Preek op 20-04-2013, de 4e zondag van Pasen, jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 20-04-2013, de 4e zondag van Pasen, jaar C, pastoor Frank Domen

openingswoord

Broeders en zusters, welkom, het is vandaag roepingenzondag.

In de vier evangelies staan de namen van de apostelen dikwijls genoemd: Petrus, Johannes, Andreas. Elke roeping is een persoonlijk gebeuren en God roept elke mens bij zijn naam.

Een naam is niet zo maar een woord. Door het horen van jouw eigen naam, word je een geroepene. Zolang je zonder naam bent, kan niemand gemakkelijk een beroep op je doen, kan niemand je roepen. Maar iedereen, die een naam heeft, is roepbaar. Hoe vaak per dag hoor je niet je naam roepen: Klaas, ga je mee? Klaas, kun je even helpen? Klaas, kun je even een boodschap doen?

Dikwijls horen wij onze naam noemen op een moment, dat wij met onze eigen zaken bezig zijn. Wij hebben dan ook niet altijd zin om te antwoorden. Geroepen worden is meestal een loskomen van jezelf. Maar je gaat toch, want er is iemand, die je roept, en vaak is het iemand, die van je houdt.

Vragen wij vergeving voor de keren, dat wij wel hoorden roepen, maar er geen gehoor aan gaven.

openingsgebed

Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, leid ons op de weg naar de eeuwige vreugde. Geef, dat de kleine kudde de herder daarheen mag volgen waar deze – machtig en groot – is voorgegaan. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .

preek

Broeders en zusters, wij worden dikwijls door mensen geroepen, maar ook God roept ons. En Hij doet dat iedere dag opnieuw. Elke nieuwe dag, elk moment dat ons wordt gegeven, vraagt Hij of wij Hem willen eren door zijn geboden te onderhouden, of wij Hem willen dienen in onze medemensen. Daarom krijgen wij bij het doopsel een naam, zodat ook God ons kan roepen.

Zijn wij, christenen, ons voldoende bewust van deze dagelijkse roeping? Beseffen wij, dat wij door God geroepen en gezonden zijn om mee te werken aan de uitbouw van het Rijk Gods op aarde? Niemand van ons verwacht – denk ik zo – dat er vandaag of morgen een brief van de premier op onze deurmat ligt om even te komen helpen. Maar de allerhoogste God roept ons wel. Hij kan ons gebruiken, niemand uitgezonderd.

Dat is niet, omdat er nu wat minder priesters zijn, nee, ook al komen er heel langzaam aan weer wat meer priesterroepingen, iedere gelovige heeft zijn eigen roeping door God. Sowieso in het dagelijkse leven als man of vrouw, als kind of jongere, maar er zijn ook bijzondere taken binnen de Kerkgemeenschap: je kunt koster zijn of misdienaar, helpen bij de catechese of de kerk versieren, schoonmaken, zingen, parochiebladen bezorgen of je inzetten voor de jeugd, zieken bezoeken namens een vereniging of gewoon klaar staan voor je zieke buurvrouw. Je kunt je eigen ziekzijn en je gebed aan God opdragen, ook een zeer grote en volwaardige roeping. Maar hoe dan ook: God verwacht van ons allemaal een bijdrage.

Er zijn ook heel bijzondere roepingen binnen de Kerk: tot het priesterschap, het diaconaat en het religieuze leven. God roept mensen om heel hun leven in zijn dienst en die van hun medemensen te stellen, dag in, dag uit. En Hij vraagt deze mensen – bij monde van de Kerk – om zijn Zoon ook in het celibataire leven na te volgen. Want dat is celibatair leven: Jezus Christus navolgen in zijn ongehuwde staat, Hem navolgen in zijn totaal vrijzijn voor God en medemens.

Iedere gedoopte mens draagt het beeld van de heilige Drie-eenheid in zich. Maar de priester draagt ook nog in zich het beeld van Jezus Christus, de eeuwige Hogepriester. Jezus heeft als Kind van God geleefd en gewerkt, maar als priester heeft Hij de Blijde Boodschap verkondigd, zijn leven geofferd aan het kruis. Door de verdienste van dat offer kan er voor de mensen van goede wil en vooral voor de mensen, die echt geloven, een leven na de dood zijn. En dat offer mag de priester iedere dag aan God opdragen. Iedere dag opnieuw gebeuren er op aarde veel belangrijke dingen, maar het grootste dat er iedere dag weer gebeurt is dat Jezus op het altaar zijn Kruisoffer opnieuw aan de hemelse Vader opdraagt.

En zo zijn er zeven sacramenten met behulp waarvan de priester het goddelijke leven aan de mensen mag uitdelen. Zo mag de priester met de hulp van Gods genade getuigen van Jezus’ liefde voor ons. Hij mag en moet andere mensen oproepen Jezus in zijn liefde voor God en zijn liefde voor mensen na te volgen.

Een dokter mag iemand helpen om nog een paar jaar mee te kunnen. Een advocaat mag iemand helpen om zijn recht te krijgen. Een bakker mag iemand helpen om zijn honger te stillen. Maar een priester mag iemand niet alleen vertellen over het leven van geluk zonder einde, de priester heeft het in zijn macht om iemand dat eeuwige leven te geven. Het werk van een priester speelt een rol tot in de eeuwigheid.

Broeders en zusters, priester zijn is niet altijd even gemakkelijk, maar dat geldt voor getrouwd zijn evenzeer. Ik heb van mijn keuze nog geen dag spijt van gehad, en ik hoop, dat God de huidige ontwikkeling voortzet: dat Hij weer meer mannen en vrouwen roept om zich als priester, diaken of religieus aan Hem en medemens toe te wijden. Dat er ook weer meer jonge mensen uit overtuiging voor de Kerk gaan trouwen, want van een sacramenteel huwelijksleven gaat een goddelijke kracht uit.

Laten wij allemaal onze taak serieus nemen, onze gewone taak in deze wereld, maar ook onze godsdienstige taak. En bidden wij vurig om roepingen, opdat Jezus’ Blijde Boodschap altijd zal blijven klinken, óók in de Kerk van morgen.

Dionysiusparochie