Preek op 28-07-2013, 17e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 28-07-2013, 17e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

WEGENS DE VAKANTIE GÉÉN CRÈCHE

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal welkom.

In de eerste lezing van vandaag horen wij hoe belangrijk het gebed kan zijn. God wilde de steden Sodom en Gomorra vernietigen, maar door het gebed van Abraham, de vader van ons geloof, worden in ieder geval de rechtvaardigen gered.

Het evangelie spreekt dan natuurlijk ook over het gebed. Jezus leert zijn apostelen het ‘Onze Vader’. Maar niet alleen de keuze van onze woorden is belangrijk. Het gaat vooral om de innerlijke houding waarmee wij bidden. Ik zei zo-even niet voor niets dat Abraham de vader van ons geloof is. Wij horen met geloof en met vertrouwen te bidden. Wij mogen weten, dat God inderdaad ‘Onze Vader’ is, die van ons houdt, die voor ons zorgt, voor de wereld waarin wij leven. Ook al gebeurt er nu nog zo veel narigheid, God heeft de wereld niet uit het oog verloren.

Eren wij God door onze gebeden en liederen, maar eren wij Hem vooral door ons geloof te belijden, hier in de Kerk met woorden en in ons dagelijks leven door onze daden.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, hemelse Vader, wij bidden wel, maar ons geloof is klein, onze berekening is groter dan ons vertrouwen. Leg de woorden van Jezus in onze mond, leer ons bidden zoals zijn leerlingen. Dan wordt uw Naam geprezen, dan komt uw koninkrijk nabij. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon… .

WEGENS DE VAKANTIE GÉÉN KINDERWOORDDIENST

preek

“Op een keer was Jezus ergens aan het bidden”. Zo begint het evangelie van vandaag. Het is goed om eens stil te staan bij de biddende Jezus. Er wordt zo veel over Hemzelf gezegd, over zijn woorden en daden, zijn wonderen, maar over zijn bidden horen wij maar weinig. Toch heeft Jezus zijn liefde voor God en voor de mensen nergens zo diep beleefd als in zijn gebed.

Jezus’ gebed heeft op de apostelen grote indruk gemaakt. In het evangelie staat, dat Jezus weleens geen tijd had om te eten, zo druk was Hij dan met de mensen in de weer, maar voor het gebed maakte Hij telkens weer tijd vrij. Hij trok zich daartoe terug in de eenzaamheid, op een berg, soms in de nacht en ook weleens voor langere tijd in de woestijn.

Vooral de manier waarop Jezus bad is de apostelen altijd bijgebleven. Op dinsdag 6 augustus viert de Kerk het feest van de Gedaanteverandering van de Heer en juist bij die gelegenheid zullen wij horen hoe tijdens het bidden Jezus’ gelaat van aanblik veranderde en zijn kleren verblindend wit werden. Jezus ging zo vertrouwelijk met zijn hemelse Vader om, dat het gebed Hem van binnen uit helemaal veranderde. De rust, de vrede, de verlichting, die God aan biddende mensen wil schenken, was bij Jezus te zien, zo goed kon Hij bidden.

De apostelen begrepen, dat zó kunnen bidden voor het dagelijkse leven met al zijn vreugde en verdriet een bron van kracht kan zijn. En daarom vroegen zij Jezus: “Heer, leer ons bidden”. Zij vroegen niet zo zeer om een gebedsformule, maar de kracht, de liefde, de wijsheid, de vrede en de vreugde, die Jezus tijdens zijn bidden ontving, wilden zij ook graag krijgen.

Jezus geeft dan toch een gebedsformule, maar wel een heel bijzondere, ongekende formule, die wij noemen ‘het gebed des Heren’, een gebed, dat is voortgekomen uit de rijkdom van Jezus’ Hart. Het is a.h.w. een cardiogram van Jezus’ Hart. De leerlingen beseften het bijzondere karakter van dit gebed en daarom laten zij ons vooraf zeggen: Aangespoord door een gebod van de Heer durven wij zeggen: Onze Vader.

Het is eigenlijk ongehoord, dat wij de almachtige God, de verheven Schepper van hemel en aarde “Onze Vader” mogen noemen. Het is dan ook niet meer dan vanzelfsprekend, dat wij in dat gebed eerst onze gedachten naar Hemzelf laten uitgaan en bidden, dat zijn Naam geheiligd moge worden, dat zijn Rijk moge komen, dat zijn wil moge geschieden.

Het gebed des Heren is een wereldwijd gebed. Als wij zeggen “Onze Vader”, geven wij te kennen, dat alle mensen, overal ter wereld, onze broeders en zusters zijn, één grote familie van God.

Paus Franciscus hamert er dan ook geregeld op, dat wij onze zorg meer en meer moeten laten uitgaan naar die medemensen, vooral de zieken en de armen. Wij weten, dat hij – ook nu weer tijdens de WereldJongerenDagen in Rio de Janeiro – sloppenwijken bezoekt, ex-detineerden en verslaafden. Als wij dan horen over ellende, ook bijvoorbeeld in Egypte en Syrië, mogen wij bidden als voor onze eigen kinderen en kleinkinderen, onze eigen broers en zussen, die zo zwaar gebukt gaan onder het zo onnodige geweld.

Via die mystieke Amerikaanse vrouw, Maria de notre Dame, over wie ik vorige week al vertelde en die – naar ik geloof – inspraken uit de hemel krijgt, laat Moeder Maria op 11 mei 2011 het Amerikaanse volk en ons allen het volgende weten: “Luister niet naar je bankiers, maar luister naar het roepen van de armen en de hongerigen in andere landen. Als jij voor hen zorgt, zal ik voor jou zorgen. Als je hen nog meer honger laat lijden, zal ik ook jouw kinderen het onheil van hongersnood laten proeven”. Dat, lieve medeparochianen, is de opdracht voor de gelovigen van deze tijd: te bidden en te werken voor de armen.

Nog een hemelse inspraak over dit onderwerp, over een verrassende deur naar economisch herstel. Op 25 juli van datzelfde jaar 2011 zegt Maria het volgende: “Om je economie te redden moet je naar het buitenland kijken. Kijk naar de degenen in de wereld, die van honger sterven en voedt hen, zoals je nog nooit gedaan hebt. Als jouw voedsel de magen vult van hen, die honger lijden in de wereld, zal mijn economische zegen je financieel systeem toevloeien. Dat is mijn belofte. De hongerigen van de wereld zijn de deuren naar je economisch herstel”.

Dit staat eigenlijk al in het Oude Testament en is dus niets nieuws. In Jesaja 48, 18 zegt God het volgende: “Hadt gij maar geluisterd naar mijn geboden, dan was uw vrede als een rivier geweest, en uw welzijn als de golven der zee”.

Paus Franciscus is ook zijn priesters flink aan het aanpakken. Hij heeft liever niet meer, dat priesters nieuwe auto’s kopen. Oei, oei, dat heb ik tot nu toe altijd gedaan, maar ik heb God beloofd om het niet meer te doen. En dan is het natuurlijk de bedoeling, dat je het geld, dat je overhoudt, aan de armen geeft.

Terug naar het gebed. Ook als wij het ‘Onze Vader’ privé uitspreken, voor onszelf, dan doen wij dat toch in naam van die grote mensengemeenschap, die God als Vader erkent en ook voor alle mensen, die God nog niet als zodanig kunnen of willen erkennen.

Als wij God geëerd hebben met de eerste paar beden van het Onze Vader, dan mogen wij ook bidden voor de noden van de wereld en van onszelf. Dan mogen wij vragen om het brood voor elke dag, wij vragen om vergeving, om bescherming tegen alle bekoringen en verlossing van alle kwaad. Wij nemen dan a.h.w. heel de wereld in onze handen om haar aan God de Vader aan te bieden.

Kunnen wij het Onze Vader niet altijd en overal bidden? Aan het begin van een nieuwe dag: moge uw wil geschieden, moge uw Rijk komen. Aan het einde van de dag: vergeef ons onze schuld. Bij de wieg van een pasgeboren kindje: wees Vader ook voor dit nieuwe leven. Bij het sterfbed van een dierbare: Wees Vader voor deze mens en neem hem op in uw eeuwig koninkrijk. Voor en na het eten: om God te vragen om dagelijks voedsel, om God te danken voor het voedsel.

Broeders en zusters, laten wij dit gebed héél vaak bidden. Maar raffelen wij het niet af. Laten wij af en toe eens rustig nadenken over alle afzonderlijke woorden. Wat wil het zeggen voor míjn leven, dat die almachtige, eeuwige God ook míjn Vader is. Betekent dat niet, dat mijn persoonlijke bestaan in goede handen is? Dat ik mij door Hem gedragen mag weten, en dat ik mij dus eigenlijk nooit zorgen hoef te maken?

Uw Naam worde geheiligd. Een oproep aan mijzelf en alle mensen om goed te leven. Uw rijke kome. Een wens, en tegelijkertijd een heerlijke belofte waaraan wij kunnen meewerken. Eens zal het Godsrijk gevestigd zijn, zal alle kwaad overwonnen zijn. En wat is het niet troostvol, dat God al onze schulden wil vergeven… als wij ook anderen hun schuld willen vergeven.

Laten wij zo af en toe eens stilstaan bij die verschillende woorden van het Onze Vader. Dan zal misschien ook ons hart gaan branden. Dan zal misschien ook ons gelaat gaan stralen. Dan zullen wij Gods vrede ervaren en andere mensen zullen dat zien. Dan zijn wij een levend getuigenis van Gods bestaan.

Dionysiusparochie