Preek op 23-06-2013, twaalfde zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 23-06-2013, twaalfde zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

CRÈCHE

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom. Fijn, dat jullie zijn gekomen. Vandaag is er in de tweede lezing sprake van ‘erfgenamen’.

Kwesties rond erfenissen zijn altijd al het onderwerp geweest van spannende films en boeken. Sommige mensen kunnen het niet uitstaan, dat het ene familielid wat meer krijgt dan een ander of dat ze zelfs helemaal niets krijgen. Door erfenissen zijn al heel wat relaties verbroken.

Ook in Jezus’ tijd kwam er een man naar Hem toe met het dringende verzoek, dat Jezus tegen diens broer zou zeggen, dat deze de erfenis moest delen. Maar alles wat Jezus deed was de man waarschuwen voor hebzucht.

Maar de erfenis van vandaag levert geen problemen op. Er is genoeg voor iedereen: eeuwig leven, eeuwig geluk. Het kan niet op. Alle mensen zijn dan ook één. Er zijn geen verschillen meer.

Echter… er is één voorwaarde om erfgenaam te mogen zijn: wij moeten proberen dezelfde weg te gaan als Jezus is gegaan. En Jezus’ weg was er een van onbaatzuchtige liefde. Hij leed liever zelf dan dat Hij anderen zag lijden. Hij droeg en verdroeg alles. Alleen de eer van zijn hemelse Vader, die hield Hij hoog, maar zichzelf zette Hij op de laatste plaats. En zo was Hij een man van vrede.

Danken wij God voor alle zegeningen, die wij de afgelopen week mochten ontvangen. Eren wij God door Jezus na te volgen. Het is een moeizame weg, maar zij leidt tot vrede.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer onze God, uw Zoon heeft het lijden doorstaan en ten einde toe uw wil volbracht. Gestorven voor ons allen, is Hij uw heerlijkheid ingegaan. Geef ons de kracht met Hem diezelfde weg te gaan, om eens thuis te komen bij U. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Broeders en zusters, vandaag in het evangelie de vraag: Wie zeggen de mensen dat Ik ben? Op deze vraag zijn in de loop van twintig eeuwen christendom al heel wat verschillende antwoorden gegeven.

Het begon al in Jezus’ eigen tijd. Sommige mensen, zo antwoordden de apostelen op Jezus’ vraag, menen dat U de uit de dood opgestane Johannes de Doper bent; anderen denken dat U Elia bent, een geweldige profeet uit het Oude Testament, die a.h.w. gereïncarneerd zou zijn; of één van de andere profeten. Onlangs zei iemand tegen mij, dat hij Jezus Christus een geweldig goed voorbeeld vond en dat hij de leefwijze van Jezus aan zijn kinderen wilde meegeven. En zo zijn er, die menen, dat Jezus Christus een sociaal revolutionair was, die opkwam voor de armen en de verdrukten.

Wie Jezus voor ieder van ons is, is een belangrijke vraag. Want het antwoord zegt iets over hoe wij met Hem omgaan, over de plaats ook, die wij Hem in ons dagelijkse leven geven.

Voor mij persoonlijk is Jezus Degene, die het meeste van mij houdt. Niemand heeft zo veel voor mij gedaan als Hij. Niet alleen in het verre verleden, door zijn lijden en sterven, maar ook nu nog, iedere dag opnieuw. Ik kan mijn vreugde en verdriet altijd bij Hem kwijt. Soms kom ik niet getroost bij Hem vandaan. Maar ik vermoed, dat ik dan in mijn eigen verdriet of zorgen blijf hangen, dat ik het niet los durf te laten.

Bij de huiskamer van de pastorie hangt een kalender met mooie spreuken van Visje, een christelijke variant van Loesje. Ggisteren stond er weer een schitterende spreuk: “Vertel God niet hoe groot je probleem is, maar vertel je probleem hoe groot God is”.

Als ik dat doe – Gods licht, Gods grootheid laten schijnen over mijn verdriet of zorgen of angsten – kan ik daarna eigenlijk altijd getroost of gesterkt weer aan de slag gaan.

Maar het is ook van belang eens te kijken wie Hij was voor de apostelen. Dat zijn de mensen, die drie jaar lang intensief met Hem zijn opgetrokken, die Jezus in veel verschillende situaties hebben meegemaakt en daarmee al diens mogelijkheden hebben leren kennen. Zij kennen Hem beter dan wij.

Petrus antwoordt, mede namens de andere apostelen: Gij zijt de Gezalfde van God. Nu zegt ons dat op het eerste gehoor misschien niet zo veel. Maar wij moeten goed weten, dat in het Oude Testament de titel ‘de gezalfde van God’ heel belangrijk was. ‘De gezalfde van God’ was degene, die door God was uitgekozen, persoonlijk, en gezonden werd om in Naam van God een heilswerk te volbrengen. Wie naar de gezalfde luisterde, luisterde naar God zelf. Hij was de gezant van God.

De titel werd ook door koningen gevoerd, omdat ook zij door profeten met heilige olie werden gezalfd. En zo zijn er heel wat koningen geweest, die de joden dichter bij God hebben gebracht, maar Jezus Christus is dan Dé Gezalfde, de beloofde Redder, Gods eigen Zoon.

Er zijn in de loop der eeuwen veel grote mensen geweest, die belangrijke dingen hebben geleerd over het leven, over goed en kwaad, over hoe wij kunnen komen tot een wereld van vrede.

Maar, wij, christenen, hebben een wel heel bijzondere leermeester. Niet alleen omdat Hij Gods eigen en enige Zoon is, maar ook in die zin, dat Jezus Christus geleden heeft omwille van ons, mensen. Het waren niet alleen maar mooie woorden, die Jezus sprak, het was niet alleen een goed voorbeeld, dat Hij gaf, nee, Hij gaf zijn leven. Hij nam de menselijke schuld op zich en maakte voor ons de weg naar de eeuwigheid vrij. Zonder Jezus Christus zou geen mens in eeuwigheid gelukkig kunnen worden.

Die eeuwigheid zullen wij bereiken als wij Jezus op zijn levensweg proberen te volgen. Hij is dus toch ook ons voorbeeld, hèt voorbeeld. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij zegt dan ook: Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het redden.

Deze weg, broeders en zusters, leidt tot de eeuwige vrede, maar leidt ook tot vrede in deze wereld.

Soms kun je dat met heel eenvoudige middelen bereiken. Afgelopen woensdag had Alberto di Tullio uit Boiano uit de buurt van Napels in Italië, een jongen met het syndroom van down, de dag van zijn leven, toen paus Franciscus hem in de stoel – een draaistoel – van de pausmobiel liet plaatsnemen. Eenmaal gezeten draaide de paus hem een aantal keren voorzichtig rond. Wat zal dit blijk van liefde en aandacht hebben bewerkt in het hart van deze jongen, in de harten van de duizenden mensen, die toekeken!? Hoe veel mensen zullen in hun eigen situatie en op hun eigen manier de paus gaan navolgen?

Er is nog een belangrijke manier om leerling van Jezus te zijn.

Wij kunnen allemaal weleens een beetje boos worden om wat mensen zeggen en doen. Soms zijn de woorden van mensen ongelukkig gekozen. Zij kunnen zowel goed als verkeerd uitgelegd worden. Maar soms kunnen wij merken, dat mensen – zonder enige aanleiding – uitgaan van de verkeerde uitleg. En dan kijkt men kwaad, of worden relaties zelfs verbroken.

Wie van ons heeft er nog nooit iets ongelukkigs gezegd en is dan niet blij, dat andere mensen onze zwakheid verdragen? Wij, mensen, waren voor Jezus Christus letterlijk een kruis. En Hij heeft dat kruis op zich genomen. Maar wij kunnen soms ook voor elkaar een kruis zijn. Wij maken elkaar het leven soms erg moeilijk.

Jezus zegt: Neem dat kruis op je. Draag het. Dan ben je mijn leerling. Dan zit je op die weg van lijden naar dood èn verrijzenis.

Broeders en zusters, er zijn in onze omgeving heel wat gebroken relaties, en dan heb ik het niet allereerst over mensen, die niet meer hier naar de kerk komen of over echtscheidingen, maar ook over familie- en vriendenrelaties, die al jaren lang verbroken zijn vanwege…, tja, vanwege wat? Eén of twee ongelukkige opmerkingen?

Op onze website staat hierover een heel goed artikel van de Belgische columnist Mark van de Voorde. Het heet “Onderkanters boven!” Ter lezing aanbevolen!

Wij waren voor Jezus een kruis. Wij zijn het soms nog steeds voor elkaar en voor anderen. Laten wij dat kruis op ons opnemen. Laten wij elkaar dragen en verdragen. Het doen soms pijn, maar het is de enige weg tot vrede. Het is de belangrijkste manier om te laten zien, dat wij echt geloven in Jezus als de Gezalfde van God, de lijdende dienaar van de Heer.

Laten wij eraan denken, dat wij door ons doopsel en vormsel – en ik ook nog door mijn priesterschap – ‘gezalfden van de Heer’ zijn, door God persoonlijk geroepen en gezonden om aan de vrede mee te werken. God verwacht dit van ons. En Hij geeft in de sacramenten ook de middelen om het te kunnen. Proberen wij de komende week er echt te zijn voor onze naasten. Misschien dat wij onszelf een beetje verliezen. Maar uiteindelijk zullen wij alleen maar winnen. Amen.

Dionysiusparochie