Preek op 28-04-2013, de 5e zondag van Pasen, jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 28-04-2013, de 5e zondag van Pasen, jaar C, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom.

Als leerlingen van de Heer zijn wij samengekomen om de heilige Eucharistie te vieren.

Waaraan kunnen buitenstaanders herkennen, dat wij leerlingen van de Heer zijn? Jezus zegt het zelf in het evangelie van vandaag: “Als gij de liefde onder elkaar bewaart”.

Danken wij God voor de liefde, die er onder ons is, overduidelijk, en vergeten wij nooit, dat de liefde iets is waar wij alle dagen van ons leven aan moeten blijven werken.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, Gij opent de poort van het geloof voor alle volken van alle tijden. Wij vragen U: roep ook in deze tijd mensen, die zich wijden aan het gebed en de bediening van het woord. Vermeerder het aantal leerlingen, die van harte geloven in uw Zoon en elkaar liefhebben, zoals Hij ons bevolen heeft. Die met U leeft… . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Het evangelie van vandaag gaat over twee belangrijke thema’s: de liefde en de heerlijkheid. Wij spreken van een heerlijk kopje koffie, een heerlijke dag als het zonnetje schijnt, maar een ‘heerlijk kind’…, je hoort dat nauwelijks iemand zeggen.

Jezus echter zegt, dat Hij de Vader verheerlijkt en dat de Vader ook Hem zal verheerlijken. Waarin bestaat nu de heerlijkheid van God en van Jezus?

In de tweede lezing hoorden wij over Johannes, die een prachtig visioen, een soort dagdroom, van en over God krijgt. Hij ziet de stad van God uit de hemel neerdalen, prachtig als een bruid, die zich voor haar man heeft getooid. Het is zo ‘heerlijk’ in die stad, dat er nooit meer rouw is, geen verdriet, al het oude is voorbij. En op een andere plaats staat geschreven, dat er in die stad geen zon en maan nodig zijn, want het Lam zelf, Jezus, straalt er als een licht. De heerlijkheid van Jezus is een bepaalde uitstraling, die Hij heeft.

Er zijn inderdaad mensen van wie iets uitgaat. Als de heilige diaken Stefanus door de Joodse Raad vals wordt beschuldigd, verdedigt hij zich alleen maar door over Gods wondere daden te vertellen en dan staat er geschreven, dat op dat moment zijn gezicht lijkt op dat van een engel, zo straalde het.

Jezus heeft ook een keer zo gestraald van hemels licht, boven op de berg Thabor waar Hij van gedaante veranderde en Mozes en Elia uit de hemel verschenen.

Maar de belangrijkste en de meest indrukwekkende uitstraling of heerlijkheid van Jezus is te zien op het moment, dat Hij met een rustige en waardige kracht zijn lijden en dood binnentreedt. De zelfverzekerdheid waarmee Jezus te kennen geeft, dat niemand Hem zijn leven afneemt, maar dat Hij het vrijwillig geeft. En dan de heerlijkheid, de uitstraling, bij zijn verrijzenis. Hij is dan al bij zijn Vader in de hemel geweest, heeft zelf als mens, als Godmens, de heerlijkheid van zijn Vader ontvangen.

Deze heerlijkheid, lieve mensen, is niet iets wat voor Jezus alleen is weggelegd. In zijn hogepriesterlijk gebed zegt Jezus, dat Hij de heerlijkheid, die Hij van de Vader heeft ontvangen, ook aan zijn leerlingen heeft geschonken (Johannes 17, 22). Diep in ieder van ons schijnt door ons doopsel en de andere sacramenten een hemels licht, huist een goddelijke kracht. Het is zaak dat licht kans geven om te schijnen, om naar buiten te komen.

Als je grote geestelijke schrijvers leest, als Sint Jan van het Kruis en Franciscus van Sales, spreken zij allemaal over het belang van het leven in Gods tegenwoordigheid. Wij moeten ons er bewust van zijn, dat God altijd in ons is, bij ons is. Hij hoort en ziet ons altijd. Niet als Iemand, die voortdurend ons doen en laten controleert, maar als een liefhebbende Vader, als onze beste Vriend. Met zijn wijsheid en kracht is Hij bij ons. Die gedachte kan ons in staat stellen grote dingen te doen, om groot in de liefde te zijn.

Dat is dan ook wat Jezus ons in het evangelie vraagt: Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Wij moeten niet een beetje liefhebben, maar tot het uiterste willen gaan. Willen wij ijzer laten smelten, dan is het vlammetje van een lucifer van geen enkel nut. Dan hebben wij een groot en krachtig vuur nodig, gloeiend heet. Zo zal Gods licht weer in onze wereld gaan schijnen als wij bereid zijn aan onze liefde geen grenzen te stellen.

De eerste, die daarvan profiteert, zijn wijzelf. Wij worden als een gloeiend stukje steenkool, helemaal doorgloeid. Wie veel goed doet, voelt allereerst zelf de warmte van Gods liefde, leeft zelf in het licht, dat van zijn eigen binnenste uitgaat.

Maar wat is het soms moeilijk, beste medegelovigen, om iedere dag opnieuw, ja, ieder moment opnieuw, te leven in de liefde. Ik vergis mezelf nog geregeld, maar wij moeten blijven proberen. Iedere keer weer opnieuw beginnen. Het is als met het vuur van een open haard, dat je soms niet meteen aankrijgt. Je blijft het echter proberen. En opeens schiet het vuur omhoog.

Wat zal het onze Kerk en wereld goeddoen als wij allemaal de heerlijkheid van Jezus uitstralen. Dat betekent niet, dat wij heel de dag door met een stralende glimlach door het leven moeten gaan, maar wel, dat als mensen ons ontmoeten zij door onze woorden en gedachten, door ons doen en laten, aan God herinnerd kunnen worden.

Dionysiusparochie