Preek op 14-07-2013, 15e Zondag door het jaar C, diaken Eelke Ligthart

Preek op 14-07-2013, 15e Zondag door het jaar C, diaken Eelke Ligthart

openingswoord

Hartelijk welkom bij de viering van de H. Eucharistie op de 15e Zondag door het jaar.
Een veel gehoorde opmerking tegenwoordig is: Je leeft maar een keer, geniet er van. In de wereld van veel jongeren, schijnt deze leus van grote waarden te zijn.

YOU ONLY LIVE ONCE, je leeft maar een keer en dus moet je er uit halen wat er in zit.
Vandaag horen we in het Evangelie een wetgeleerde aan Jezus de vraag stellen; “Meester wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?”. Hij bedoeld het leven zoals God dat voor ons heeft weggelegd. Hoe krijgen we daar deel aan? In het verhaal over de Samaritaan krijgen we andere antwoorden te horen dan in de cultuur van de sociale media. Laten we ontdekken wie onze naaste is.

preek

In de eerste lezing horen we Mozes zeggen: leef naar de geboden van de Heer uw God. Zeg niet dat ze buiten je bereik liggen, in de hemel of ver over zee. Nee God weet dat je op aarde ook maar een keer leeft. Zijn geboden liggen dus binnen handbereik, vlak voor je neus, maar waar dan?
Mozes helpt ons op weg: “In je eigen ervaring, diep in je hart. Denk terug aan de weg die God ging met jullie Israëlieten, weg uit Egypte, door de woestijn. Hoe Hij voor water en voedsel zorgde, hoe Hij jullie bevrijdde uit de slavernij. Volg zijn voorbeeld na en bevrijd mensen die in je omgeving in de knel zitten. Denk terug aan die barre tocht door de woestijn, hoe Hij jullie daar in leven hield.
Nee, zijn geboden zijn niet wereldvreemd, het zijn geen willekeurige grillen van een tiran. Het zijn jullie eigen ervaringen, een levenservaring uit je eigen geschiedenis, waar je veel uit hebt kunnen leren”.

Dat verhaal kende iedere jood. En zeker de Schriftgeleerde. Eigenlijk vraagt die Schriftgeleerde naar de bekende weg als hij aan Jezus vraagt: ‘Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven. En Jezus laat hem zelf het antwoord geven: “God beminnen en de naaste als jezelf”. “Doe dat”, zegt Jezus “en je zult leven”.
Ja, maar wie is mijn naaste? Die discussie was er al toen bij de Israëlieten. En die discussies zijn er ook nu nog.

Tot hoever moet mijn hulp zich uitstrekken. Mijn eigen familie? Dat lijkt wel duidelijk, alhoewel, dat geldt niet in elke familie. Mijn vrienden kring, de mensen in de straat, of de mensen in de stad waar we wonen? Maar buitenlanders dan? Zo ver hoeft ik toch niet te gaan in mijn naastenliefde! Waar ligt de grens?

Dan komt Jezus met een verhaal over zinloos geweld. Ja dat is blijkbaar niet alleen een fenomeen uit onze tijd. Stel je voor dat het je overkomt. Gelukkig komt er een priester voorbij, maar die mag niet helpen volgens de wet. Wie met bloed in aanraking komt is voor God onrein. Een wet van mensen. Hetzelfde deed de Leviet, ook hij liep met een boog om de Samaritaan heen. Het zal je maar overkomen. Je voelt hoe Jezus hier eigenlijk zegt: Wat hebben we dan met Gods wet gedaan? Die was toch bedoeld om liefde en barmhartigheid onder de mensen te brengen! Maar in handen van de priester en de Leviet is het een middel geworden tot liefdeloosheid harteloosheid geworden.

En dan komt er een vreemdeling voorbij. Nog wel iemand van een gehate bevolkingsgroep. Vorige week werden de 72 leerlingen niet ontvangen in de dorpen van de Samaritanen. “Schud het stof van je voeten en ga verder” was de instructie. Hier had de gewonde man wellicht ook niet veel goeds van te verwachten. Intussen kunnen wij stiekem nadenken, als ons dat overkomt, wie in onze dagen gelijkstaan met Samaritanen.
Maar deze man helpt wel. Hij verzorgt de wonden en brengt hem naar een herberg. Hij betaalt zelfs de kosten. En mochten er meer kosten zijn dan betaalt hij die op zijn terugweg wel.

In de vraagstelling van Jezus is omkering gekomen. Je zou denken dat de overvallen man de naaste is van de drie passanten, maar Jezus vraagt aan die Wetgeleerde: “Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in handen van de rovers is gevallen?
Dus niet het slachtoffer is de naaste van de drie reizigers, maar de Samaritaan die hem liefdevol heeft geholpen. Het antwoord van de wetgeleerde is dan ook: Degene die barmhartigheid heeft bewezen, de Samaritaan.

Tegenwoordig hoor je wel mensen zeggen, je moet dus eerst jezelf beminnen, anders kun je je naaste niet beminnen als jezelf. Maar dat wordt niet bedoeld. Er wordt bedoeld: “herinner je hoe jij geholpen bent; doe dat dan weer bij anderen.
Jezus draait vandaag het perspectief om. De vraag van de wetgeleerde ging er van uit dat ik iets moest geven aan anderen, maar waar lag de grens?
Jezus vertelt een verhaal waar ik niet de gevende, maar de vragende partij ben. Mijn naaste is degene die mij helpt.

Welnu, laten wij op onze beurt zo’n naaste zijn voor een ander.
Je leeft maar een keer. Amen.

Dionysiusparochie