Preek op 21-07-2013, 16e Zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 21-07-2013, 16e Zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

OPENINGSWOORDopeningswoord

Beste medegelovigen, allemaal welkom.

Bij de ingangen van de kerk en ook hier op de preekstoel heb ik een afbeelding opgehangen van het wapen van paus Franciscus. Een geweldige man, die – zoals het er nu naar uitziet – gaat zorgen voor een vernieuwing, een innerlijke genezing, van heel de Kerk.

Wij zien een blauw schild. Blauw doet denken aan Maria, maar het verwijst ook naar de kleur van de Argentijnse vlag. Franciscus komt uit Argentinië.

Eeuwen lang hebben de pausen bovenaan hun wapen de tiara, de pauselijke kroon, afgebeeld. Emeritus-paus Benedictus heeft als eerste gewoon de mijter afgebeeld. En paus Franciscus heeft zich bij dit gebaar van eenvoud aangesloten.

Onder de mijter zien we de gouden en zilveren sleutel als verwijzing naar de sleutelmacht, die Jezus aan Petrus heeft gegeven.

In het blauwe schild zien we bovenin de zon met de letters IHS – de eerste drie Griekse letters van de Naam Jezus – met een kruis erboven en drie nagels eronder, een verwijzing naar Christus’ lijden, en samen vormt dit alles het zegel van de orde van de jezuïeten. Paus Franciscus is jezuïet. Wij zien de ster als symbool van Maria, de Sterre der Zee.

We zien ook de Nardusbloem, symbool voor de H. Jozef. Paus Franciscus is geïnaugureerd – zeg maar: aangesteld – op 19 maart, de feestdag van Sint Jozef, patroon van heel de wereldkerk. Op het blauwe schild staan dus symbolen van Jezus, Maria en Jozef, het heilig Huisgezin van Nazaret. Nardus is trouwens ook de kostbare zalf waarmee Maria Magdalena Jezus zalfde.

Onderaan het wapen staat de Latijnse wapenspreuk “Miserando atque eligendo” wat we zouden kunnen vertalen met “Uit barmhartigheid gekozen”, een tekst uit het Matteüsevangelie, die betrekking heeft op de tollenaar Levi, de latere Matteüs, die door Jezus tot het apostelambt werd uitverkozen. Als 17-jarige jongen werd Jorge Bergoglio door deze tekst geraakt en besloot hij jezuïet te worden.

Laten wij samen met onze H. Vader, Paus Franciscus, onze toevlucht nemen tot Jezus, Maria en Jozef om redding te verkrijgen voor heel Kerk en wereld.

OPENINGSGEBEDopeningsgebed

Laat ons bidden. Heer God, door Jezus, uw Zoon, leert Gij ons dat echte dienstbaarheid haar oorsprong vindt in onze toewijding aan U. Wij vragen U: maak ons bereid te luisteren naar zijn woord; dat wij ons hart openstellen voor onze broeders en zusters en ons brood met hen breken. Dan zult Gij ons gastvrijheid verlenen en ons eenmaal opnemen in uw eeuwige woning. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon…

GÉÉN KINDERWOORDDIENST

PREEKpreek

Broeders en zusters, wij, mensen, leggen heel wat bezoekjes bij elkaar af. En vooral bij gelegenheden als bijvoorbeeld verjaardagen maken wij het heel gezellig. Wij ontvangen elkaar gastvrij. Wij hebben het ook nodig, dat wij zo met elkaar omgaan.

Deze zondag spreken de lezingen over God, die bij mensen te gast wil zijn. In de eerste lezing uit Genesis horen wij hoe Abraham drie – hemelse! – gasten ontvangt en van alles voor hen laat klaarmaken. En het evangelie spreekt over Marta, die zich uitslooft om het de Heer zelf zo aangenaam mogelijk te maken.

Misschien vinden wij het een vreemd idee, dat God bij ons te gast wil zijn. En toch is dat zo! De hemel mag dan wel het domein van God zijn en de aarde dat van de mensen, maar God wil ook bij de mensen zijn. En Hij is ook in de wereld, door het Woord van de heilige Schrift, door de HH. Sacramenten. Al deze zaken zijn vervuld van Gods aanwezigheid.

Nu kunnen wij ons afvragen: Hoe kunnen wij God het beste ontvangen? Wat wil God met zijn bezoekje aan ons? Komt Hij voor de koffie en de koek… of heeft Hij andere, diepere, bedoelingen?

Marta – van het evangelie – is een bezige bij. Zij loopt op en neer van de keuken naar de woonkamer en brengt het ene lekkers na het andere, maar de Heer is eigenlijk voor iets anders gekomen: de Blijde Boodschap van eeuwig leven, die ook haar leven kan veranderen. Wij weten, dat het verderop in het evangelie met Marta wel goed komt, maar op dit moment lijkt zij de boot te missen… omwille van koffie en wat koekjes. Daarom die vermaning van Jezus: Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Eén ding is nodig: openstaan voor het Woord van God!

Broeders en zusters, zijn er in onze tijd ook niet veel Marta’s, zowel mannelijke als vrouwelijke? De moeders, die een dubbele rol spelen: overdag werken, bijvoorbeeld op kantoor, en ’s avonds in het huishouden. De mannen, die overdag maar worden opgejaagd, tot overwerk gedwongen worden, zodat ze ’s avonds zó moe zijn, dat ze alleen nog maar rust willen hebben. Veel westerlingen willen steeds meer verdienen, en daartoe drijven ze het tempo almaar op. Geld lijkt voor velen het belangrijkste, maar aan het allerbelangrijkste – liefde tot God en de naaste – gaan veel mensen voorbij.

Wat Jezus tegen Marta wil zeggen is: eens zul je alles waarvoor je je hebt uitgesloofd moeten loslaten, en wat heb je dan nog over? Hoeveel liefde kun je God dan aanbieden?

Veel mensen staan vandaag de dag onder druk. Zij lopen vlug van de ene afspraak naar de andere. Zou dat drukke leven geen vlucht kunnen zijn? Een vlucht voor zichzelf, voor de toekomst, een vlucht voor misschien de gedachte aan de dood? Denken zij zo gelukkig te kunnen worden? Menen zij zo bevrijd te kunnen worden van het kwaad? Behalve een vlucht kunnen mensen natuurlijk ook behept zijn met het beperkte inzicht, dat alleen het materiële hen gelukkig kan maken.

Vluchten voor de werkelijkheid levert nooit iets goeds op. Alleen God kan ons bevrijden, kan ons rust geven, tevredenheid. En dan gaat het vooral om de innerlijke vrede.

Broeders en zusters, de bewoners van onze westerse samenleving zullen opnieuw moeten leren om tijd vrij te maken voor bezinning en gebed, voor Jezus Christus, de bron van alle goeds, die ook bij ons te gast wil zijn. Een andere keer zal ik iets vertellen over retraites nieuwe stijl. Een uitstekende gelegenheid om God op een dieper niveau te ontmoeten.

Maria heeft het beste deel gekozen, zegt Jezus. Zij maakt tijd voor haar gast. Zij verschilt van haar zus Marta, die blijkbaar meent, dat Jezus haar nodig heeft. Maar Maria weet zij Jezus nodig heeft. Als Jezus bij haar te gast wil zijn is voor haar het samenzijn met Hem veel belangrijker dan wat dan ook. Daarom laat zij alle bedrijvigheid varen en zet zich rustig neer aan de voeten van de Heer.

Gelukkig zijn er vandaag de dag ook nog heel wat Maria’s, mensen, die te midden van de drukte tijd vinden voor bezinning en gebed en daaruit veel kracht putten om het dagelijkse leven met alle vreugde en verdriet aan te kunnen. Wij, bijvoorbeeld, die de moeite hebben genomen om naar dit Godshuis te komen. Er zijn mensen, die eerlijk naar het Woord van God luisteren en – ondanks alles wat zij om zich heen zien – toch proberen rechtvaardig te leven en anderen tot rechtvaardigheid op te roepen, zoals de Russische oppositieleider, Aleksej Navalny.

Broeders en zusters, het komt er uiteindelijk op aan dat wij zowel Maria als Marta moeten zijn. Van allebei moeten wij iets hebben. Maar de gelovige mens is eerst een Maria en van daaruit een Marta. Als wij bidden, ons bezinnen, groeit ons geloof. Als ons geloof groeit, groeit onze liefde. En als onze liefde groeit, zullen wij steeds meer dienstbaar zijn aan onze medemensen, zullen wij steeds meer belangeloos naaste willen zijn van al de mensen, die God onze levensweg laat kruisen.

Nog even iets over één van de mogelijkheden om een betere Maria te worden.

Er is een mystieke vrouw – zij noemt zichzelf Maria de Notre Dame – en wordt geestelijk begeleid door een Amerikaanse monseigneur, John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, Amerika, die vroeger zelf pater Pio als geestelijk leidsman heeft gehad en op zijn beurt jarenlang geestelijk leider is geweest van moeder Teresa, een man van niveau dus. Deze Maria de Notre Dame kreeg op 17 januari 2012 een inspraak van Maria over bidden met het hart. Maria zei haar het volgende – hier mag je in geloven, hoeft niet, mag wel, ik geloof erin – ik lees letterlijk voor:

“Stel je Jezus voor als baby in mijn armen, of als jonge jongen in de tempel, of hoe Hij gedoopt werd in de Jordaan, of prekend tot de menigte of biddend in de Hof van Olijven of stervend op het kruis. Elk van deze taferelen werkt, tot welk je je ook voelt aangetrokken. Gebruik enkele ogenblikken je verbeelding en spreek tot Jezus vanuit je hart. Het mag een kort gebed zijn, maar het moet uit het hart komen. Proficiat! Je bent begonnen te wandelen op de weg van het goddelijk licht. Laat je leiden om dit vaak te doen! Slechts een kort gebed terwijl je je Jezus voorstelt en tegen Hem spreekt vanuit je hart. Dat is waarachtig een zich richten tot God. Vergeet niet dat ik altijd bij je zal zijn.”

Of wij nu wel of niet geloven, dat Maria dit letterlijk heeft gezegd, wat er wordt beweerd is zonder meer waar: om te kunnen bidden met het hart is het belangrijk, dat wij een voorstelling van zaken maken. Wij zien bijvoorbeeld Jezus op bezoek in het huis van Martha en Maria en wij gaan met Maria bij de Heer zitten, wij luisteren naar Hem, stellen eventueel een paar vragen, spreken misschien enkele noden en wensen uit, van onszelf of van anderen. Dat is bidden met het hart. Dat schept een band. Dat gebed dringt diep door in de hemel. Hoe blij zij wijzelf als wij af en toe met iemand een hartverwarmend gesprek hebben. Ook God heeft behoefte aan hartverwarmende gesprekken.

Maria heeft tot deze Maria de Notre Dame gezegd, dat er zoveel kwaad in de wereld is gebeurd dat niet had hoeven te gebeuren als maar meer mensen – en vooral de leiding van de Kerk – hun toevlucht hadden genomen tot het Onbevlekte Hart van Maria. Als we dit nog nooit hebben gedaan, proberen wij het dan eens. Geven wij ons eigen hart, de harten van onze kinderen en kleinkinderen, maar ook die van alle grote boosdoeners in de wereld, aan het Onbevlekte Hart van Maria. Wie weet wat er dan gaat gebeuren, gaan meer mensen net als wij het roer omgooien om God en de naaste van harte lief te hebben.

Dionysiusparochie