Preek op 24-02-2013, de 2e zondag van de veertigdagentijd, jaar C, diaken Eelke Ligthart

Preek op 24-02-2013, de 2e zondag van de veertigdagentijd, jaar C, diaken Eelke Ligthart

openingswoord

Allemaal welkom. Vandaag vieren we de 2e zondag v.d. 40 dgn. tijd. Drie lezingen die spreken van belofte aan Abraham voor een volk zo talrijk als de sterren aan de hemel. De vermaning van Paulus aan de Filippenzen over hun gedrag, maar Jezus zal hun armzalig lichaam herscheppen. In het evangelie wordt een berg beklommen en daar vindt een bijzondere ontmoeting plaats in een stralend licht. Jezus is de uitverkoren, de Zoon van God en naar Hem moeten we luisteren. Voor zover we deze week niet of nauwelijks hebben geluisterd naar de stem van God willen we dat voor God en elkaar belijden in de schuldbelijdenis.

preek

Dierbare medegelovigen, Ons leven, uw leven en dat van mij is vaak een zoektocht. Hoe moet je verder, wat komt allemaal wel niet op je pad? Wij horen verhalen uit de bijbel, wij ontmoeten mensen, wij dromen, soms krijg je een visioen. Uit al die mogelijkheden ontdekken we soms welke kant je op moet.

In de afgelopen vijf minuten kregen we drie verhalen over ons heen. Dat is anders dan er enkele uren voor gaan zitten en te overwegen wat Abraham, Paulus en Lucas hebben meegemaakt en hebben gehoord. Blijkbaar vonden zij die verhalen zo belangrijk dat ze die verhalen met ons wilden delen.
Maar raken die verhalen mij wel, wat moet ik er mee? Kan ik er verder mee met de dromen van Abraham, de ervaring van Paulus en het visioen van Jezus?
Wellicht kunnen ze mij helpen om de bedoeling die Jezus met ons leven heeft, duidelijk te maken. Misschien leren wij dan ook bewuster om te gaan met mijn eigen dromen en ervaringen.
En gelukkig heeft iedereen die dromen in zijn leven. Maar als je die dromen wil toelaten in je leven, hangt het er van af of je wilt blijven zoeken naar dromen. Kan ik niet open staan voor Licht, beloofd land, exodus, voor opstaan, dan zal ik het niet vinden. Als ik mijzelf niet liefheb, hoe kan ik dan echte liefde aan een ander geven. Die verzadigd is, dut in.

Laten we mee gaan met Jezus de berg op; kijken en luisteren. Als je de berg op gaat wordt het stil.
Jezus gaat zo in zijn bidden op, Hij is zo intens verbonden met zijn bron, zijn Vader, dat Hij er van gaat stralen. Zijn kleren werden verblindend wit. Hij werd een geweldige bron van licht. Dat wat in Hem leeft komt als het ware naar buiten. Ineens wordt duidelijk bij wie Hij thuis hoort; Bij de grote profeten, bij Mozes en Elia. Een visioen! Zijn uittocht komt in zicht. En de voleinding daarna.
De leerlingen maken die ervaring echter niet mee. Die zijn door slaap overmand. Wat betekent dat? Zij slapen zolang zij niet achter de aardse dingen kunnen kijken. Zij zien niet de binnenkant van mensen. Zij zien niet wie Jezus echt is, hun ogen zijn daar niet open voor. Op het moment dat ze wakker worden, worden ze zich bewust dat zij hier zien wat zij niet met hun aardse ogen kunnen zien. Er wordt hun iets belangrijks geopenbaard.
Ook vandaag de dag gebeurt dat nog.

(Tijdens de afgelopen kerstdagen las ik een verhaal van een vrouw wat zij had gezien bij haar man. Gerard was streng en gelovig opgevoed. Met zijn geloof was hij al jaren in gevecht. Een gevecht met God over al het onrecht in de wereld, ziekte van mensen enz.
Hij worstelde daarmee als een tweede Job. Gerard kwam er niet uit. Moe gestreden gaf hij de strijd op. Hij leeft wel zijn eigen leven zoals dat gaat, want er komt toch geen antwoord.
Hij gaat op vakantie met zijn vrouw naar Zwitserland, naar de bergen waar hij zo van houdt. Hij is moe en de anders zo lange wandelingen zijn korter en gaan niet zo hoog.
Op een dag gaat hij alleen. Hij rust uit op een berghelling en kijkt om zich heen. Berghellingen vol bloemen en de blauwe lucht. In de verte besneeuwde toppen. Het lijkt een droom, maar het is echt.
Dan ineens, hoewel hij er totaal niet aandenkt, hoort hij in zichzelf:
Je hebt mij wel losgelaten, maar Ik heb jou nooit losgelaten.
En het is als een openbaring voor hem, alsof op dat moment zijn ogen opengaan. Hij wordt vervuld met een intense blijdschap die nog dagen aanhoudt. Een Godservaring die hem de rest van zijn leven is bijgebleven.
Zijn niet goed voelen, zijn moe zijn blijkt later een ongeneeslijke ziekte te zijn. En in alle pijn, angst en verdriet die volgen, blijkt deze ervaring daar op die berg de grond te zijn waarop hij toch verder kan. Ondanks zijn ziekte kon hij er stralend over vertellen, zijn reis naar het hemelse Jeruzalem voortzetten.
Hij was op weg gezet door Degene die als een nieuwe Mozes hem niet losliet bij zijn uittocht, zijn Exodus.
Ik vond het een prachtig verhaal, wat een bemoediging.)

Maar het merkwaardige is dat zulke inzichten worden geopenbaard als er iets breekt in je leven, als je leven afbrokkelt. Gekwetst, kwetsbaar worden, dan pas lijkt het Goddelijke naar buiten te kunnen breken. Pas dan, lijkt het wel.

Dat is ook zo herkenbaar bij Abraham. Wat een geduld moet die man opbrengen om te zien dat hij echt een kind kreeg, dat er nageslacht kwam. In het verhaal staat dat de zon twee keer onderging en hij in diepe slaap viel. Angst en duisternis overviel hem. Na die angst en duisternis kwam JHWH pas om hem te ontmoeten. Dan pas komt God als een vurige fakkel tussen de brokstukken van ons leven door.
Zo staat het in die eerste lezing van Genesis. Wij mogen de brokstukken van ons leven alles wat ons dwars zit bij hem neerleggen. Hij wil als een vurige fakkel Zijn aanwezigheid in ons leven laten stralen.

Als je dat tot je door laat dringen, besef je dat er meer is in ons aardse leven, besef je dat er meer is tussen hemel en aarde.

Het besef dat wij iets Goddelijks in ons dragen en dat de werkelijkheid van alle dag helderder, transparanter wordt, naarmate we meer los kunnen laten in ons leven. Dat kun je haast niet aan mensen vertellen, je kunt het bijna niet duidelijk maken.

Misschien mogen we in deze veertigdagentijd uit dit geloof leven. In stilte en in gebed wachten op Zijn kracht, ervan durven dromen en vastberaden onze weg vervolgen. Een weg soms vol brokken, maar Hij zal bij ons zijn op een hoge berg, op onze kamer, hier in ons midden. AMEN.

Dionysiusparochie