Preek op 15-09-2013, de 24e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen, Dionysiusparochie, Heerhugowaard

Preek op 15-09-2013, de 24e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen, Dionysiusparochie, Heerhugowaard

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom op deze 24e zondag door het jaar.

Afgelopen tijd hebben we op het nieuws kunnen horen, dat er sinds kort een website is, Publeaks, waar klokkenluiders anoniem kunnen lekken. Aan dat initiatief werken vijftien nieuwsmedia mee.

Wel, de eerste onthulling op Publeaks is, dat een instelling voor gehandicaptenzorg, Humanitas DMH, een interimbestuurder in de maand juli meer dan €95.000,- heeft betaald. Dat blijkt uit declaraties, die de Volkskrant in bezit heeft. Zijn assistente verdiende die maand slechts €35.000,-. Dat valt dan alweer mee. En de interimbestuurder verklaarde, dat hij dat geld meer dan waard is, want hij had sinds zijn komst al voor meer dan €1.000.000,- aan overbodige kosten kunnen wegsnijden. De bestuurder zegt, dat zijn beloning overeenkomstig de wet is, omdat hij minder dan een half jaar bij de instelling in dienst zal zijn.

Lieve medeparochianen, dit doet mij denken aan de oudere broer van de verloren zoon over wie het evangelie van vandaag vertelt. Die oudere broer redeneerde alleen maar in termen van recht en van verdienste. Wie geen recht heeft en geen verdienste – zoals zijn jongere broer, die het vermogen van zijn ouders erdoorheen gejaagd heeft – voor zo iemand zou zeker geen feestje georganiseerd moeten worden.

Maar God handelt niet op grond van recht en verdienste, maar enkel uit liefde en barmhartigheid. Wij doen onze plichten, niet om daarop te kunnen vertrouwen, niet om bij God iets te kunnen claimen, maar omdat wij van God en van elkaar houden.

Hopen wij ook voor onszelf op Gods liefde en barmhartigheid. Belijden wij daarom met vertrouwen onze schuld.

openingsgebed

Laat ons bidden. Barmhartige God, ook als wij wegen gaan, die niet de uwe zijn, komt Gij naar ons toe. Zondige mensen brengt Gij tot inkeer en wat verloren was, zoekt Gij weer op. Geef, dat ook wij elkaar steeds nieuwe kansen bieden, op zoek gaan naar wat verloren was en vreugde vinden in de verzoening. Door onze Heer Jezus Christus, … . Amen.

preek

Het verhaal van de verloren zoon. Wij hebben het in de loop van ons leven al vaak gehoord. Die vader met zijn twee zonen. De jongste loopt weg, maar komt later vol berouw terug. Vader is blij, uiteraard, maar de oudste zoon niet.

Maar ook al kennen wij dit verhaal bijna van buiten, wij kunnen er toch van blijven leren, omdat wijzelf en mensen in onze omgeving veranderen. Wij moeten steeds opnieuw leren met onszelf om te gaan en met nieuwe mensen en nieuwe situaties. Als het goed is worden wij in de loop van ons leven alleen maar meer bij dit verhaal betrokken. Wij kunnen onszelf en andere mensen erin terugvinden.

In het verhaal wordt de nadruk meestal op de verloren zoon gelegd. Welnu, ik denk, dat velen van ons zich niet echt als deze verloren zoon voelen. Toegegeven, wij zijn niet altijd een brave Hendrik, maar velen van ons hebben niet het vermogen van onze ouders verspild, wij hebben geen varkens gehoed of in een andere, soortgelijke situatie verkeerd, de meesten van ons zijn nooit totaal vernederd en ontredderd naar huis teruggekeerd. Ik weet nog wel, dat ikzelf als beginnend pubertje een keer dreigde weg te lopen, maar ik kwam niet verder dan de keukendeur. Toen had mijn moeder mij al te pakken.

Het kan waar zijn, dat wij het op dit moment nog niet zo slecht doen, maar die verloren zoon heeft natuurlijk meerdere gezichten. Hij is de stille egoïst, die enkel aan zichzelf denkt en die nooit stilstaat bij het verdriet dat hij andere mensen aandoet. Dat doen wij allemaal weleens een keer. Hij is de 18-jarige, die zijn eigen boontjes wil doppen, op kamers gaat wonen, en niet luistert naar de goede raad van anderen. Ook wij kunnen weleens flink eigenwijs zijn. Er is de jongere, die een beetje te veel van het leven geniet en zich voor duizenden euro’s in de schulden steekt. Geven ook wij ons geld, besteden ook wij onze tijd niet weleens aan zaken waarvan wij achteraf moeten zeggen: hadden wij dat niet beter kunnen besteden!? Heel wat ouders kunnen en moeten toegeven, dat er vele verloren zonen en dochters zijn, die niet of niet helemaal op de goede weg zitten.

Tegenwoordig legt men bij het bespreken van dit bijbelverhaal liever de klemtoon op de barmhartige vader. Vele ouders zullen zich goed kunnen herkennen in de gevoelens van die vader. Wat zal er in zijn hart zijn omgegaan toen zijn jongste zoon zonder enige duidelijke aanleiding – er was geen knallende ruzie of zoiets geweest – het huis en zijn familie wilde verlaten!? Het zal hem erg veel pijn hebben gedaan en slapeloze nachten hebben gekost. In dat nachtelijke duister zal hij zichzelf vele keren de vraag hebben gesteld: Wat heb ik dan verkeerd gedaan? Was het thuis dan niet goed? Wat had ik nog meer kunnen doen? Met pijn in het hart laat hij zijn jongen gaan, maar hij laat zijn bitterheid niet blijken en gaat niet boos met deuren slaan.

Hij laat zijn jongen weggaan uit het huis, maar niet uit zijn hart. En als de jongen – wij weten niet precies na hoeveel tijd – weer terugkomt, haveloos en berooid, ziet zijn vader hem al in de verte aankomen. Hij snelt op zijn jongen toe. Hij had al die tijd gewacht, zonder de hoop op te geven, hij bleef geloven in het goede dat er in zijn jongen was. En wij weten hoe het afloopt, of beter gezegd: hoe er een doorstart komt. Zijn vader kust hem hartelijk, omhelst hem en laat een groot feestmaal aanrichten. De vader maakt geen enkel verwijt. Er is alleen maar vreugde en natuurlijk ook vergeving.

De tweede zoon. Ook een man met meerdere gezichten. Hij was thuis de gemakkelijkste, inschikkelijk, misschien omdat hij geen temperament had, omdat hij niet de moed had om risico’s te nemen. Hij was de zoon met plichtsbesef, die niets anders kende dan werken.

Hij is keihard, altijd maar werken, maar hij is niet in staat zijn broer ‘broer’ te noemen. Tegenover zijn vader spreekt hij over “die zoon van u”. Hij werkt keihard, maar bewerkt ook afstand, hij kent geen nabijheid in moeilijke tijden.

Wij weten niet of deze oudste zoon al getrouwd was, maar je zou je kunnen afvragen wat er met zo’n instelling van een huwelijk terecht kan komen.

Ook noemt hij in het gesprek zijn vader niet één keer ‘vader’. Blijkbaar had de verloren zoon in het verre, vreemde land een grotere liefdesband met zijn vader dan de zoon, die altijd thuis is gebleven. Want hij zei: “Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u”. Maar de oudste spreekt het woord ‘vader’ niet uit. Hij zegt: “Al zoveel jaren dien ik u”. Hij heeft zich nooit ‘zoon’ gevoeld, maar meer als een knecht. Hij dacht in termen van gerechtigheid. “Zo veel uren heb ik gewerkt en zo veel moet ik krijgen. En eigenlijk had ik ook weleens een bokje kunnen krijgen om met mijn vrienden feest kunnen vieren. Dat had ik toch ook wel verdiend”. Verdiend had hij een hoop, maar hij wist niet wat barmhartigheid is. Hij kon niet meegaan in de gevoelens van zijn vader.

Op wie lijken wij meer: op de jongste zoon of op de oudste? Daar kan alleen ieder voor zich antwoord op geven. De jongste mag dan in het leven een heel verkeerde weg zijn gegaan, God en medemensen veel verdriet hebben aangedaan, maar uiteindelijk is hij wel op het feest aanwezig. Hij is zelfs het middelpunt van het feest. Feest is er, omdat hij is teruggekeerd. De oudste zoon mag dan hard hebben gewerkt, maar is niet op het feest aanwezig. Hij sluit zichzelf buiten, omdat zijn vader – omdat God – ook goed is voor de grote zondaars.

Zijn wij binnen? Of staan wij buiten? Of staan we een beetje te aarzelen op de drempel?

Als pastoor van de parochie mag ik zeggen – ook namens God – dat ik heel blij ben, dat er zoveel mensen zijn, die zoveel goede werken doen. Maar laten wij er niet op roemen. Goede werken doen is eigenlijk heel gewoon, zou heel gewoon moeten zijn. Laten we er vurig naar verlangen, dat andere mensen, die God en zijn Kerk de rug hebben toegekeerd, die hun familieleden of buren of collega’s links laten liggen, terugkeren in de gemeenschap en zijn wij de eersten om hen hartelijk welkom te heten. Alleen wie zo doet, weet wie de hemelse Vader is, is kind van de Vader. Alleen die zal ook zelf door de Vader ontvangen worden, vol vreugde en vol barmhartigheid.

Het evangelieverhaal heeft een open einde. Er staat niet geschreven of de oudste zoon binnenkomt of buiten blijft. Lopen wij strakjes niet onverschillig naar buiten, maar geven wij God en onze medemensen een duidelijk en oprecht antwoord. En moge dat antwoord zijn: Ja, ik kom binnen en zal proberen om ook vele andere mensen mee te nemen naar het Koninkrijk Gods, het Koninkrijk waarvan Jezus zegt, dat het midden onder ons aanwezig is.

Dionysiusparochie