Preek op 18-08-2013, 20e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 18-08-2013, 20e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

GÉÉN CRÈCHE

openingswoord

Allemaal van harte welkom. Wij weten allemaal flink wat van het geloof af: dat Jezus met Kerstmis is geboren, met Goede Vrijdag gestorven en met Pasen verrezen; dat de engelen onsterfelijke geesten zijn, die God helpen bij het bestuur van hemel en aarde, enz. En misschien weten wij ook het nodige van het geestelijke leven: dat wij moeten bidden met ons hart en in zekere zin zonder ophouden; dat wij ons t.o.v. God en ook t.o.v. elkaar bescheiden, nederig, moeten opstellen en wij weten, dat God altijd bij ons is.

Maar ooit las ik in het 550 jaar oude wereldberoemde Nederlandse boek ‘De Navolging van Christus’ van Thomas a Kempis, dat God klaagt, dat zo veel mensen het weten, maar het niet of niet altijd doen. Als mensen zo zijn, zijn zij dan eigenlijk niet ziende blind!? Handelen zij dan niet tegen beter weten in!?

God heeft vertrouwen in ons, broeders en zusters, want anders had Hij ons zijn Zoon niet gegeven. Stellen wij zijn vertrouwen niet teleur en handelen wij overeenkomstig wat wij van God en zijn Kerk weten.

openingsgebed

Laat ons bidden. God, almachtige Vader, uw Zoon heeft de schande niet geteld en het kruis ten einde toe gedragen. Laat ook ons niet ten onder gaan als tegenstand ons treft. Verdiep ons geloof in uren van ontmoediging en geef ons de sterkte die wij nodig hebben. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon…

kinderwoorddienst

preek

Aan het begin van deze viering had ik het over theoretische kennis. Die is belangrijk, maar… weten wij de theorie ook in de praktijk te gebruiken!?

Ook de profeet Jeremia zal deze kennis hebben gehad. En méér dan dat, want God had hem gezegd: “Ik maak heden van u een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land: de koningen en edelen van Juda, de priesters en de burgers. Zij zullen u bestrijden, maar u niets kunnen doen. Want Ik ben bij u om u te redden” (Jeremia 1, 18-19).

Wel, wat zal Jeremia hebben gedacht toen hij door zijn vijanden in de put werd neergelaten!? Zou hij hebben gedacht: “Waar blijf je nu, God, met je mooie beloftes!?”

Het kenmerk van profeten en christenen is dat zij in dergelijke situaties niet jammeren, niet iedereen hun zielige levensverhaal vertellen – dat kan ook moeilijk als je letterlijk alleen in een put zit – maar dat zij hun toevlucht nemen tot God.

Sommige mensen kunnen als ze opeens zwaar beproefd worden een hele slof sigaretten oproken, flink aan de drank gaan, bij vrienden op bezoek gaan en luidruchtig over hun problemen heen praten alsof ze niet bestaan. Maar als de sigaretten op zijn, ze hebben hun roes uitgeslapen of ze komen van hun vrienden terug in een leeg huis, of misschien in een huis vol met mensen, maar die begrijpen hun boosheid of teleurstelling niet, dan springen de problemen meteen weer boven op hen. De sigaretten of de jenever of het drukke vriendenbezoek waren vluchtmiddelen. Die mensen wilden de realiteit niet onder ogen zien. Hun hele leven hebben ze gebeden, misschien een beetje uit gewoonte, dat God hen in moeilijke omstandigheden zou bijstaan, maar toen die omstandigheden kwamen, vergaten ze God en hun gebeden en grepen naar een vluchtmiddel.

Een christen is iemand, die naast zijn hart ook zijn verstand gebruikt. Een christen weet, dat als hij ernstige buikpijn heeft hij naar de dokter moet, en als hij verdriet heeft, het niet meer ziet zitten, dan moet hij naar God toe. Dan moet hij de theorie in praktijk brengen. De wetenschap, dat God altijd bij hem is, ook in het donker van de put, daar gaat hij nu heel bewust aan denken.

Hij ziet God als het ware naast zich in de put staan. Samen kijken zij omhoog: Hoe komen wij hier uit en dan weet de christen: God weet het antwoord. Wat God laat gebeuren is nu voor mij het beste. En dan glimlachen God en de christen naar elkaar in het donker van de put. God glimlacht, omdat Hij blij is met het vertrouwen, dat de christen in Hem heeft. En de christen glimlacht, omdat hij weet, dat God het beste met hem voorheeft.

In de eerste lezing loopt het voor Jeremia goed af. God inspireert een man, Ebed-Melek, om naar koning Sidkia te gaan en een vurig pleidooi voor Jeremia te houden. En het werkt. Jeremia wordt weer uit de put bevrijd. Maar hoe zit het dan met die christenen in bijvoorbeeld Egypte, die uit hun kerken, huizen en winkels worden verdreven of zelfs vermoord worden!? Zij zaten niet in een donkere put, maar midden in een woedende menigte, in brandende kerken. Ook zij wisten dat God altijd bij hen is, maar voor hen was er geen aardse redding. Wel voor Gods wereld.

Waarom God dit heeft laten gebeuren? Wij weten het niet precies. Ook voor zo vele profeten van het Oude Testament kwam de aardse redding niet op tijd. Velen zijn vermoord door ongelovigen, die de stem van de profeten niet meer wilden horen. Hun roepende stem was een te luide aanklacht aan het adres van hun moordenaars.

Maar is dat ook niet wat Jezus bedoelde toen Hij zei, dat Hij verdeeldheid was komen brengen, het vuur en het zwaard van de verdeeldheid? De ene mens gelooft in Hem, de andere niet. En dat brengt spanningen met zich mee. Want wel of niet geloven in Jezus Christus heeft alles met je manier van leven te maken. Sommige mensen willen hun zondige of gemakkelijke manier van leven niet opgeven. Zij willen niet horen, dat zij zich voor hun medemensen moeten inspannen. En daarom brachten zij de profeten om het leven.

Jezus Christus zelf was één van de eerste slachtoffers van deze verdeeldheid. Alleen Johannes de Doper was Hem voor. En misschien mogen wij ook de slachtoffers van de kindermoord in Bethlehem meetellen. Maar bracht Jezus’ dood in principe niet voor iedereen het leven, het eeuwige leven!? En zo is het ook met de christenen, die lijden onder vervolging. Alleen God weet waar het goed voor is. Zij zijn als zaadjes in de aarde gevallen en hun lijden en dood zal minstens voor hun eigen land ongetwijfeld veel goede vruchten voortbrengen.

Op de website van onze parochie zijn over die goede vruchten verschillende artikelen te vinden: hoe paus Franciscus met zijn vredesoproepen goed overkomt in de moslimwereld; hoe moslims en christenen de handen ineenslaan in hun strijd tegen de extremisten; hoe moslimstrijders in Syrië langzaam aan tot het inzicht komen, dat zij de zijde van de verkeerde partij hebben gekozen, die van buitenlandse fanatieke strijders, die niets anders willen als andere mensen uitmoorden. Hier en daar in Syrië wordt al weer aan de heropbouw begonnen.

Vreselijk èn mooi tegelijk: een vader in Syrië, die in een plastic zak het (in stukken gehakte) lichaam van zijn zoon van extremisten terugkreeg, verklaarde: Wij vergeven hen die onze zoon hebben vermoord. Laten we vergeving schenken omwille van Fawad en omwille van God. Dat is de prijs die wij moeten betalen voor de vrede.” Wat een geloof bij Syrische christenen! Daar kunnen wij ons aan optrekken, bij aansluiten.

De tweede lezing begint met de woorden: “Laten wij ons aansluiten bij die menigte van getuigen van het geloof en elke last en belemmering van de zonde van ons afschudden om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor wij ons hebben ingeschreven”.

Het leven is een wedstrijd, lieve mensen. Wij moeten doorlopen tot na de finishlijn, dat is de dood. Maar de prijs, die wij krijgen is dan ook oneindig groot: het eeuwige leven. Ook al zijn wij soms bij mensen, die niet of nauwelijks in Jezus Christus geloven, laten wij in liefde en met veel geduld en begrip opkomen voor de waarheid. Uiteindelijk zal een aantal mensen toch respect voor ons krijgen. En wie weet… gaan zij ons navolgen, zodat wij mensen zover krijgen, dat zij meebouwen aan het Rijk van God op aarde en zij met ons de hemel mogen binnengaan.

Dat is één van de mooiste geschenken, die wij God kunnen aanbieden: een medemens winnen voor het Koninkrijk van God. Om te beginnen je eigen kinderen en kleinkinderen, je eigen familie. Wie wil nu niet later met zijn gezin, zijn familie, samen bij God in de hemel zijn, voor altijd en eeuwig. Spannen wij ons tot het uiterste in om vrede te bewerken in het besef, dat er wel een prijskaartje aan hangt.

Dionysiusparochie