Preek op 15-12-2013, de 3e zondag van de advent, jaar A, pastoor Frank

Preek op 15-12-2013, de 3e zondag van de advent, jaar A, pastoor Frank

CRÈCHE

openingswoord

Broeders en zusters, welkom! Een bijzonder woord van welkom voor pastoor Herman Schrama en pastoor Henk Niesten. Zij vieren samen met ons de heilige Eucharistie.

Wij spreken altijd van de ‘donkere dagen voor kerst’. Het donker is op z’n sterkst.

In ons leven kan het af en toe inderdaad donker zijn. Maar het licht van Christus schijnt altijd. Het is een onopvallend licht, net als de vlammetjes op de adventskrans. Wij zullen nu de derde kaars aansteken. Je moet het lichtje willen zien, anders zie je het over het hoofd, zoals de meeste mensen doen, die aan de kerk voorbijrijden op weg naar schijnbaar belangrijker zaken.

Als het eens donker is, moeten wij ons niet blindstaren op die duisternis, maar rustig om ons heenkijken. Christus is niet als een wild om zich heen zwaaiende vuurtoren, die voor iedereen te zien is. Alleen wie zoekt, zal het licht zien. Gaan wij er heen, dan wordt het al snel groter.

Vragen wij in deze viering, dat wij zijn licht mogen ontvangen voor onszelf, maar ook om het te kunnen doorgeven aan elkaar.

Op 2 december jongstleden konden wij in het Katholiek Nieuwsblad lezen, dat paus Franciscus heeft verklaard, dat de Kerk niet zal groeien door proselitisme – dat is: bekeringsdrang – maar door aantrekkingskracht. Er moet van ons, katholieken, een kracht uitgaan. Dat kan alleen maar als wij het Licht van Jezus ten volle in ons toelaten, als wij Jezus meer ruimte geven in ons leven.

Vragen wij vergeving daar waar wij Hem – ten koste dus van onze zoekende medemensen – niet die ruimte volledig hebben gegeven.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer onze God, altijd zijt Gij bezorgd om ons geluk. Geduldig en getrouw bereidt Gij uw volk voor op de komst van de Heiland. Doorbreek onze onmacht, ontsluit ons hart; dat wij onbevangen Hem erkennen die midden onder ons zal komen: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Die leeft en heerst… . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Beste medegelovigen, twee belangrijke woorden in de bijbellezingen zijn ‘komen’ en ‘wachten’. Iemand zal komen, maar wij moeten nog wachten. Dit gebeurt vaak in het dagelijkse leven en als wij niet kunnen wachten, kunnen wij veel verliezen.

Je broer heeft beloofd om te komen helpen bij een groot probleem, dat zich plotseling bij de verbouwing van je keuken voordoet, maar… hij kan pas overmorgen komen. Als je dan niet kunt wachten, en je gaat moeilijk doen, loop je kans, dat je de goede sfeer verpest en dat de afspraak in het geheel niet doorgaat. Je wordt op 31 maart 2014 65 jaar oud en je vindt het leuk, dat je kort daarna voor de eerste keer je AOW krijgt. Leuk! Maar je zult nog een paar maanden moeten wachten.

Wij wachten op zo veel verschillende dingen. Een middelbare scholier zit zuchtend naar de klok te kijken, die tergend langzaam naar drie uur toe kruipt. Een zieke in het ziekenhuis wacht op het bezoekuur. Iemand die krap bij kas zit, wacht op de overschrijving van zijn salaris.

Ook de adventstijd is een tijd van verwachting. Wij wachten op de komst van Jezus Christus en het ‘fraaie’ is, dat Hij ons soms bewust láát wachten. In het evangelie volgens Johannes lezen wij hoe de zusjes Martha en Maria Jezus laten waarschuwen, dat hun broer Lazarus – een goede vriend van Jezus! – stervende is. Toch blijft Jezus nog twee dagen op de plaats waar Hij is. En wanneer Hij aankomt, ligt Lazarus al vier dagen in het graf.

Jezus wacht, misschien wel om het geduld van Martha en Maria op de proef te stellen, maar ook om het wonder nòg groter te laten zijn. En het wachten blijkt de moeite waard: Lazarus staat op uit de dood. En door dit wonder komen vele mensen tot geloof.

Zoals gezegd: de drie lezingen gaan over komen en wachten. En ook hier is het de moeite waard om te wachten. Het zijn symbolen, die uitgesproken worden; wij moeten ze vertalen naar ons eigen leven.

Jesaja spreekt over de woestijn en de steppe, die tot bloei zullen komen. Hij zegt, dat wij de glorie van de Heer zullen aanschouwen. En dat daarom de mensen moed kunnen vatten en niet meer bang hoeven te zijn. God zal komen om de wraak te voltrekken.

Ook wij hoeven – ongeacht welke donkere wolken boven ons leven hangen – niet bang te zijn. Jezus Christus is met ons. Houden wij ons aan Hem vast. Dan zal het donker ons niet overwinnen.

In de tweede lezing spreekt de apostel Jacobus over de boer, die met geduld uitziet naar de heerlijke vruchten van zijn land. Ook wij moeten verlangend uitzien naar de dag, dat al ons leed geleden zal zijn, al is het pas de dag, dat wij naar de hemel gaan.

Vanwege de enorm toegenomen gewelddadigheden van Islamitische rebellen hebben inwoners van de Centraal-Afrikaanse Republiek, CAR, met smart gewacht op de Franse troepen, die stabiliteit in de regio willen brengen. Hun geduld is beloond.

En in het evangelie zegt Jezus van zichzelf, dat Hij degene is op wie wij moeten wachten. Hij zal de blinden laten zien, de doven laten horen, de melaatsen genezen en aan de armen de blijde boodschap verkondigen.

Het is groot nieuws, dat Hij verkondigt, maar wij zullen moeten kunnen wachten. En juist dat is voor veel hedendaagse mensen moeilijk! Onze wensen moeten meteen vervuld worden. Bestellen, liefst per internet, en de volgende dag brengt de Overtoom of Post.nl de spullen aan huis!

Maar zo werkt God niet! Hij wil zeker weten, dat wij ons geluk van Hem alleen verwachten! Daarom wacht Hij soms met het aanbieden van een oplossing. Als wij blíjven vragen, weet Hij, dat wij op Hem alleen vertrouwen.

Wij allen hebben onze zorgen en angsten. Leggen wij ze aan God voor en wachten wij. Bij de huiskamer van de pastorie hangt een kalender met spreuken van Visje. Op 9 december jongstleden luidde de spreuk: “Leg je problemen voor God neer… en laat ze daar ook liggen”. De heilige Monica moest 17 jaar lang wachten – en in de tussentijd blijven bidden – voordat God haar zoon Augustinus bekeerde. Gelukkig hoeven wij niet altijd zo lang te wachten, maar dikwijls moeten wij wèl wachten.

Nu brandt al de derde kaars op de adventskrans. Steken wij – bij wijze van spreken of echt – ook zelf een kaarsje aan iedere keer als wij met onze vraag bij God komen. Misschien moeten wij niet zoals hier in de kerk vier kaarsen aansteken, maar 10 of 20 of misschien zelfs 100. Wij weten hoe belangrijk het is om geduld met elkaar te hebben. Hebben wij ook geduld met God. Hij heeft een groot plan met ieder van ons. Hij zal het ten uitvoer brengen op zijn tijd en op zijn manier.

Beste medegelovigen, er zijn vele wegen om onze vriendschap met God en Jezus Christus te doen groeien. Eén daarvan is het ontvangen van het Sacrament van Boete en Verzoening, de Biecht.

Tijdens de algemene audiëntie van woensdag 20 november 2013 gaf Paus Franciscus onderstaand getuigenis. Ik lees voor:

“Ook de Paus gaat biechten, om de twee weken. Want de Paus is ook een zondaar. De biechtvader luistert naar de dingen, die ik hem vertel, geeft me advies en vergeeft me. Want wij allen hebben die vergiffenis nodig.

Het gebeurt maar al te vaak – zo zegt de Paus – dat we iemand horen zeggen, dat het volstaat om je zonden rechtstreeks aan God op te biechten. En inderdaad, ik zei het reeds, God luistert altijd. Maar in het Sacrament van de Verzoening zendt God een broer om de vergiffenis aan te reiken, de zekerheid van de vergiffenis, in Naam van de Kerk”.

Lieve medeparochianen, zelf ga ik ook minstens één keer in de maand biechten, meestal bij Nars Beemster in Heiloo. En hoe bevrijd voel ik mij als Nars, als priester, als plaatsbekleder van de Hogepriester Jezus Christus tot mij zegt: Frank, ik ontsla jou van al je zonden… in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Na de schuldbelijdenis in de heilige Mis bidt de priester ook een soort vergevingsgebed. Het is een wensgebed: “Moge de almachtige zich ontfermen…” Maar het biedt geen zekerheid. Wij zijn op onszelf aangewezen. Hoe meer berouw wij hebben, hoe meer vergeving wij ontvangen. Maar zoals we soms zwak zijn in het goede, zo kunnen we ook zwak zijn in ons berouw. In het sacrament komt Jezus onze zwakheid tegemoet, biedt Hij ons zekerheid. In Johannes 20, 23 verklaart Jezus tegenover de apostelen: “Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven”. Het is één van mijn grootste wensen, lieve medeparochianen, dat ik als priester jullie allemaal die grote zekerheid van de vergeving zou mogen schenken. Of dat ooit gebeurt hangt af van ieder van jullie afzonderlijk. Amen.

Dionysiusparochie