Preek op 14-04-2013, de 3e zondag van Pasen, jaar C, diaken eelke Ligthart

Preek op 14-04-2013, de 3e zondag van Pasen, jaar C, diaken eelke Ligthart

Het Evangelie van vandaag begint midden in een soort geloofscrisis. De leerlingen zijn Jezus kwijtgeraakt. Hij die de orde zou herstellen, een koninkrijk zou stichten is gedood. De apostelen staan met lege handen.
Er waren wel wat tekenen van hoop. Hij zou verschenen zijn aan enkele van de leerlingen, maar wat moet je daarmee?
Petrus stelt voor om zijn oude vak maar weer op te pakken, er moest toch brood op de plank komen. Hij zegt: “Ik ga vissen”. Dat biedt houvast, dat is tenminste veilig, daar heeft hij jaren ervaring in. Misschien zou hij het liever anders willen, maar in die uitspraak, ik ga vissen, klinkt ook iets door van onmacht.
Misschien ziet hij de bui al hangen; twistgesprekken met mensen die het allemaal, zo goed weten, hem uitmaken voor leugenaar, arrestatie als hij kritiek heeft op de machthebbers en misschien uiteindelijk ook wel een kruisiging net als Jezus dat was overkomen.
Je overal buiten houden, je verdriet stil voor je houden, doen alsof alles OK is, dat lijkt de meest veilige weg.

Maar als ze dan weer willen vissen, lukt het niet, ze vangen niets. De oude situatie lijkt niet te willen terug keren.
Ongeveer hetzelfde doet zich voor bij mensen, die uit het arbeidsproces raken, door bijvoorbeeld ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkeloosheid door de crisis. Wie dat meemaakt kan zich misschien de wanhoop van de leerlingen voorstellen. Jarenlang heb je aan zinvolle dingen gewerkt. Plezier in je werk gehad en daarin erkenning gevonden. Dan raak je je werk kwijt. En wanneer dat langer duurt, of zelfs uitzichtloos blijkt te zijn, dan sta je met lege handen.
Zoals die boer, 50 jaar met een versleten rug, het zware werk kan hij niet meer doen. Of zoals die jonge moeder 28 jaar MS patiënte, 100 keer gesolliciteerd, 100 keer afgewezen, ze staat met lege handen aan de kant.

Petrus en de andere leerlingen worden afgekeurd voor de visvangst. En toch staat er een man aan het strand die zegt dat ze de netten uit moeten gooien.
Hier worden de apostelen voor de tweede keer geroepen. Het net zit vol vis. Ze kunnen zich niet terugtrekken in hun rustige leventje van vroeger.
Ze zullen gedreven vissers worden van mensen en de boodschap van Jezus verkondigen. En ondanks dat het hun onmogelijk leek, lukt het. De boodschap van Jezus komt over bij vele mensen.
Die boodschap wordt overgebracht door bekende en onbekende mensen:
Moeder Theresa, bisschop Romero, Paus Joh. Paulus II, en de nieuwe paus Franciscus. Vele vrijwilligers die door woord en gedrag de boodschap van Jezus uitdragen.
Het is natuurlijk voorspelbaar wat er met mensen als Petrus en Johannes, maar ook met die actieve hartpatiënt gebeurt.
Hun verhaal slaat aan. We hoorden het in de handelingen, veel mensen herkennen zich in wat er wordt gezegd. Er ontstaat tumult. Voor de machtige figuren van de overheid is dat bedreigend. Het is niet een kwestie van kwade wil dat die zich gaan roeren, want ook leden van het Sanhedrin handelen vanuit hun overtuiging. Wat zij als de ware Godsdienst beschouwen, is heel iets anders dan hetgeen de leerlingen als de ene ware leer beschouwen.
Er is een serieus conflict. En omdat de overheid machtiger is dan de leerlingen, krijgen de leerlingen een preekverbod opgelegd. Ze moeten hun plaats weten en die rare leer van die Jezus, die Messias maar voor zich houden.

Maar wat dat betreft is het machtige Sanhedrin aan het verkeerde adres. De leerlingen hebben ontdekt hoe heilzaam de weg van Jezus is. Jezus bekeert mensen en vergeeft hun zonden. Die ervaring geeft ze kracht en doorzettingsvermogen.
Wat moet het vertrouwen van de leerlingen van Jezus groot zijn geweest:
Werp je net uit en je zult iets vangen, het er toch op wagen, of minstens in de hoop, ooit volle netten te zullen binnenhalen. Het was gemakkelijker geweest om je overal maar buiten te houden, de meest veilige weg te kiezen. Maar dat is niet de weg van Jezus. Hij treed zijn leerlingen op het strand met vertrouwen tegemoet en ze volgen hem.
Wat hebben wij vaak veel moeite om hem te volgen, als we getroffen worden door , ziekte, werkeloosheid, verdriet. Als er weinig redenen zijn om je gelukkig te voelen, als je niet ziet dat je pad ooit nog verlicht zal worden. In zo’n situatie heb je behoefte aan iemand in wie je de Heer kunt herkennen, waarna je zelf ook weer een lichtje kunt zijn voor anderen.
We zingen het soms uit in een Lied:
“En al wie Jezus naam belijdt zal wonderen verrichten, en als een lamp verlichten de lange gang van deze tijd”.
Dus, spreek over Jezus, dat je in Hem gelooft, dat je Hem vertrouwt , want Hij is de weg de waarheid en het leven. AMEN.

Dionysiusparochie