Preek op 29-09-2013, de 26e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 29-09-2013, de 26e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

CRÈCHE

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal welkom.

Vorig weekend sprak onze Heer Jezus Christus ons aan over de mammon, het geld. Hij zei: Gij kunt niet God dienen en tegelijkertijd de mammon, rijkdom en macht.

Vandaag laat Hij ons zien wat wij wèl kunnen doen met de rijkdom en de macht, die de meesten van ons ondanks de crisis toch nog hebben. Wij hebben het niet alleen voor onszelf, maar ook voor onze noodlijdende medemensen.

En wij zullen vooral in de eerste lezing uit de profeet Amos en in het evangelie merken, dat het niet alleen maar om een aanbeveling gaat. De Heer waarschuwt de mensen, die alleen maar voor zichzelf leven, heel streng.

Voor sommige mensen, die heel egoïstisch en egocentrisch leven is een dergelijke strenge waarschuwing waarschijnlijk nodig, maar ik hoop, dat wij ons toch vooral door de liefde laten leiden.

Voor de keren, dat wij God en elkaar te weinig hebben liefgehad, vragen wij samen vergeving.

openingsgebed

Laat ons bidden. Almachtige God, uw zorg gaat uit naar iedereen, maar het meest van al naar hen voor wie niemand oog heeft. Wij vragen U: laat niet toe dat wij berusten in het onrecht. Maak ons bereid met alle mensen het brood te delen van uw liefde. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Beste medeparochianen, de meeste verhalen in de evangelies zijn werkelijk gebeurd. We kunnen denken aan het bezoek van de engel Gabriël aan Maria en de daaropvolgende geboorte van Jezus in Bethlehem. Ook natuurlijk zijn lijden en sterven en zijn verrijzenis. Maar ook andere gebeurtenissen, als de genezing van de blinde Bartimeüs, de opwekking van de overleden zoon van de weduwe van Naïm en het Laatste Avondmaal.

Er zijn ook verhalen, die Jezus Christus heeft verzonnen als een les voor ons. Als Hij het verhaal van de barmhartige Samaritaan vertelt, begint dat als volgt: “Eens viel iemand in de handen van rovers”. Het lijkt wel een sprookje, dat begint met de woorden: “Er was eens…” Dit geldt ook voor het evangelie van vandaag: “Er was eens een rijk man…”.

Het is trouwens onmogelijk, dat het verhaal werkelijk is gebeurd, want Jezus laat in het verhaal dingen gebeuren, die wel in een verhaal kunnen plaatsvinden, maar niet in de werkelijkheid. Zo zou er een zekere communicatie zijn tussen Abraham in de hemel en de rijke vrek in de hel. Dat gebeurt niet in de werkelijkheid. In de hel is er ook niets te vinden wat goed is. Dus dat de rijke vrek bezorgd zou zijn voor het zielenheil van zijn vijf broers is onmogelijk. In de hel is alleen maar het kwade: haat, jaloezie en afgunst en al het andere wat kwaad is. In werkelijkheid zou de rijke vrek het zijn broers niet gunnen, dat zij wel in de hemel komen en hij niet.

Vinden jullie, dat Jezus in het door Hem vertelde verhaal te streng is? De rijke vrek belandt immers uiteindelijk in de hel, waar hij nooit meer uit zal komen! Laten we kijken wat hij doet en niet doet.

De rijke vrek ging in purper en fijn linnen gekleed. En hij vierde iedere dag uitbundig feest. Er staat niet geschreven, dat Jezus het verkeerd vindt om mooi gekleed te gaan. Maar er staat ook niet, dat Hij het aanraadt. Enige jaren later zal de heilige apostel Paulus in zijn eerste brief aan Timoteüs wel verklaren, dat het beter is zich te sieren met bescheidenheid en ingetogenheid dan met ingewikkelde kapsels, met goud, parels of dure kleren. Godvruchtigheid noemt hij het fraaiste sieraad. Er staat ook niet geschreven, dat de rijke vrek schuldig is aan de armoede van Lazarus. Hij heeft Lazarus niet uitgebuit. Er bestaat evenmin geschreven, dat Jezus het afkeurt om iedere dag uitbundig feest te vieren. Maar ook hier geldt: Hij juicht het ook niet toe. Wij kunnen ons geld en onze tijd wel beter gebruiken.

En daarmee komen we bij het knelpunt aan: de rijke vrek besteedde zijn overvloed aan vrije tijd en geld in het geheel niet aan zijn medemens in nood. Op zich heeft God niets tegen rijken. Integendeel, rijken kunnen een zegen zijn voor de arme medemens. Er zijn nu eenmaal mensen, die pech hebben in het leven of die door eigen schuld in problemen zijn geraakt. De rijken kunnen dan van hun overvloed uitdelen en zo hun medemensen bijstaan. Er zijn van die rijken, die honderden miljoenen bezitten of zelfs miljarden en die – nadat ze hun medemensen hebben bijgestaan – nog veel meer overhouden dan vele andere mensen samen. Als zij hun gaven en talenten in dienst aan de naaste gebruiken zal God ze nog eens extra rijkelijk zegenen.

De rijke vrek – van wie wij niet eens de naam kennen, zo onbelangrijk vindt Jezus mensen, die in dit kwaad ten einde toe volharden – vroeg zich niet eens af of er misschien in zijn eigen omgeving mensen waren, die hulp zouden kunnen gebruiken. Hij hoefde maar een voet buiten de deur te zetten, dan was hij al over Lazarus gestruikeld. En al had hij dan alleen maar een van zijn knechten opdracht gegeven – één minuutje werk – goed en liefdevol voor Lazarus te zorgen, dan was God al tevreden geweest. Maar nee, niets van dat alles, en daarom eindigde zijn leven in het eeuwige vuur van de hel.

De hel, lieve mensen, is geen sprookje, geen waarschuwend vingertje om ons op het rechte pad te houden, maar een realiteit: wie zichzelf helemaal van zijn medemens vervreemdt en hem aan zijn lot overlaat vervreemdt zichzelf helemaal van God, voor eeuwig.

Beste medegelovigen, ik neem aan, dat wij ons ten opzichte van God en medemens zo gedragen, dat wij voor de hel niet bang hoeven te zijn. Wij doen niet het goede uit vrees voor eventuele straffen, maar uit liefde voor God en de medemens. Wij bedenken: stel je voor dat het mijn kind is, die zo arm leeft, dan zou ik toch ook graag willen dat het geholpen wordt. In Matteüs 7, 12 zegt Jezus: “Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen.”

Tussen haakjes, ik vind het geweldig, dat wij in deze tijd van crisis bij collectes voor missionaire activiteiten zo veel geld ophalen. Soms is de opbrengst zelfs dubbel zo hoog als in voorgaande jaren! Namens de armen: Hartelijk dank!

Op 18 september sprak paus Franciscus over de Kerk als moeder. Zijn woorden kunnen wij gebruiken in het kader van het thema van vandaag. Wij gaan niet naar de Kerk uit vrees dat wij hetzelfde lot moeten ondergaan als de rijke vrek, maar omdat zij onze Moeder is.

Paus Franciscus vertelt, dat het beeld van de Kerk als moeder ons niet alleen vertelt hoe de Kerk eruitziet, maar ook hoe de Kerk er dient uit te zien. Het is een groeiproces.

Een moeder, zegt de paus, leert ons om goed te doen, om volwassen te worden, en zij doet dat altijd met tederheid, genegenheid en liefde, ook als zij ons op de goede weg probeert te brengen, nadat wij het juiste pad zijn kwijtgeraakt. Een moeder weet hoe belangrijk het is om in het leven op de goede weg te blijven. Een moeder heeft dat niet geleerd uit boeken, maar zij weet dat uit haar eigen hart.

Zo geeft ook de Kerk oriëntatie aan ons leven, zegt de paus, leert ons op de goede weg te blijven. We kunnen daarbij denken, zegt hij, aan de Tien Geboden. De Kerk helpt ons vaste punten te hebben in ons levensgedrag. Het zijn juist de vruchten van de tederheid, van de liefde van God voor ons, die ons deze levensgeboden gaven. Je kunt beweren, zegt de paus, dat het toch maar geboden en verboden zijn. Maar hij nodigt ons uit ze te herlezen en er dan positiever over te denken.

In een van onze cursussen kwam ooit naar voren, dat een man – die een dief was – in een glas-in-loodraam de tekst van de Tien Geboden las. Maar toen las hij: “Gij zult niet stelen.” En hij las het niet als een gebod, maar als een belofte, zo van: Als je je aan Jezus vasthoudt, als je Hem volgt, zul je in je hart zo blij en gelukkig en goed zijn, dat je niet meer zult stelen. Vol Blijdschap en dankbaarheid verliet hij de kerk.

Laten wij deze komende week extra werken aan onze liefde tot God en de naaste. Dat is goed voor mensen in nood. En als ongelovigen ons goede voorbeeld zien, zullen ook zij misschien tot geloof komen en ons goede voorbeeld navolgen.

Dionysiusparochie