klein stukje uit de bijbel te lezen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen als gebed voor het avondeten. Dan kun je er tijdens het eten nog een paar minuten over praten, wat het betekent, wat jullie er met z’n allen mee kunnen doen. Dan wordt God het centrum. Dan kun je elkaar helpen om die avond en de volgende dag het gelezene in praktijk te brengen.

Proberen wij op onze manier God een centrale plaats te geven in onze gezinnen. Zij zullen op den duur dan toch meer op dat kleine huisgezinnetje van Nazaret gaan lijken. Misschien dat iemand zal mopperen als dit bijbellezen en -bespreken wordt ingevoerd. Maar op den duur zal iedereen merken dat Gods Geest ons een stuk blijder zal maken. Amen.

Dionysiusparochie